of 59236 LinkedIn

Afdeling verduidelijkt het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’

Reageer

AfbeeldingAfbeeldingmr. M.W. van Nijendaal (Maarten) en mr. V.A. Textor (Vera)

 

In de uitspraak van 16 maart 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:737) heeft de Afdeling voor het eerst geoordeeld dat appellanten bij besluiten over activiteiten in het omgevingsrecht slechts belanghebbende zijn voor zover zij ‘gevolgen van enige betekenis’ van het besluit ondervinden. In de jurisprudentie bleef echter onduidelijk wanneer er sprake is van gevolgen van enige betekenis. Met de uitspraak van 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2271 vult de Afdeling dit criterium nader in, en ontstaat er meer duidelijkheid over de vraag wie belanghebbende is bij besluiten over activiteiten in het omgevingsrecht.

De casus

Een agrarisch bedrijf maakt gebruik van een mestbassin, dat geuroverlast veroorzaakt bij omwonenden. De omwonenden verzoeken het college van B&W daarom om handhavend op te treden tegen het mestbassin. Het college wijst het verzoek om handhaving echter af.
In beroep komt vervolgens de vraag aan de orde wie van de omwonenden belanghebbende zijn bij de beslissing op bezwaar. Na een tussenuitspraak van de rechtbank beslist het college opnieuw op het handhavingsverzoek, waarbij het de omwonenden die woonachtig zijn op meer dan 250 meter van het mestbassin niet-ontvankelijk verklaart. De rechtbank gaat hierin mee en laat het besluit van het besluit van het college in stand. In hoger beroep voeren appellanten aan dat ook de bewoners die op meer dan 250 meter wonen als belanghebbende kunnen worden aangemerkt, omdat zij allemaal geuroverlast ondervinden van het mestbassin.

 

Gevolgen van enige betekenis

Bij de beoordeling van de vraag of appellanten als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt, geldt volgens de Afdeling als uitgangspunt dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ is een correctie op dit uitgangspunt. Gevolgen van enige betekenis ontbreken indien de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt.
Bij de beoordeling of er sprake is van gevolgen van enige betekenis moet volgens de Afdeling acht geslagen worden op de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen van de activiteit die het besluit toestaat, waarbij die factoren zo nodig in onderlinge samenhang worden bezien. Daarbij kunnen ook de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen van belang zijn.
De Afdeling geeft met deze criteria enkele aanknopingspunten voor de beantwoording van de vraag wanneer er sprake is van gevolgen van enige betekenis. De vraag of een rechtzoekende als belanghebbende kan worden aangemerkt, zal nog steeds van geval tot geval beoordeeld moeten worden. Het op generieke wijze bepalen van de kring van de belanghebbenden, zoals in casu was gedaan, is dus niet toegestaan.

 

Contour of afstandseis is niet bepalend

De Afdeling merkt vervolgens op dat indien bepaalde milieugevolgen zijn genormeerd door een afstandseis, een contour of een grenswaarde, deze norm niet bepalend is voor de vraag of de betrokkene belanghebbende is bij het besluit. Hiermee lijkt de Afdeling te willen voorkomen dat de inhoudelijke beoordeling of aan die norm wordt voldaan aan de orde komt bij de beoordeling van de belanghebbendheid (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 14 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3320).

 

Aard van het besluit

Tot slot kan ook de aard van het besluit bepalend zijn voor de kring van belanghebbenden. Zo hoeft de kring van belanghebbenden bij een handhavingsbesluit niet altijd samen te vallen met de kring van belanghebbenden bij een besluit tot vergunningverlening.
Wij kunnen ons in dit licht  voorstellen dat een omwonende die bij de vergunningverlening nog geen belanghebbende is, bij de eventuele handhaving van deze vergunning wel belanghebbende kan zijn. Indien bijvoorbeeld bij de verlening van de vergunning voor een evenement een geluidsnorm wordt vastgesteld, zullen omwonenden die geen hinder zullen ondervinden van het geluid – ervan uitgaande dat de geluidsnorm niet wordt overschreden – geen belanghebbende zijn. Indien vervolgens blijkt dat – in afwijking van het bepaalde in de vergunning – de geluidsnorm wordt overschreden, zouden deze omwonenden wel als belanghebbende worden aangemerkt. Er wordt immers meer geluid geproduceerd, waardoor ook omwonenden die verder weg wonen hinder kunnen ondervinden van het geluid.

 

Omwonenden in dit geval wel belanghebbenden

De Afdeling oordeelt vervolgens dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat niet aannemelijk is dat de bezwaarmakers die op een afstand van meer dan 250 meter van het mestbassin wonen geurhinder van enige betekenis ondervinden van het gebruik van het mestbassin.

Het college heeft niet weersproken dat de appellanten die op meer dan 250 meter afstand wonen de geur van het in gebruik zijnde mestbassin ter plaatse van hun woning waarnemen. Er zijn ter plaatse van de woningen van betrokkenen dus feitelijke milieugevolgen als gevolg van het mestbassin. Dit betekent dat appellanten belanghebbenden zijn bij het besluit, tenzij geoordeeld moet worden dat ‘gevolgen van enige betekenis’ voor hen ontbreken. De Afdeling oordeelt dat er –gelet op het feit dat de geurhinder niet continue maar wel regelmatig plaatsvindt en dat geur van mest doorgaans als penetrant wordt ervaren – geen grond voor het oordeel bestaat dat voor de betreffende omwonenden van het mestbassin gevolgen van enige betekenis ontbreken. Het hoger beroep is dan ook gegrond.

 

Tot besluit: bestuursorgaan stelt de kring van belanghebbenden vast

De Afdeling schept in deze zaak ook helderheid over de vraag wie de kring van de belanghebbenden vast moet stellen.
Dat moeten volgens de Afdeling de bestuursorganen zelf doen aan de hand van (onderzoek naar) de feitelijke gevolgen van het besluit. Een rechtzoekende hoeft volgens de Afdeling niet zelf aan te tonen dat hij belanghebbende bij een besluit is. Slechts indien tijdens de procedure de vraag aan de orde is of ‘gevolgen van enige betekenis’ ontbreken en dus de vraag of er aanleiding is de correctie toe te passen, kan en mag volgens de Afdeling van de betrokkene worden gevraagd uit te leggen welke feitelijke gevolgen hij van de activiteit ondervindt of vreest te zullen ondervinden.

 

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Vera Textor, E: vera.textor@nysingh.nl | M 06 12 39 39 56 of Maarten van Nijendaal, E: maarten.vannijendaal@nysingh.nl | M: 06 22 17 66 54

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding