of 59142 LinkedIn

Hoge Raad: Wet verbod pelsdierhouderij niet onrechtmatig

AfbeeldingOp 15 januari 2013 is de Wet verbod pelsdierhouderij in werking getreden. Onder meer de Nederlandse Federatie van Edelpelsdierenhouders (NFE) heeft het verbod bij de rechter bestreden. Na uitspraken van de rechtbank en het gerechtshof heeft ook de Hoge Raad geoordeeld. Wat is het oordeel van de Hoge Raad?

De wet

Met de Wet verbod pelsdierhouderij is het houden, doden of doen doden van een pelsdier verboden. Dit verbod geldt niet direct vanaf de inwerkingtreding van de wet. Voordat het verbod in zijn volle omvang zal gaan gelden, voorziet de wet in een uitfaseringsperiode tot 1 januari 2024. Met de uitfaseringsperiode wordt aan de pelsdierhouders compensatie in de vorm van tijd geboden. Daarnaast voorziet de wet in verschillende flankerende maatregelen op grond waarvan pelsdierhouders een tegemoetkoming kunnen ontvangen in bijvoorbeeld de kosten van sloop of ombouw van gebouwen.

 

Eigendomsrecht

Volgens de pelsdierhouders voorziet de wet in een zware inbreuk op hun eigendom. Het recht van eigendom wordt beschermd door artikel 1 van het Eerste Protocol van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (ook wel artikel 1 EP genoemd). De mate waarin artikel 1 EP het eigendomsrecht beschermt, is mede afhankelijk van de zwaarte van de inmenging. Naarmate een zwaardere inmenging in het eigendomsrecht plaatsvindt, dient een ruimere financiële compensatie te worden aangeboden om een fair balance te creëren. Onteigening betreft de meest vergaande vorm van inmenging. Minder vergaand is de regulering van eigendom waarbij de gebruiksmogelijkheden van het eigendom worden beperkt. Een ander voorbeeld van inmenging in het eigendomsrecht betreft het wetsvoorstel fosfaatrechten melkveestapel. Meer informatie hierover vindt u in het blog van Peter Goumans van 23 september 2016.

 

Fair balance

Onder meer de NFE heeft het wettelijk verbod bij de rechter bestreden. Volgens de pelsdierhouders voorziet de wet in een disproportionele inmenging in het eigendomsrecht van de pelsdierhouders. De financiële compensatie die wordt geboden is volgens de pelsdierhouders onvoldoende om de inbreuk op het eigendomsrecht te rechtvaardigen. In dat licht is de inbreuk op het eigendom niet proportioneel, er is dus geen fair balance. Het wettelijk verbod is om die reden onverbindend, aldus de pelsdierhouders. In hoger beroep bij het gerechtshof ging het in de kern om de vraag of de inbreuk op het eigendomsrecht proportioneel is. Het gerechtshof overwoog (arrest van 10 november 2015) dat artikel 1 EP slechts het eigendom van de pelsdierhouders beschermt, voor zover deze bestaat uit grond, bedrijfsgebouwen, inventaris (zoals kooien), voorraden pelzen en nertsen. Bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een fair balance kan dan ook volgens het hof geen rekening worden gehouden met het verlies aan toekomstige inkomsten. Het verbod ziet volgens het hof ook niet op de onteigening van die fysieke bedrijfsmiddelen maar op de regulering van eigendom.

Het gerechtshof laat in haar afwegingen tevens een rol spelen dat het wettelijk verbod al vele jaren voorzienbaar was. In 1999 heeft de Tweede Kamer immers een motie aanvaard dat op korte termijn het houden van pelsdieren moet worden verboden. Volgens het hof hadden pelsdierhouders kunnen uitbreiden of omschakelen naar andere sectoren indien zij dit hadden gewild. Het hof geeft vervolgens aan dat de pelsdierhouders door middel van een uitfaseringsperiode (tot 1 januari 2024) voldoende in de gelegenheid worden gesteld op gedane investeringen terug te verdienen en dat flankerende maatregelen zijn getroffen om de pelsdierhouders in de schade tegemoet te komen. De inbreuk op het eigendomsrecht is volgens het hof proportioneel.

 

Hoge Raad

Tegen het arrest van het hof hebben de pelsdierhouders cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. Met het hof is de Hoge Raad van oordeel dat onteigening niet aan de orde is. Zolang de bezittingen van de pelsdierhouders zinvol gebruikt kunnen worden of zolang zij enig economisch belang behouden bij die bezittingen, is geen sprake van onteigening. Aangezien de fysieke bedrijfsmiddelen in eigendom blijven bij de pelsdierhouders en die bedrijfsmiddelen daarnaast hun waarde behouden, oordeelt ook de Hoge Raad dat de pelsdierhouders niet worden onteigend. 

Daarnaast hebben de pelsdierhouders betoogd dat van een fair balance geen sprake is omdat onvoldoende compensatie wordt geboden. Ook hierin volgt de Hoge Raad de pelsdierhouders niet. De Hoge Raad volgt het hof en oordeelt dat voldoende compensatie is geboden om het evenwicht tussen het algemeen belang en de bescherming van de individuele pelsdierhouders te herstellen. De inbreuk op het eigendomsrecht is volgens de Hoge Raad proportioneel. Het cassatieberoep van de pelsdierhouders wordt verworpen.

 

Het verbod is van kracht

Met het arrest van de Hoge Raad blijft het verbod van kracht. Voor bedrijven die ondertussen hebben uitgebreid heeft dit gevolgen. De wet staat dit immers niet toe. Door de NFE is aangekondigd naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te zullen stappen. Wordt vervolgd?

 

Wilt u meer weten over dit onderwerp, lees dan ook mijn andere blogs.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

AfbeeldingHekkelman advocaten en notarissen

Prins Bernhardstraat 1,

6521 AA Nijmegen

Postbus 1094,

6501 BB Nijmegen

T: 024 382 83 84

F: 024 360 04 50

www.hekkelman.nl

binnenlandsbestuur@hekkelman.nl

Meer nieuws

Blijf op de hoogte!

Volg de actuele ontwikkelingen via onze blogs

Agrarische zaken.

Bloggers

Nieuw: Vastgoed nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte blijven van ontwikkelingen op het gebied van vastgoed?

 

Meld u dan hier aan.

Whitepapers

Agenda seminars

AfbeeldingHekkelman Advocaten & Notarissen houdt u op de hoogte van actuele ontwikkelingen. Zo organiseren wij regelmatig seminars om deze ontwikkelingen en onze kennis met u te delen.

 

Klik hier voor onze seminaragenda.

Publicaties