of 59250 LinkedIn

Hoe een huismus de ruimtelijke ontwikkeling in Amsterdam-Oost stillegt…

Reageer

AfbeeldingIn een (tussen)uitspraak van 2 mei 2012 (zaaknummer 201106397/1/T1/R1) heeft de Afdeling overwogen dat de deelraad van het Stadsdeel Oost (Amsterdam) niet aannemelijk heeft gemaakt dat de Flora- en faunawet niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg zou staan. De gemeenteraad had bij het vaststellen van het bestemmingsplan voor de Wijk Tuindorp Frankendael geen rekening gehouden met de in het plangebied aanwezige nesten van de huismus.

De deelraad heeft een bestemmingsplan vastgesteld voor de wijk Tuindorp Frankendael. Ten einde de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen te kunnen realiseren, zullen eerst enkele panden moeten worden gesloopt. Uit (ecologische) onderzoeken was echter gebleken dat niet uitgesloten kon worden dat in de te slopen panden nesten van huismussen aanwezig zijn. Enkele omwonenden betogen bij de Afdeling – kort gezegd – dat niet voldoende is verzekerd dat de Flora- en faunawet niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg staat. De Afdeling geeft de omwonenden hierin gelijk. 

 

Ingevolge artikel 11 van de Flora- en faunawet is het – kort gezegd – verboden nesten van inheemse diersoorten, zoals vogels, te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren. Is het voor het realiseren van een ruimtelijke ontwikkeling noodzakelijk dat de nesten toch verstoord moeten worden, dan dient in beginsel bij de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie een ontheffing van de in de Flora- en faunawet opgenomen verboden aangevraagd te worden. Gelet op het bepaalde in artikel 2 van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten (hierna: ‘het Vrijstellingsbesluit’) kan onder meer een ontheffing verkregen worden indien sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang (artikel 2 lid 3 aanhef en onder e van het Vrijstellingsbesluit) of als sprake is van de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling (artikel 2 lid 3 aanhef en onder j van het Vrijstellingsbesluit). Het slopen van de panden teneinde de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen te kunnen realiseren is aan te merken als werkzaamheden in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling als bedoeld in artikel 2 van het Vrijstellingsbesluit. Echter, de Afdeling heeft in 2009 in een tweetal uitspraken uitgemaakt dat de in artikel 2 aanhef en onder e en j van het Vrijstellingsbesluit genoemde belangen, in strijd zijn met artikel 9 van de (Europese) Vogelrichtlijn (zie hierover uitgebreider: R. Benhadi, Ruimtelijke ontwikkelingen en flora en fauna; de stand van zaken, Journaal Flora en fauna 2011, nr. 3, p. 75 e.v.). Aangezien de nesten van de huismus jaarrond zijn beschermd, kan overtreding van het in artikel 11 van de Flora- en faunawet opgenomen verbod niet voorkomen worden door de sloopwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Kortom; op voorhand was niet aannemelijk gemaakt dat de Flora- en faunawet niet in de weg staat aan de uitvoerbaarheid van het door de deelraad Oost vastgestelde bestemmingsplan. De Afdeling past de bestuurlijke lus toe en draagt de deelraad op om óf alsnog toereikend te motiveren waarom de Flora- en faunawet niet in de weg staat aan de uitvoerbaarheid van het deel van het bestemmingsplan waar de huismus voorkomt óf het bestemmingsplan in zoverre te wijzigen dat voor het desbetreffende deel van het bestemmingsplan een andere planregeling wordt vastgesteld.

 

De hiervoor genoemde uitspraak toont maar weer eens aan dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan goed in kaart zal moeten brengen of en zo ja welke vogels in het plangebied voor komen. Komen in het plangebied tevens nesten voor, dan is waakzaamheid op zijn plaats. Gaat het om nesten van vogelsoorten die niet jaarrond zijn beschermd, dan kan overtreding van de in de Flora- en Faunawet vastgelegde verboden voorkomen worden door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. De Flora- en faunawet hoeft in dat geval niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg te staan.

 

Gaat het echter om nesten van vogels die jaarrond zijn beschermd, dan staat vast dat overtreding van de in de Flora- en faunawet opgenomen verboden niet voorkomen kan worden door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. De nesten zijn immers jaarrond (dus ook buiten het broedseizoen) beschermd. Gelet op de hiervoor geconstateerde strijdigheid van het Vrijstellingsbesluit met de Vogelrichtlijn mag er niet zonder meer op vertrouwd worden dat een ontheffing van de Minister verkregen kan worden. Gelet op het voorgaande is het noodzakelijk dat, wanneer nesten van jaarrond beschermde vogelsoorten in het plangebied voorkomen, in de plantoelichting goed gemotiveerd wordt dat de Flora- en faunawet niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg staat. Laat u hierbij goed juridisch adviseren. Dit voorkomt onnodige vertraging in de vaststelling en uitvoering van het bestemmingsplan.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

AfbeeldingHekkelman advocaten en notarissen

Prins Bernhardstraat 1,

6521 AA Nijmegen

Postbus 1094,

6501 BB Nijmegen

T: 024 382 83 84

F: 024 360 04 50

www.hekkelman.nl

binnenlandsbestuur@hekkelman.nl

Meer nieuws

Bloggers

Nieuw: Vastgoed nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte blijven van ontwikkelingen op het gebied van vastgoed?

 

Meld u dan hier aan.

Whitepapers

Publicaties

Agenda seminars

AfbeeldingHekkelman Advocaten & Notarissen houdt u op de hoogte van actuele ontwikkelingen. Zo organiseren wij regelmatig seminars om deze ontwikkelingen en onze kennis met u te delen.

 

Klik hier voor onze seminaragenda.

Bekijk ook onze partnerpagina op Bestuur en Organisatie

Klik hier