of 58959 LinkedIn

Woningbouwcorporaties kunnen veel tijd en geld winnen door flora en fauna te managen

‘Minder regels en meer tijd voor kerntaken’. Deze leus van de overheid blijkt maar al te vaak een loze kreet. De Flora- en faunawet is hiervan een goed voorbeeld. Geen enkele woningcorporatie ontkomt hieraan. Elke woonstraat herbergt wel een vleermuiskolonie of biedt onderdak aan de familie huismus. Deze diersoorten zijn zwaar beschermd en vormen een belemmering voor onderhoud, renovatie en na-isolatie. Wist u dat het hele traject van onderzoek tot het moment dat de aannemer start tot twee jaar in beslag kan nemen? Dat is vervolgens voor veel corporaties een flinke misrekening. Gelukkig is er ook goed nieuws van het front. De woningcorporaties kunnen veel tijd en geld winnen door een Soortmanagementplan Flora en Fauna (SMP) in te zetten.

Het Rijk biedt de mogelijkheid om op gebiedsniveau een generieke ontheffing Flora- en faunawet aan te vragen. Daarbij mag worden voorgesorteerd op toekomstige ontwikkelingen zonder dat de plannen volledig uitgewerkt zijn. Hiermee kan de onderzoeks- en adviestijd voor losse ingrepen teruglopen tot drie maanden. Dat doen we met een ‘soortmanagementplan’ in combinatie met een ‘gebiedsontheffing’. Ook onder de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb) blijft dit mogelijk. Sterker nog; de provincies – het nieuwe bevoegde gezag voor de Wnb - stimuleren dit om zo de werk- en regeldruk te verminderen. 

Een soortmanagementplan brengt allereerst de juridisch beschermde soorten op wijkniveau of groter in beeld(meestal vleermuizen, mussen en zwaluwen). Daar hoort ook een vertaling in risico’s en risicobeheersing bij. Er ontstaat een ruimtelijk inzicht voor welke woonblokken maatregelen noodzakelijk zijn en voor welke niet. Tegenwoordig kan dit ook met een GIS-bewerking van digitale informatie over bouwjaar, ligging, omgevingsvariabelen en functionaliteit. Een arbeidsintensieve en dure inventarisatie sparen we daarmee grotendeels uit.

 

Het tweede deel van een soortmanagementplan gaat in op de mitigatie om de juridisch beschermde soorten tijdig vervangende nestgelegenheid of leefruimte aan te bieden. Deze maatregelen zijn bij projecten verplicht als nesten of verblijfplaatsen worden vernietigd. Doordat we de mitigatie niet per project, maar op wijkniveau aanpakken kunnen we positieve en negatieve effecten beter tegen elkaar uitmiddelen door middel van een ‘roulatiesysteem’. Ook is het mogelijk om de aanleg van faunavoorzieningen over een aantal jaren uit te smeren. Als het maar lukt om de populatie van de huismus, gierzwaluw en vleermuizen op peil te houden.

Met een soortmanagementplan in de hand kunnen partijen bij het bevoegd gezag voor de komende tien jaar een generieke ontheffing aanvragen voor het totale gebied. Als de ontheffing binnen is en de mitigatie uitgevoerd kunnen projecten binnen het plangebied toe met een veel beperkter onderzoek en een beknoptere toetsing. Dat bespaart geld. Zeker als de tijdelijke mitigatie niet meer nodig is. Een gemiddelde woningbouwcorporatie verdient de gemiddelde investering van een halve ton al binnen een jaar terug.

 

Afbeelding

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

AfbeeldingArcadis Nederland BV

Piet Mondriaanlaan 26

3812 GV Amersfoort

Postbus 220

3800 AE Amersfoort

 

Tel +31 88 4261261

E-mail info@arcadis.nl

www.arcadis.com/nl/nederland

Meer nieuws

AGENDA

Bloggers

Whitepapers