of 58959 LinkedIn

Graafschap 400 Natuurmonumenten op zoek naar draagvlak

Hoe start je in een plattelandsgemeenschap een constructieve dialoog rond jouw natuurterreinen? Natuurmonumenten zette er in de Achterhoek de G1000-methode voor in. Aanleiding: de komst van een megastal in het prachtige coulisselandschap rond het landgoed Hackfort bij Vorden. De vraag was: als (bijna) niemand zo’n megastal wil, hoe moet het landschap zich dan wel ontwikkelen? Als vrijwilliger van Natuurmonumenten in het gebied rond Zutphen en Vorden (‘De Graafschap’), was ik getuige van een enerverend evenement.

AfbeeldingDe G1000-methode is een Belgische uitvinding om bewoners meer te betrekken bij de besluitvorming en om de politiek beter te laten luisteren naar de wensen in de samenleving. Thema is meestal de inrichting van de leefomgeving, zowel fysiek als sociaal. Hoe zorgen we voor elkaar en hoe zorgen we dat onze wijk, gemeente of landschap waardevol en vitaal blijft? Op basis van een brede uitnodiging buigen honderden inwoners en maatschappelijke organisaties zich in groepen van 4- 8 personen over een reeks van vragen in de volgorde: “wat vind jij belangrijk?”, “wat moet er gebeuren?” en “wat is jouw aandeel”? Natuurmonumenten paste het met 130 deelnemers toe in Norg en nu met zo’n 250 mensen in Vorden: de “Graafschap400”. Nieuwe bijeenkomsten volgen binnenkort in drie plaatsen langs de Zeeuwse en Hollandse kust.

 

Mijn ervaring in Vorden is dat de nadruk op dialoog en consensus werkte. De leden van Natuurmonumenten, maar ook dorpsbewoners en agrariërs beleefden deze werkwijze als een verademing: “We zijn in gesprek!”. Iedereen voelde een urgentie om het landschap meer als collectieve verantwoordelijkheid te beschouwen.  Een totaal andere benadering dan de gesloten bestuurscultuur waarin eerder binnen de gemeente over de megastal werd beslist. Uit die dialoog ontstonden bovendien aan de verschillende tafels tientallen voorstellen over streekidentiteit, gebiedsinkomsten, met elkaar het gesprek aangaan en het vergroten van de biodiversiteit in het landschap. Deze worden nu in de komende maanden door de deelnemers verder uitgewerkt, waarbij de beheereenheid van Natuurmonumenten faciliteert.

   

Laat ik mijn eigen discussietafel als voorbeeld nemen. Vanuit het ochtendgedeelte was bepaald dat ‘ons’ thema ’s middags ‘Samenwerken’ was. Met onze totaal verschillende achtergronden kwamen we samen tot de aanbeveling dat organisaties hun plannen en ideeën voortaan al in een vroeg stadium met de andere organisaties delen, met respect voor elkaars belangen. Dit zou in feite de normale werkwijze moeten zijn tussen instanties en burgers. Natuurmonumenten zou bijvoorbeeld de bewoners van Vorden veel breder bij de toekomst van het Kasteel Hackfort kunnen betrekken. De LTO-afdeling kan haar ontwikkelingsvisie voor de landbouw in de Graafschap bespreken met andere gebruikers van het landschap. En waarom zou een gemeente haar inwoners en belangenorganisaties niet al bij een nieuw bestemmingsplan kunnen betrekken als er nog maar sprake is van een voornemen? Natuurlijk is dat spannend, maar als de neuzen dezelfde kant op wijzen kan het ook grote voordelen hebben. De basis is dat men elkaar vertrouwt. Dus niet mediation achteraf om verstoorde verhoudingen te repareren, maar een brede, open meningsvorming vooraf voor meer draagvlak voor de eigen plannen.

  

Natuurmonumenten kondigde eerder aan meer een beweging van natuurminnende burgers te willen zijn. Waar zij zich vroeger angstvallig beperkte tot de belangen van haar eigen terreinen, is het met de Norg100- en Graafschap400-projecten een geheel nieuwe weg ingeslagen. Eerder al startte Natuurmonumenten een aantal grote ledenraadplegingen, over de jacht en over recreatie in de terreinen. Ik vind dat een interessante ontwikkeling. Natuurlijk is zo’n Graafschap400-proces een spannend proces, vooral omdat je niet weet wat er uitkomt. Maar door dit soort initiatieven te nemen, door de dialoog met de omgeving aan te gaan, door uitdrukking geven aan de breed gedeelde zorg over de verloedering van het landschap, de intensivering en schaalvergroting, krijgt de term ‘beweging’ inderdaad invulling. In Vorden bleek deze houding door de eigen leden, maar ook door de niet-leden te worden gewaardeerd.

   

De eerste stap in deze dialoog is gezet. Het komt er nu op aan dat Natuurmonumenten deze nieuwe manier van openheid en dialoog met de omgeving volhoudt. Dat hoeft niet altijd met een intensief G1000-proces als in Vorden. Belangrijker is dat terreinbeheerders de dialoog met de omgeving consequent als standaardwerkwijze gaan hanteren. Conventionele plattelandsbestuurders kunnen daar dan vervolgens een voorbeeld aan nemen. Zo krijgen we het landschap dat we met elkaar willen!

   

Van de dag in Vorden is een videoverslag gemaakt. Dit is te bekijken via bijgaande link: Videoverslag Graafschap400

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Joop Boukes (Trainer dialoog) op
Zoals dialoog bedoeld is. belangrijk in deze is dat de dialoog doorgevoerd wordt en dat alle betrokkenen zich blijven houden op het proces. En inderdaad dat deelnemers van begint tot eind mee mogen en kunnen denken over het proces en de uitkomsten. Mooi stuk, dank.

Contactgegevens

AfbeeldingArcadis Nederland BV

Piet Mondriaanlaan 26

3812 GV Amersfoort

Postbus 220

3800 AE Amersfoort

 

Tel +31 88 4261261

E-mail info@arcadis.nl

www.arcadis.com/nl/nederland

Meer nieuws

AGENDA

Bloggers

Whitepapers