of 59250 LinkedIn

Langlopende emotionele en politieke zaken

Langlopende emotionele en politieke zaken. De rechtsvraag is meestal helder en duidelijk, maar wordt vertroebeld door emotionele en politieke elementen, argumenten en gevoelens.
Reageer

Als jurist, die regelmatig beroepsprocedures voert bij rechtbanken, hoven en de Raad van State, behandel je met enige regelmaat zaken die al lang lopen. Vaak is het daarbij niet eens de juridische component die de hoofdrol speelt, maar komt de politieke en emotionele lading om de hoek kijken. Dat is voor juristen en ook voor rechters (weet ik uit eigen ervaring) best lastig: de rechtsvraag is meestal helder en duidelijk, maar wordt vertroebeld door emotionele en politieke elementen, argumenten en gevoelens.

Zo speelt in de provincie Noord-Brabant de al “eeuwigdurende” discussie over de veehouderij een grote politieke en emotionele rol. Provinciale en Gedeputeerde Staten slaan elkaar en de agrarische sector met regelmaat om de oren met argumenten om te komen tot verandering van de veehouderij om deze toekomstbestendig te maken. Begin juli 2017 hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant ingestemd met een pakket maatregelen, die de transitie van de veehouderijsector in Noord-Brabant moet versnellen. Boeren, burgers en buitenlui hadden, naast de politici, over en weer politieke maar ook emotionele argumenten om elkaar van het tegendeel te overtuigen.

 

Bij het pakket maatregelen gaat het onder andere om een nieuw mestbeleid, het reguleren van de

“veedichtheid”, waarbij de prozaïsche term “staldering” wordt gehanteerd, het terugdringen van de

ammoniakuitstoot, het aanpassen van oude stallen aan het nieuwe beleid en een moratorium op de

ontwikkeling en uitbreiding van geitenhouderijen.

 

Al met al prijzenswaardige maatregelen die een politieke meerderheid achter zich kregen, maar die ook

al hun schaduwen vooruit wierpen. Het gevolg daarvan is bijvoorbeeld, dat een individuele agrariër, die

een aanvraag voor een omgevingsvergunning indiende voor de uitbreiding van zijn varkensbedrijf, al

jaren gewikkeld is in procedures met de gemeente om tot uitbreiding te komen. Daarbij spelen wet- en

regelgeving, politieke argumenten en emotionele redenen een grote rol.

 

Op grond van de wet- en regelgeving was het onder voorwaarden, waaronder een ontheffing, mogelijk

dat deze varkenshouder zijn bedrijf zou mogen uitbreiden. Door tijdsverloop en een steeds weer opvlammende emotionele discussie met buurtbewoners (“geen stank- en geuroverlast”, “geen megastal”, “geen gezondheidsrisico’s”), werd de gemeente in een positie gebracht, waardoor de gemeenteraad en het college steeds scherper tegenover elkaar kwamen te staan. De omwonenden van de varkenshouderij gooiden voortdurend olie op het vuur met actiecomités, demonstraties, inspraak bij commissievergaderingen, ingezonden stukken in de (plaatselijke) kranten etc. De emotionele en dus ook politieke druk op raad en college werd daardoor steeds groter.

 

In juridische zin ging het in de kern om de situatie, dat het college van burgemeester en wethouders een zogenaamde verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig had, om de omgevingsvergunning te kunnen verlenen. De wettelijke systematiek is daar heel strak in: geen verklaring van geen bedenkingen betekent geen omgevingsvergunning. In dit geval weigerde de raad de verklaring van geen bedenkingen af te geven, met als gevolg dat de varkenshouder zijn aanvraag zag worden afgewezen en geen omgevingsvergunning voor de uitbreiding kreeg. Tussen het indienen van de aanvraag en de weigering om de omgevingsvergunning te verlenen, waren inmiddels al bijna drie jaren verstreken.

 

De aanvrager van de vergunning ging uiteraard in beroep bij de rechtbank tegen de weigering van het

college om de vergunning te verlenen en daarmee was een driehoeksverhouding geschapen: de gemeenteraad gaf het college geen verklaring van geen bedenkingen, waardoor het college de aanvrager geen vergunning kon geven. De rechtbank gaf tijdens de zitting onder andere aan, dat het college zich had moeten verweren tegen de weigering van de vvgb door de gemeenteraad.

 

Theoretisch zou dit in het dualisme mogelijk kunnen zijn: de raad en het college zijn twee verschillende

organen, die vanuit de politieke en wetenschappelijke theorie ieder hun eigen rol en eigen verantwoordelijkheden vervullen. De wethouders maken sinds 2002 geen deel meer uit van de gemeenteraad en de raad heeft een controlerende functie ten opzichte van het college. Echter, in politieke zin zou een contraire opstelling van het college, als het al wettelijk mogelijk zou zijn, tot grote problemen leiden. Het zou hetzelfde zijn, als een wetsvoorstel, dat door het parlement al is weggestemd, toch door de regering wordt ingevoerd.

 

De rechtbank spaarde in zijn uitspraak de kool en de geit en liet de rechtsgevolgen van het beluit om

geen vergunning te verlenen in stand. Thans ligt de rechtsvraag na zo’n vijf jaar, zonder enige emotie,

bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en is het wachten op die uitspraak. Wordt

vervolgd.

 

Meer weten?

Neem dan contact op met Dennis Vecht:

Tel. (06) 13 88 91 71 of e-mail dennis.vecht@anteagroup.com

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Antea Group

(voorheen Advies- en Ingenieursbureau Oranjewoud)

Afbeelding

Tolhuisweg 57,

8443 DV  Heerenveen

Postbus 24,

8440 AA  Heerenveen

Tel. (0513) 63 45 67

www.anteagroup.nl

info.nl@anteagroup.com

Meer nieuws

Alle ontwikkelingen rondom de Omgevingswet

Bloggers

Evenementen

Afbeelding

Afbeelding

Whitepapers