of 58959 LinkedIn

Zelf tuinieren in de Kersentuin

Waar de overheid terugtreedt, stappen bewoners naar voren om te doen wat zij nodig achten in hun wijk. Een serie over burgerinitiatieven.

Burgerparticipatie moeizaam? De Utrechtse buurt de Kersentuin telt hooguit een handvol bewoners die níét erg betrokken zijn. Huurders en eigenaren van de bijna honderd woningen beheren de zelf ingerichte openbare ruimte, organiseren activiteiten, houden hun buurthuis schoon en hebben een glasvezelnetwerk aangelegd. Deel twee van de serie over burgerinitiatieven.

Dan doen we het zelf wel!
Waar de overheid terugtreedt, stappen bewoners naar voren om te doen wat zij nodig achten in hun wijk. Een serie over burgerinitiatieven. Deze week: De Kersentuin in Utrecht.

Niet iedereen zou er willen wonen, maar voor wie houdt van overdadig groen en samen schoffelen in de bessen-, kruiden- of bloementuin zijn deze twee straten in de Utrechtse Vinexwijk Leidsche Rijn een oase. Bewoners ontwierpen de openbare ruimte zelf. Door het ‘schuttingverbod’ zijn lange, speelse, gemeenschappelijke tuinen ontstaan. En het ontbreken van kliko’s en auto’s voor de deur geeft een beetje een vakantieparksfeer, wat nog wordt versterkt door het buurthuis waar elke woensdagochtend koffie wordt geschonken en waar vijf wasmachines draaien.

Wie er eenmaal woont, gaat niet snel meer weg, blijkt dertien jaar na de oplevering van de Kersentuin. De 66 koopwoningen wisselen niet vaak van eigenaar en voor de 28 huurwoningen is een wachtlijst waar weinig schot in zit, vertelt Gudule Boland, actief lid van de bewonersvereniging. Regelmatig leidt ze andere bewonersgroepen of ambtenaren rond. De saamhorigheid in het buurtje is groot, al doet niet iedereen aan alles mee. ‘Maar als je in de whatsappgroep gooit dat je een kast moet sjouwen, of met een fles wijn in de tuin gaat zitten, komen er altijd buren naar buiten.’

Betrokkenheid
Boland is trots op die betrokkenheid. Van de 94 huishoudens zijn er hooguit vijf die zich niet willen bemoeien met de gemeenschappelijke activiteiten, zoals het schoonmaken van het buurthuis, dat hier ‘projecthuis’ wordt genoemd. ‘Maar bij het zomerfeest zit de hele straat met elkaar te eten en op een zondagochtendconcert komen honderd mensen af. Voor de veertien tuinwerkdagen krijgen we na dertien jaar toch nog steeds twintig bewoners op de been.’

Gelukkig maar, want de groenmedewerkers van de gemeente Utrecht vertonen zich niet meer in de Kersentuin, sinds de bewonersvereniging een beheerovereenkomst met de gemeente heeft gesloten. In het begin kwam er nog weleens een groenmedewerker die ijverig met de bosmaaier door het kersenbos wilde gaan. Alerte bewoners stormden naar buiten en wisten net op tijd ruïnering van hun noeste arbeid te voorkomen, vertelt Boland geanimeerd. Inmiddels is zelfbeheer wijdverbreid in Utrecht en tuinieren in de Kersentuin alleen nog de bewoners zelf.

Wel met gemeentelijk tuingereedschap overigens, want de bewonersvereniging mag elk jaar voor een klein bedrag tuinspullen aanschaffen. ‘De gemeente zorgt op verzoek ook voor mest en houtsnippers. En zes keer per jaar werkt een hovenier mee op onze tuinwerkdagen. Het snoeiafval wordt dan ook opgehaald.’ Boland veronderstelt dat de gemeente eerder duurder dan goedkoper uit is met het zelfbeheer. ‘Maar kijk eens wat daar tegenover staat’, zegt ze, wijzend over de weelderig bloeiende binnentuin. ‘Wij zijn een visitekaartje voor Utrecht.’

Cohesie
De hoge mate van participatie en betrokkenheid lokt ambtenaren van heinde en verre naar de Kersentuin. Van gemeenten die willen weten hoe de Utrechtse wijkbewoners hun onderlinge burenhulp hebben geregeld bijvoorbeeld, zegt Boland. Zij legt hun dan uit dat je als gemeente sociale cohesie niet kunt regelen of opleggen. ‘Die cohesie ontstaat doordat mensen elkaar aardig vinden. Je kunt wel een buurt inrichten op een manier die contact stimuleert, zoals wij met het projecthuis, de tuinen en het amfitheater hebben gedaan.’ Het feit dat de Kersentuin door de bewoners zelf is ontworpen en ontwikkeld, helpt ook mee, zegt Boland.

‘Je leert elkaar goed kennen als je samen een buurt bouwt. Door vervolgens samen leuke dingen te doen – feesten, sporten, koken, tuinieren – ontstaan er blijvende contacten.’

Het was GroenLinkswethouder Annemiek Rijckenberg (ruimtelijke ordening) die twintig jaar geleden bewoners uitnodigde om in Leidsche Rijn te experimenteren met duurzaam wonen. Haar oproep bracht twee groepen op de been: een groep die een sociaalwonenproject wilde beginnen en een club mensen met plannen voor technisch duurzaam bouwen. Het waren totaal verschillende groepen, schetst Boland. De techneuten wilden energieneutrale huizen met regenwater in het toilet, maar hadden weinig belangstelling voor een gemeenschappelijke achtertuin en samen auto’s en wasmachines delen. Toch bracht Rijckenberg de twee groepen bij elkaar en daagde hen uit een gezamenlijk plan te bedenken. Zes jaar praten, onderzoeken en ontwerpen resulteerde in de Kersentuin, waar technische en sociale duurzaamheid werden verenigd.

Nagenoeg alle wensen en ideeën uit die ontwerpperiode zijn gerealiseerd. Zo zijn de woningen energiezuinig gebouwd en voorzien van zonnepanelen, de straten zijn autovrij, het autobezit laag, er is veel gemeenschappelijk groen en het buurthuis wordt door bewoners en externe huurders volop gebruikt. Ook is een eigen glasvezelnetwerk aangelegd, met intranet voor de bewoners. Boland toont op haar smartphone wat bewoners zoal met elkaar delen: de notulen van de bewonersvereniging, een agenda voor activiteiten in de wijk, maar ook een eigen marktplaats, waar een kinderzitje wordt aangeboden en een parasol gevraagd.

Ook het ontwerp en de inrichting van de buurt zijn door de bewoners zelf gedaan. De gemeente stelde randvoorwaarden aan de zichtlijnen en de straatbreedte (in verband met hulpdiensten). Maar bewoners kozen bijvoorbeeld zelf voor een lagere parkeernorm, om zo meer ruimte te maken voor groen. Afspraak is wel dat de plantsoenen alsnog bestraat kunnen worden als de parkeerdruk te hoog wordt.

Het enige dat niet is gelukt, is een systeem om regenwater te zuiveren en gebruiken voor wc en wasmachine. Voor heel Leidsche Rijn werd een systeem aangelegd om grijs en wit water te scheiden, vertelt Boland. ‘Maar toen een monteur van het waterbedrijf per ongeluk de leidingen verwisselde, werden een paar mensen ziek en is het hele project afgeschoten. Wij wachten tot deze misser uit het institutioneel geheugen van het waterbedrijf is weggezakt en hopen dan alsnog ons grijze water te kunnen gebruiken.’

Op het gebied van duurzaam bouwen waren de eerste Kersentuin-bewoners rond de eeuwwisseling pioniers. Het uitzoekwerk dat zij lieten doen, heeft veel kennis opgeleverd waar latere zelfbouwers van profiteerden, over energieprestaties bijvoorbeeld. Gelukkig hadden de gemeente en andere partijen in die tijd nog geld beschikbaar om het experiment aan te jagen. In totaal is er bijna zeven ton subsidie verstrekt voor de ontwikkeling van de Kersentuin. Zelf betaalden de woningeigenaren duizend euro extra op de koopprijs voor de gezamenlijke parkeergarage, en in de koopsom zat bovendien een solidariteitsbijdrage aan de duurzaamheidsmaatregelen voor de huurwoningen.

Wat het allemaal heeft opgeleverd? Meer dan een heerlijke buurt om te wonen, vindt Boland. Kennis over duurzaam bouwen, bewonersparticipatie en leefbaarheid, maar ook activiteiten waar bewoners uit omliggende buurten op af komen. Enige hulp van de gemeente heb je als actieve bewoners wel nodig, zegt Boland. ‘Al is het maar om je de weg te wijzen naar subsidiemogelijkheden, of het aanschaffen van een volleybalnet. Als bewoner kun je veel zelf, maar een gemeente moet wel er wel tijd, expertise en een beetje geld in steken. Het betaalt zich ruimschoots terug.’


Kersentuintips voor gemeenten
1:
Geef bewoners ruimte en vertrouwen. Zelf kiezen waar de keuken komt is leuk, maar participatie gaat ook over je eigen leefomgeving inrichten. Waterpartij, speelbos of auto voor de deur? Zíj moeten er wonen.

2: Participatie kun je niet afdwingen, wél stimuleren met plekken waar bewoners elkaar tegenkomen. Dat kan klein zijn: een kampvuurkuil, speeltuinbeheer of een kruidentuin waar rond etenstijd bewoners peterselie komen knippen.

3: Laat het niet helemaal los. Lever expertise die bewoners niet hebben, want het is zonde als een project door kennisgebrek mislukt. Zorg voor een vast aanspreekpunt in de gemeente, dat maakt afspraken duidelijk.


Zelfbeheer in Utrecht
De Kersentuin is de enige Utrechtse buurt waar bewoners de openbare ruimte zelf hebben ingericht en vanaf het begin beheren. Maar ook voor andere buurten is zelfbeheer mogelijk. Voor diverse parken zijn (mede-)beheerovereenkomsten gesloten, op andere plekken beheren bewoners geveltuinen of groenperken of spetterbadjes, zegt Christa Hielkema-Hulshof, beleidsmedewerker wijkonderhoud.

Het zelfbeheer begon ooit als bezuiniging, maar inmiddels weet Utrecht dat informeren, overleggen en faciliteren meer kost dan de 65.000 euro die de stad voor zelfbeheer uittrekt. ‘Een opzichter langs sturen of snoeiafval ophalen is duurder dan het beheer zelf te doen of een aannemer in te schakelen. Maar dan heb je slechts een basisinrichting.’ En daar zit de winst voor Utrecht, zegt Hielkema. ‘Bewoners maken er iets veel mooiers van en houden het groen op een hoger onderhoudsniveau. Het geeft variatie en dat straalt af op de wijk.’

Het is moeilijk meetbaar te maken, maar het lijkt erop dat de zelfbeherende bewoners meer betrokken zijn bij hun buurt. ‘Ze geven eerder meldingen door, er is sociale samenhang, daar pluk je als gemeente de vruchten van.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.