of 59045 LinkedIn

‘Waterbeleid nog enorm verkokerd’

Ook krijgt Nederland in toenemende mate te maken met de keerzijde van deze piekbuien in de vorm van langere en drogere periodes.

Stortbuien leidden deze zomer tot veel ­overlast. De klimaatverandering zadelt versteende steden op met beheerproblemen. Veel gemeenten werken van incident naar incident. Hoogste tijd voor waterbeleid.

Studenten zitten in de zon op de stenen richels langs een basketveld. Verderop dienen de richels als skatebaan. In grote groene bakken staan bomen en grote heesters. Op een fraaie zomerdag lijkt er niks aan de hand op het verdiepte Van Benthemplein in Rotterdam. Toch staan we hier op het eerste ‘waterplein’ ter wereld. Want het verdiepte basketbalveld met zijn tribune-achtige richels kan in geval van een extreme plensbui gemakkelijk 1,7 miljoen liter water bergen. Niet alleen water van het plein zelf, maar ook van de daken van de omliggende kantoren, scholen en huizen uit de wijde omgeving.

‘Voorheen was het een grijze, non-descripte ruimte die er nu een stuk aantrekkelijker uitziet’, complimenteert David van Zelm van Eldik. Maar de programmadirecteur nieuwbouw en herstructurering van het Deltaprogramma vindt het waterplein vooral een voorbeeld van hoe goed Rotterdam bezig is met de voorbereiding op de klimaatverandering.

Het staat immers vast dat het niet alleen vaker, maar ook harder gaat regenen. Ook krijgt Nederland in toenemende mate te maken met de keerzijde van deze piekbuien in de vorm van langere en drogere periodes. Het KNMI bevestigde de vermoedens over de gestage klimaat­verandering eind mei in een scenariostudie. ‘Vooral steden, met hun enorme hoeveelheden verhard oppervlak kunnen het voor hun kiezen krijgen, zowel wat betreft wateroverlast als droogte en hittestress’, aldus Van Zelm van Eldik.

Rotterdam zit op het goede spoor. De stad beschikt over een programma als het Rotterdam Climate Initiative (RCI) dat zich ten doel heeft gesteld om in 2025 klimaatneutraal te zijn en emissies tegen te gaan. Daarnaast  heeft de stad ook de Rotterdamse Klimaatadaptatiestrategie uitgebracht. Daarin wordt in kaart gebracht hoe de stad zich moet aanpassen aan zowel droogte als aan wateroverlast met daaraan gekoppelde overstorten van riolen.

Waterbuffers
Van Zelm van Eldik roemt vooral het bewustwordingsproces in Rotterdam. ‘Als de schop dan toch de grond in gaat voor de uitbreiding van het metronetwerk, de bouw van een parkeergarage of de herstructurering van het Benthemplein, kijken ze in Rotterdam voortaan structureel of ze ook waterbuffers kunnen aanleggen. Zo is de loze ruimte in de hellingbaan van een parkeer­garage benut voor waterberging. Het kost wel wat extra, maar veel aanpassingen aan de klimaatverandering blijken mogelijk in een bandbreedte rond de reguliere investeringen.’

Bovendien kunnen enige extra investeringen geen kwaad. Uit een rapport van kennisinstituut Deltares blijkt dat de schade van de klimaatverandering in de miljarden euro’s kan gaan lopen. Tot 2050 rekenen wetenschappers op 45 miljard euro aan schade aan huizen, 6 miljard euro aan de openbare ruimte en 3 miljard euro aan wegen. Schade door toenemende droogte slaat vooral toe in de vorm van palenrot (25 miljard), verzakkingen (9 miljard) en hittestress en gezondheidsschade (8 miljard).

De stad is kwetsbaar. Dat blijkt wel na de tropische buien van deze ­zomer die in vrijwel elke stad in ­Nederland de straten in no time blank zetten. Nu bouwen aan de klimaatbestendige stad van de toekomst, luidde de titel van een manifest van oktober 2013.

Gemeenten wordt een belangrijke rol toegedicht, zo bleek eind juni op het Kennisfestival Deltaprogramma dat in Almere werd gehouden. Voor veel gemeenten is het onderwerp nog een compleet blinde vlek. Gastheer van het festival, wethouder ruimte, wonen en wijken Henk Mulder (PvdA), bekent dat de onderhandelaars op de laatste dag van de coalitiebesprekingen voor het nieuwe college in Almere zich afvroegen wie eigenlijk water ging doen. “Ach, Henk, doe jij dat er maar even bij”’, zegt Mulder wat beschroomd in een zaal vol waterexperts.

De wethouder doet nog een bekentenis. ‘Het is eigenlijk ongelofelijk dat een stad als Almere, door ingenieurs bedacht en veroverd op het water, zich in zijn jonge, veertigjarige geschiedenis geheel van het water heeft afgekeerd’, aldus Mulder. ‘Buitenlandse delegaties verwonderen zich over het feit dat wij bijna 200 duizend mensen huisvesten op vijf tot zes meter beneden NAP, maar het watersysteem is in onze stad geen issue.’

Stenig geheel
Het stadscentrum is een nogal stenig geheel dat zich nu als een soort terp boven parkeergarages verheft. Als het aan Mulder ligt, richt Almere zich meer naar het water. ‘Almere heeft zich altijd verzet tegen verdichting en compact bouwen. Daardoor kunnen we de rijksopgave van zestig duizend extra woningen aan zonder dat de groenblauwe longen van de stad worden aangetast.’

Hij toont plaatjes van het project Duin met woningen in een kunstmatig duin. Bij het project Oosterwold verschijnen 15 duizend woningen. Bewoners moeten met elkaar nutsfuncties als energie, riool, groen en waterberging zien aan te leggen.

In nieuw te bouwen wijken, zoals in Almere, ligt de aandacht voor de klimaatrobuuste stad voor de hand. ‘Maar het is minstens zo belangrijk dat een gemeente alle activiteiten die toch al plaatsvinden in het licht van de klimaatverandering plaatst’, zegt Bart Stoffels, partner van atelier Groenblauw in Delft.

Vindt er een eenmalige reparatie of regulier onderhoud aan de riolering plaats, kijk dan meteen of de infiltratie van het regenwater ter plaatse kan verbeteren zodat het riool bij extreme neerslag minder vaak overloopt. Stoffels. ‘Het geld voor de machines en de arbeidsuren voor de rioleringswerkzaamheden staan toch al op de begroting. Voor een beetje meer geld heb je direct extra maatregelen met resultaat.’

Zo zijn er volgens Stoffels meer snelle scores mogelijk. Hij leidde er een drukbezochte workshop over tijdens  het Kennisfestival Deltaprogramma. Moet er een plein worden opgekalefaterd? Denk dan aan een waterpartij, schaduwrijke bomen en waterdoor­latende bakstenen. Wordt het glas­vezelnet uitgebreid of moet de elektriciteitleiding vervangen? Kijk of er ruimte is voor een geveltuin.

Is de straat aan herprofilering toe? Kijk of er een molgoot kan worden aangelegd die het overtollige water afvoert naar de dichtstbijzijnde gracht. Stoffels: ‘Daarvoor is wel dringend een cultuuromslag noodzakelijk bij de beheersdiensten van gemeenten, waterschappen en nutsbedrijven. Het beheer is enorm verkokerd.

Wegen, groen, riolering, water – allemaal hebben ze hun eigen ambtenarenapparaat en hun eigen begroting. Er wordt nog veel te weinig samengewerkt.’

Meekoppelmetro
Stoffels ontwikkelde een eenvoudig instrument met een spel-element, de meekoppelmetro, waarmee ambtenaren van de verschillende diensten leren om de financiering van voor­genomen werken met elkaar en met externe partners in de stad te verbinden.

Toch is de klimaatverandering een lastig onderwerp voor de beleids­agenda, vindt Ronald Albers, die namens TNO in een consortium van grote steden, waterschappen en kennisinstellingen al vier jaar onderzoek doet naar Climate Proof Cities. Albers: ‘Het onderwerp wordt gedreven door incidenten zoals de wegschuivende veendijk in Wilnis en de hittegolf­doden in Frankrijk in 2003. Of de dramatische vierdaagse van 2006 en de tropische plensbui in Winschoten in 2013. Maar na een paar jaar is men zo’n incident weer vergeten.’

Soms kan het onderwerp echter heel eenvoudig meeliften met kleine onderwerpen, meent hij. ‘Zo zijn bijen in de stad een hype aan het worden. Overal verschijnen geveltuintjes en adopteren burgers boomspiegels. Daar schiet de klimaat­bestendigheid ook wat mee op.’

Tegelijkertijd moet de overheid haar verantwoordelijkheid nemen en elke herstructurering, herprofilering en nieuwbouwopgave aangrijpen om het ontwerp klimaatbestendig te maken. Nieuwbouw­woningen moeten om energieredenen goed zijn geïsoleerd om in de winter stookkosten te besparen, maar die drijfveer moet niet tot oververhitting in de zomer leiden.

‘Dat kan gemakkelijk worden vermeden door meer met overstek te werken’, zegt Albers. ‘In de zomer staat de zon ook hoger dan in de winter, dus de welkome zon in het voorjaar en in de winter bereikt de woning onder het overstek door.’

Waterdoorlatende tegels
Volgens hem moeten specialisten ruimtelijke ordening van de gemeente nauw samenwerken met de waterafdeling om meer water in de stad vast te houden. ‘Dat lokaal infiltreren van water kan goed werken op de zandgronden. Maar je kunt het ook best toepassen in het westen van het land. Daarbij hoef je niet meteen te denken aan enorme waterpartijen en vijvers. Meer onverhard oppervlak kun je ook bewerkstelligen door met waterdoorlatende tegels te werken in de openbare ruimte.’

Ook bouwmarkten zouden meer waterdoorlatende tegels moeten aanbieden voor de particulier die conform de trend van de laatste jaren zijn tuin liefst als totaal betegeld terras ziet. Het meest eenvoudig is echter om structureel straten en pleinen te vergroenen. Bomen en struiken zijn zeer effectief, aldus TNO. Door de bladeren ontstaat schaduw en warmen de onderliggende trottoir­tegels en stenen minder op.

Albers: ‘Groen neemt water op en verdampt water, waardoor de temperatuur op straat daalt. Tussen de tramrails kunnen grasstroken worden aangelegd. Dat kan ook veel vaker dan we denken in de middenberm van een weg.’

En dan is er nóg een belangrijk argument. ‘Door vergroening ziet de stad er veel leuker uit. Burgers ervaren de omgeving dan als prettiger.’


Gebouwen op pootjes
Op het Kennisfestival Deltaprogramma werd afgelopen juni het boek ‘Meerlaagsveiligheid: waterrobuust bouwen in stedelijk gebied’ gepresenteerd. Het in opdracht van kenniscentrum STOWA geschreven boek bevat inspirerende voorbeelden en projecten. Klimaatbestendige maatregelen bestaan op het niveau van het gebouw en op stedelijk niveau. Bij gebouwen gaat het bijvoorbeeld om drempels, verhoogd vloerpeil of zelfs verhoogd bouwen (gebouwen op pootjes). Er bestaan intussen ook drijvende of amfibische woningen (gebouwen die meebewegen met wisselend waterpeil, zoals de woningen in Maasbommel) en drijvende kassen in Naaldwijk die met gemak een tropische Westlandbui aankunnen. Op stedelijk niveau gaat om holle wegen en verhoogde trottoirranden die op straatniveau forse regenbuien kunnen bergen. Keermuren, keerwanden, al dan niet tijdelijk, behoren intussen ook tot het ontwerpinstrumentarium van stedenbouwkundigen. Het boek kost 25 euro. Zie www.stowa.nl

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.