Vurige tegenstand
Brandweervrijwilligers dragen de Nederlandse brandweer. Ze maken 85 procent uit van de korpsen. Van de 23.000 vrijwilligers zijn er 4500 lid van de Belangenvereniging voor Brandweervrijwilligers. De vereniging komt voort uit onvrede over ontbrekende invloed op onderwerpen die hen aangaan, zoals de regionalisering.
Voorzitter van de vereniging Cees van Beek, commandant van het korps Zwartewaterland: 'Samenvoeging van gemeentelijke korpsen is riskant. Wij denken dat er meer bureaucratie door ontstaat. We hebben gezien welke effecten schaalvergroting kan hebben. In het onderwijs kennen directeuren hun leraren en leerlingen hun leerkrachten niet meer. In de zorg is zo langzamerhand meer personeel bezig met administratieve processen en management dan dat het heeft geleid tot meer handen aan het bed.'
Regionalisering van de brandweer is onderdeel van de vorming van veiligheidsregio's. De brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening, komen in één centraal bestuur, is de gedachte. Net als bij de politie wordt de burgemeester van de grootste gemeente korpsbeheerder. Er komt een regionaal commandant en het gebied van de veiligheidsregio omvat precies dezelfde grenzen als de 25 politieregio's.
Grote regionale korpsen kunnen volgens minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken beter en meer materiaal aanschaffen en slagvaardiger optreden. Ze is dan ook niet blij dat in het regeerakkoord de verplichting om op korte termijn tot een regionale brandweer te komen, is geschrapt. Daarvoor in de plaats is het jaartal 2010 gekomen. Tot dan krijgen de gemeentelijke korpsen de tijd om aan nieuwe kwaliteitseisen voor de veiligheids-regio's te voldoen. Is dat het geval, dan kan alles als vanouds verder gaan. Maar als de kwaliteitseisen niet worden gehaald, wordt regionalisering door Ter Horst opgelegd.
Van Beek voorspelt dat veel vrijwilligers in de komende jaren zullen afhaken. Oorzaken: de schaalvergroting, waardoor vrijwilligers minder binding krijgen met hun korps én de steeds zwaarder wordende kwaliteitseisen. Het steeds verder opkrikken van de eisen die aan een brandweervrijwilliger worden gesteld is niet oneindig, waarschuwt hij.
Met een aantal medestanders schreef de commandant van het korps Zwartewaterland het boekje Een vurig pleidooi. Daarin schrijven ze dat de plannen met de brandweer zijn gebaseerd op een achterhaald beeld van de brandweervrijwilliger. 'De gemoedelijke, wat Swiebertjes-achtige spuitgasten, hebben plaatsgemaakt voor vakbekwame brandweervrijwilligers. Hun optreden is bezield, betrokken en professioneel. Ze staan (nog altijd) nadrukkelijk in de lokale samenleving - vaak als bindmiddel - met veel lokale kennis, waardoor ze heel snel ter plaatse kunnen komen en adequaat kunnen optreden.'
Onsportief
Burgemeester Henk Zomerdijk van Duiven is het eens met de Belangenvereniging voor Brandweervrijwilligers. Hij is niet alleen tegen de opzet van veiligheidsregio's. Zomerdijk vindt het ook onsportief van Ter Horst dat ze gemeenten die hun brandweer laten opgaan in een regionaal korps subsidie belooft ( Zomerdijk staat hierin zeker niet alleen; in Binnenlands Bestuur 47 spuwde burgemeester Aalderink van Bronckhorst ool al zijn gal over de subsidieregeling om de veiligheidsregio's te versterken).
Zomerdijk: 'Gemeenten worden zo onder druk gezet. Ze moeten in vrijuit kunnen kiezen: met de buren samenwerken of opgaan in een veiligheidsregio.' Hij vindt het 'idioot' dat Ter Horst vasthoudt aan 2010, het jaar dat alle korpsen aan een kwaliteitsnorm moeten voldoen. 'Terwijl die kwaliteitseisen nu - eind 2007 - nog steeds niet bekend zijn.' De regionalisering is gevaarlijk, meent Zomerdijk. De binding van de vrijwilligers met de gemeenschap wordt op het spel gezet. 'Daar wordt heel gemakkelijk over gedaan. Zo van: die vrijwilligers komen toch wel.'
Minister Ter Horst houdt zeker vast aan de datum van 2010. Haar woordvoerder Frank Wassenaar: 'Als de situatie in een regio op dat tijdstip niet in orde is, grijpt de minister in. In de tussentijd worden inderdaad convenanten aangeboden om de regionalisering te stimuleren. De minister is ervan overtuigd dat regionalisering een voorwaarde is om tot een aanvaardbaar niveau te komen voor brandweerzorg en rampenbestrijding.'
Wassenaar denkt dat de vrijwilligers te veel angst hebben voor rigoureuze veranderingen. 'Er wordt gesproken over het sluiten van lokale kazernes en posten. Dat gebeurt natuurlijk niet als daarmee het functioneren minder wordt. Als de aanrijtijden te lang zouden worden, gaat sluiting van kazernes niet door. Het is juist de bedoeling een kwaliteitsslag te maken'.
Gerrit Haverkamp promoveerde in oktober 2005 op het proefschrift Vuur als gemeenschappelijke vijand. In zijn dissertatie stelt Haverkamp vast dat de bereidheid om vrijwillige brandweerman- of vrouw te worden niet snel afneemt. Het avontuur, het gevoel iets te doen voor de gemeenschap en de beloning, spreken genoeg burgers aan. Maar, heeft de socioloog ervaren, de druk moet niet te hoog worden, anders haken zelfs de 'helden' af.
Inzetbaar
Vrijwillige brandweerman Ruud van Vliet herkent zich in de schets van Haverkamp. Hij is vrijwillig ondercommandant van Alkmaar en vice-voorzitter van de Belangenvereniging van Brandweervrijwilligers. Hij is al dertig jaar vrijwilliger. Van Vliet heeft een winkel, waardoor hij meestal meteen inzetbaar is. Hij heeft hart voor de zaak. 'En dan zie ik met pijn in het hart dat er in Den Haag van alles wordt bedacht, waar wij helemaal niet bij zijn betrokken'.
De vrijwilligers horen met regelmaat van de klok dat het allemaal nog beter moet. 'Bijscholen en meer oefenen. Oké, daar is bijna iedereen wel toe bereid. Maar er zijn grenzen. Het is geen goed geluid als mensen gaan klagen dat ze er zo langzamerhand een baan bij hebben.' Van Vliet laat er meteen op volgen dat de belangenvereniging niet blind is voor de voordelen van samenwerking in een groter verband. 'Zeker op terreinen als materieel, opleiden en oefenen. Maar geef ons de kans in te haken en mee te praten hoe een en ander in de praktijk kan uitpakken.'
De vrijwillige commandant heeft de indruk dat de minister vooral heeft gekeken naar de grote korpsen in de Randstad. 'Dat zijn grote beroepskorpsen. Er spelen veel grotere risico's.' Van Vliet denkt aan zee- en luchthavens, industriegebieden en belangrijke doelen voor terroristen. Anders ligt het in zijn Noord-Holland-Noord, en andere, meer landelijke regio's als Zeeland en Drenthe. De korpsen daar hebben nog weinig tot niets gedaan aan clustering.
Een en ander betekent dat de brandweer en rampenbestrijding in Nederland op dit moment op de ene plaats centraal is georganiseerd en op andere plekken worden die taken nog steeds uitgevoerd door gemeentelijke korpsen. Er zijn zogenaamde koplopers. Rotterdam-Rijnmond is er zo één. Op 1 juli vorig jaar is de brandweer van Rotterdam als eerste korps opgegaan in de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR). In november volgden de gemeente Lansingerland, in januari Capelle aan den IJssel en in april Krimpen aan den IJssel.
In de toelichting op haar wetsvoorstel onderstreept minister Ter Horst dat schaalvergroting voor de hulpdiensten onontkoombaar is: 'Veiligheid is bij uitstek een lokale aangelegenheid, maar gemeenten zijn vaak te klein om zich goed voor te bereiden op alle typen branden, rampen en crises'. Ze zijn bovendien nog te veel gericht op 'klassieke situaties' en niet op nieuwe dreigingen zoals terrorisme, pandemie of nucleaire ongevallen. Om dat te ondervangen dient er volgens Ter Horst een robuuste organisatie te staan die grootschalige en complexe calamiteiten kan opvangen.
Die visie delen Van Vliet en van Beek met de minister. Maar ze schiet door, vinden ze. De hele organisatie wordt op zijn kop gezet voor het professionaliseren van een klein deel van het werk. Want 95 procent van de tijd die de brandweer in actie komt, gaat het om preventie, voorbereiding en daadwerkelijk optreden bij branden en hulpverlening. De rest van de tijd gaat op aan rampenbestrijding.
Enschede en Volendam
De vuurwerkramp in Enschede en de cafébrand in Volendam zouden aantonen dat de brandweer anders georganiseerd moet worden. De hulpdiensten zouden volgens de onderzoeken naar die rampen beter moeten worden georganiseerd. Van Beek is het daar niet mee eens: 'De rapporten laten niet zien dat je alles groter moet maken. Nee, de inbedding van de brandweer in de gemeenten moet juist dieper.' De commandant begrijpt niet hoe deze 'misvatting' maar kan voortleven. 'Het ging er bij die incidenten juist om dat de brandweer er niet bovenop zat of niet kon zitten, niet in de gemeentehuizen was doorgedrongen.'
Van Beek komt tot een andere conclusie: de brandweer moet meer ingebed worden in de organisatie van de gemeente. Zijn vereniging pleit voor het infiltreren in de haarvaten van de ambtelijke organisatie, bestuur en samenleving. 'Laat ons betrokken worden bij het verlenen van vergunningen, laat ons meepraten bij bouwen woningtoezicht en stedelijke ontwikkeling.' Daarnaast blijft er volgens Van Beek en de belangenvereniging genoeg ruimte om in samenwerkingsverbanden te oefenen op rambestrijding.
Van Beek gaat nog even door: 'Voor de gemeenschap is regionalisering ook een slechte zaak. De vrijwilligers zijn de ogen en oren van de organisatie. Krijg je grotere gehelen, dan neemt de afstand toe. Letterlijk en figuurlijk. De minister denkt dat een regionaal bestuur efficiënter is. Dat zal niet zo uitkomen. Als de vrijwilligers tegen bureaucratie aanlopen, ben je nog verder van huis.'
Een vurig pleidooi is gestuurd aan alle politici die nog invloed kunnen hebben op de besluitvorming. Binnenkort begint de Tweede Kamer met de behandeling van het wetsvoorstel. Van Beek: 'Het is een soort testament, een laatste waarschuwing'.
Vrijwilliger minder vanzelfsprekend
De aantrekkingskracht van de vrijwillige brandweer wordt minder vanzelfsprekend, blijkt uit de recente enquête Staat van Vrijwilligheid die de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding hield. Ruim de helft van de commandanten deed mee. 66,4 procent zegt moeilijkheden te hebben bij het vinden van vrijwilligers. Belangrijke oorzaak volgens de commandanten: werkgevers geven minder vaak toestemming geven, vooral doordat het aantal loze meldingen en kleine brandjes toeneemt. Een andere reden is dat de vrijwilliger niet altijd meer dichtbij de kazerne werkt.
De commandanten waarschuwen verder voor de toenemende druk (combinatie werk, privé en de steeds zwaardere eisen), die vrijwilligers boven het hoofd groeit. Er wordt op aangedrongen hen parttime in dienst te kunnen nemen en de werkgever die een vrijwilliger afstaat belastingvoordeel te gunnen. De Tweede Kamer heeft minister Ter Horst van BZK gevraagd met een Beleidsvisie te komen over 'het behoud en beschikbaarheid van de vrijwilligers bij de brandweer'. De Kamer wil weten of regionalisering gevolgen zal hebben voor de animo voor de vrijwillige brandweer.