of 58959 LinkedIn

Unie van Waterschappen: de vertrekkend - en komend voorzitter

Verbind je nog meer met andere partijen, zegt scheidend voorzitter van de Unie van Waterschappen Peter Glas. Zijn opvolger Hans Oosters wil vooral fiscale en ­juridische belemmeringen voor waterschappen wegnemen.

Verbind je nog meer met andere partijen, zegt scheidend voorzitter van de Unie van Waterschappen Peter Glas. Zijn opvolger Hans Oosters wil vooral fiscale en ­juridische belemmeringen voor waterschappen wegnemen.

Peter Glas, vertrekkend voorzitter: ‘Trek op met gemeente’

Zes jaar voorzitterschap van de Unie van Waterschappen heeft de blik van Peter Glas op het werk van de waterschappen verbreed. De waterschappen moeten groot én klein denken; meevaren in de boven- en onderstroom, zegt de watergraaf van waterschap De Dommel.

Dat kan alleen in goede samenwerking met alle betrokkenen, stelt Glas. ‘Ons verhaal gaat altijd over dijken, gemalen en waterzuivering. Maar eigenlijk gaat ons werk over veiligheid, over kwaliteit van de leefomgeving en over volksgezondheid. Wij dragen bij aan de leefbaarheid voor de komende vijftig tot honderd jaar. Daarvoor moeten we ons verbinden met de partijen om ons heen.’

Kritische tweets
Glas is van huis uit bioloog, gedreven om te werken aan een gezond ecosysteem. Dat kan in het groot: hij is voorzitter van de internationale waterorganisatie OECD Water Governance Initiative en stuurt kritische Engelstalige tweets uit over het Parijse klimaatakkoord. Maar het kan ook klein. Voor de deur van zijn waterschapskantoor in Boxtel heeft het waterschap een wandelpark langs de Dommel aangelegd. Glas loopt er graag een rondje. En in de tuin van zijn eigen woning heeft hij de waterhuishouding aardig op orde. Hij is spaarzaam met tegels en ontlast met een regenton het gemeentelijk riool.

Ook voor het werk van de waterschappen wijst hij op die twee niveaus. ‘Wij hebben een rol in de bovenstroom, dan gaat het over de delta, zeespiegelstijging, klimaatveranderingen; de grote thema’s. Tegelijkertijd zijn wij actief in de onderstroom: het lokaal sluiten van kringlopen, je eigen leefomgeving waterproof maken, zelfvoorzienend zijn met water. Waterschappen moeten hierin nog meer met gemeenten optrekken, want daar liggen kansen.’

Hij noemt de op te richten wijkwaterfondsen in Brabant en Gelderland, waar met bijdragen van overheden en goede doelen de bewoners zelf gaan werken aan een waterrobuuste leefomgeving. ‘Het op lokale schaal oplossingen zoeken voor watervraagstukken gaat een vlucht nemen. Als wij energie en grondstoffen uit rioolwater kunnen halen, dan kunnen bedrijven of woonwijken dat ook, de techniek gaat razendsnel.’

De waterschappen moeten dat niet als een bedreiging zien (verlies van werk), maar als kans. Zo heeft zijn waterschap in Tilburg de bouw van een eigen afvalwaterzuivering door vier grote bedrijven gefaciliteerd. ‘Wij kunnen hierdoor onze vervangingsinvesteringen uitstellen. Er zijn bovendien verdroogde natuurgebieden in de buurt waar het gezuiverde water naartoe kan worden gebracht.’

Voor de echte ommekeer naar een duurzame samenleving is echter meer nodig dan mondiaal meepraten en lokaal pionieren. De transitie vraagt een duidelijke keuze van de nationale overheden. Hij bekritiseert het halfslachtige Nederlandse beleid en een politieke elite die achter de wetenschap en de innovaties aanhobbelt. ‘Voor dit vraagstuk hebben we leiderschap nodig dat je op dit moment meer ziet bij industriële dan politieke leiders. De waterschappen zitten daar dichter bij; wij zijn met onze taken nauw verbonden aan het bedrijfsleven. Daar kunnen spannende nieuwe dingen uit komen.’


Hans Oosters, komend voorzitter: ‘Weg, die belemmeringen’

Toen zijn voorganger zes jaar geleden aantrad als voorzitter van de Unie, moest hij knokken voor de plek van de waterschappen in het bestuurlijke landschap. Het bestuursorgaan was onbekend en onbemind onder burgers en overbodig volgens politici.

Dat is veranderd. De waterschappen hebben met hun bijdragen aan het Deltaprogramma, de circulaire economie en het waterproof maken van landelijk en stedelijk gebied laten zien dat hun expertise van belang is: van alle overheidslagen zijn de waterschappen koploper op het gebied van energiebesparing en zelf opwekken van duurzame energie. Ver buiten de landsgrenzen verspreiden zij wateroplossingen. En op efficiencygebied is er ook een stap gezet. Na diverse fusies zijn er sinds 1 januari nog 22 waterschappen over.

Kortom, over het bestaansrecht van de waterschappen wil hij niet meer in discussie. Sterker, de waterschappen willen meer ruimte om hun taken te volbrengen. Oosters: ‘In 2017 zijn er Tweede Kamerverkiezingen. Samen met gemeenten en provincies willen we bij de kabinetsformatie inbrengen dat wij als decentrale overheden ruimte moeten krijgen ons werk goed aan te pakken. Dat verdraagt zich niet met langdradige structuurdiscussies. Wij willen over de grenzen van overheidslagen heen kijken en samenwerken met burgers, belangengroepen en bedrijven. Dat vragen we ook van de rijksoverheid en daar willen we met een volgend kabinet harde afspraken over maken.’

Concreet gaat het voor de waterschappen dan om fiscale en juridische belemmeringen waar zij op dit moment tegenaan lopen. De btw-heffing van 21 procent waarmee elke samenwerking tussen overheden wordt belast, bijvoorbeeld. Plannen voor gemeenten en waterschappen om samen wateroverlast aan te pakken of energie op te wekken, lopen daardoor spaak. Oosters: ‘Iedereen vindt het mallotig dat een goed project strandt op fiscale regels. Waarom ijlt het aanpassen van die regels dan na? Het kabinet kan er gewoon mee beginnen.’

Gemiste kans
Een ander voorbeeld: als een waterschap door innovatieve technieken het water zo schoon weet te maken dat het als grondstof aan de chemische industrie kan worden geleverd, is het waterschap voor de belastingdienst een waterbedrijf en moet vennootschapsbelasting betalen. Gevolg: langere terugverdientijd; investering voor het bedrijfsleven niet meer interessant; gemiste kans.

Het tweede grote punt in het overleg met medeoverheden komend jaar gaat over de waterkwaliteit. Het rijk moet scherpe keuzes maken, zegt Oosters, óók als die pijnlijk zijn voor de agrarische en farmaceutische industrie. ‘We zullen een landelijke discussie moeten voeren over welke stoffen in het afvalwater ervoor zorgen dat Nederland niet voldoet aan de Europese richtlijn voor veilig water. Je kunt de waterschappen vragen om dat probleem aan het eind van de keten op te lossen, met hele dure technische maatregelen. Maar het is natuurlijk veel kosteneffectiever om problemen bij de bron op te lossen: afspraken maken met producenten en ziekenhuizen’, zegt hij. ‘De tijd van pappen en nathouden is voorbij.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.