of 59236 LinkedIn

'Te strak om het goed te doen’

De invoering van de Omgevingswet zal met zekerheid verschuiven, zegt minister Schultz van Haegen. En ook over de kosten van het digitaal stelsel is het laatste woord niet gezegd. ‘Nu komt het moeilijkste deel van het proces.’

De invoering van de Omgevingswet zal met zekerheid verschuiven, zegt minister Schultz van Haegen. En ook over de kosten van het digitaal stelsel is het laatste woord niet gezegd. ‘Nu komt het moeilijkste deel van het proces.’

Minister Schultz over uitstel Omgevingswet

Ja, de geplande ingangsdatum van de Omgevingswet per 1 juli 2019 is van de baan. ‘Daar komt een verschuiving in’, zegt minister Schultz van Haegen (Infrastructuur & Milieu, VVD) onomwonden. Wordt het één jaar uitstel, twee wellicht? Daarover doet Schultz geen uitspraak. ’Je kunt zeggen: ik doe het zo krap mogelijk, maar dan moet je misschien over een tijdje wéér uitstellen. Maar als je het ruimer doet, gaan gemeenten wellicht achterover hangen.’ Deze zomer volgt een definitief besluit over de termijn.

De mammoetwet zelf (waarin 26 wetten uit het omgevingsrecht zijn gebundeld) en de vier bijbehorende AMvB’s kwamen volgens Schultz, ‘onder stoom en kokend water nog redelijk op tijd tot stand’. Nee, de reden voor het uitstel ligt in ‘de complexiteit van de ministeriële regelingen en de Aanvullingswetten bodem, geluid, grond en natuur. Wat we bedacht hadden, is te strak om het ook echt goed te doen. En ik heb het liever zorgvuldig dan snel.’ Het uitstel heeft, zegt ze, vooralsnog geen gevolgen voor de uiteindelijke einddatum van de transitie in 2029.

Veel gemeenten zullen opgelucht halen. Een op de drie gaf dit voorjaar aan niet op tijd klaar te zijn voor de invoering van de wet.
‘Een kwart van de gemeenten experimenteert al met een omgevingsplan. Dat vind ik veel gezien het feit dat de invoeringswet nog moet komen. En bijna allemaal zijn ze bezig om zich voor te bereiden. Wat betekent de wet voor mij? Wij zullen die gemeenten blijven begeleiden met handboeken, experimenten, pilots. Maar dan nog is het een ingewikkeld proces. Het hangt er ook vanaf hoeveel mensen je als gemeente hebt die op ruimtelijk vlak zijn gespecialiseerd. En of die mee willen veranderen in de geest van de Omgevingswet. Alles moet open en transparant worden, ruimtelijke plannen moeten steeds worden aangepast. Dat vergt niet alleen een inhoudelijke begeleiding, maar ook een culturele omslag.’

Bent u daar optimistisch over?
‘Wel over de ambtenaren, al zal dat per persoon verschillen. Ik maak me meer zorgen over de politiek. De Omgevingswet biedt bestuurders de ruimte om eigen afwegingen te maken en gemotiveerd af te wijken van ruimtelijke plannen. Gaan ze dat doen, of verschuilen ze zich achter de regeltjes? Je hebt wethouders nodig met durf.’

Inspraak van burgers is bij de Omgevingswet een belangrijk punt. Nu vindt elke gemeente op het gebied van burgerparticipatie het wiel uit. Waarom bent u ertegen om een vast model in de wet op te nemen dat in het buitenland met succes wordt gebruikt?
‘Omdat ik daar niet in geloof. Wie had er een paar jaar geleden gehoord van internetconsultatie? Het zou me niet verbazen als je straks elk nieuw omgevingsplan als burger thuis op de computer in 3D kunt bekijken. Een model kan al die nieuwe ontwikkelingen nooit ondervangen. En het maakt ook nogal uit of het een dakkapel betreft of een nieuwe fabriek. De Omgevingswet gaat uit van gezond verstand. Je moet tegenover de buitenwacht aantonen dat je goed over het plan hebt nagedacht. Je moet mensen meenemen in het proces waardoor je, als je een keer een foutje maakt, er niet meteen op wordt afgerekend.’

Elke gemeente moet budget vrijmaken om zich op de wet te prepareren. Soms vijf, zes jaar lang. Ook voor een kleine gemeente kan dat in de miljoenen lopen. Bent u bereid hen te compenseren?
‘We hebben veel om de tafel gezeten en er afspraken over gemaakt. Wij dragen de initiële kosten voor het opzetten van het model. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de exploitatie. Het is niet de bedoeling dat wij ze daarvoor extra gaan compenseren. Ik denk dat het meevalt. Als je eenmaal een integraal ruimteplan hebt, kun je straks veel sneller zien wat wel of niet mag. Dan kun je dus ook met minder regels en vergunningen toe en bespaar je meteen geld. Tegelijk begrijp ik best dat het leerproces je extra uren kost.’

Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) dat het gemeenten en aanvragende burgers en bedrijven gemakkelijker moet maken, is bij de invoering van de wet zeker niet klaar. Wat betekent dat straks voor de gemeentelijke dienst verlening?
‘Je kunt zo’n stelsel pas vormgeven als je de wet- en regelgeving duidelijk hebt. Dus inderdaad, je hebt als gemeente straks niet meteen het ultieme ondersteuningsmodel. Het systeem is zo ingericht dat het met kleine stapjes verder opbouwt. Vanaf 2024 gaan we dat steeds interessanter maken. Maar je moet je bij de invoering van de wet wél de basis hebben die er nu ook is. Geen verslechtering.’

Er leven veel zorgen over de financiering en de ambities van het DSO. Hoe voorkomt u dat het net zo’n miljoenen verslindende mislukking wordt als de Basisregistratie Personen? Een eerste DSO-offerte bleek al meteen twee keer zo hoog als de geraamde kosten.
‘Dit soort onderdelen zijn het spannendst. Die wetgevingsoperatie was al groot en complex, maar het hele informatiestelsel dat de boel in gang zet, moet nog gerealiseerd worden. Het IPO, de Unie van Waterschappen, de VNG en wij hebben bij de start met elkaar een inschatting gemaakt over de kosten. Maar je ziet nu al dat er veel meer kosten aan vast zitten. Ieder kwartaal hebben we nu een go- en no go-moment. Bij elk nieuwe stapje kijken we of het wel oplevert wat we nodig denken te hebben. De ambitie is onverkort hoog.’

Bent u niet bang dat een voor gemeenten essentiële digitale tool zo wordt uitgekleed of onbetaalbaar wordt?
‘Daar ben ik zeker niet bang voor. We kunnen een systeem neerzetten dat gewoon goed is. Het is wel complex en ingewikkeld en we doen zoiets niet elke dag. Het vertalen van een wet in computertaal – daar zit gewoon een heel grote gap tussen. Op dat punt kon ik de Eerste Kamer ook niet geruststellen. Dit wordt het moeilijkste deel van het proces. Maar het gaat wel gebeuren. Over de kosten moet je elke keer blijven overleggen: is het wel de moeite waard? Je kunt ook een DSO maken dat biedt wat we nu al bieden. Dan werkt het ook.’

Aan een andere eis van de Eerste Kamer moest u wel toegeven. Niet alleen de aanvrager, maar ook de gemeente kan straks beslissen of een kortere algemene of een uitgebreide procedure wordt ingezet. Staat dat niet haaks op de filosofie van de wet?
‘Ik vond dat inderdaad heel jammer. Altijd overal die haakjes inbouwen, want stel je voor dat iemand iets verkeerd doet…. De waterschappen willen een verplichte watertoets, de brandweer een brandtoets en voor je het weet zit je weer in het oude systeem. Wat we afgesproken hebben is dat gemeenten niet een uitgebreide procedure kunnen verplichten, maar het wel bij de initiatiefnemer kunnen aandragen. Die moet beslissen. Dus het is een beetje in between. Natuurlijk bewaak je het liefst de schoonheid van het systeem. En voor het grootste deel zijn we erin geslaagd de kerstballen die allerlei groeperingen nog in de boom wilden hangen, erbuiten te houden. Maar soms moet je het toch doen.’ Lachend: ‘Dat wordt straks de voornaamste taak van mijn opvolger: zorgen dat het gedachtegoed van de Omgevingswet overeind blijft.’

Vindt u het niet jammer het proces niet te mogen afmaken?
‘Als je bijtekent, moet je voor de hele periode gaan en zeker weten dat je die uitdient. Na twaalf jaar is het tijd voor een ander. Ik hoop dat het iemand wordt met veel aandacht voor de uitvoeringskant.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.