of 59236 LinkedIn

Stadsvernieuwing in het slop

Sandra Olsthoorn Reageer
Stadsbestuurders zijn in paniek nu blijkt dat bezuinigingen op stadsvernieuwing er vanaf 2011 daadwerkelijk komen. ‘Het gaat gewoon niet zonder dat geld.’

Bizar! Een kleine ramp! Dit kan écht niet! Sommige wethouders van grote en kleinere steden komen superlatieven tekort wanneer ze hun ongerustheid uiten over geplande bezuinigingen door het rijk op stedelijke vernieuwing. Anderen, onder wie de Rotterdamse wethouder Hamit Karakus, weigeren het simpelweg te geloven: ‘Dit moet koste wat kost worden teruggedraaid. Sterker nog, er moet geld bij. Als we met zijn allen vinden dat er 500 duizend woningen moeten worden bijgebouwd, dan kan ik dat niet rijmen met een halvering van het geld dat daarvoor beschikbaar is.’

 

Lang dachten gemeenten dat het wel los zou lopen met de bezuiniging op het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV). Al onder het vorige kabinet was besloten dat het budget voor het opknappen van wijken en bouwen van woningen op termijn met ongeveer de helft kon worden teruggebracht. Na vijftien jaar grotestedenbeleid en intensieve investeringen moest het leed in de meeste steden wel zo’n beetje geleden zijn, en met 112 miljoen euro per jaar was er nog steeds een mooi bedrag om nieuwe problemen in wijken mee aan te pakken.

 

De bezuiniging stond in de boeken vanaf 2011. Dat leek ver weg, en bovendien, hadden niet opeenvolgende ministers steeds erkend dat het vinden van nieuwe bouwlokaties steeds moeilijker werd? En die veertig Vogelaarwijken waren toch echt geselecteerd uit een rijtje van 140 wijken die er allemaal in meer of mindere mate slecht voorstonden. Nee, met dat ISV zou het uiteindelijk wel in orde komen. Maar nu het moment nadert dat het geld voor een nieuwe periode van vijf jaar wordt verdeeld, slaat de paniek in de steden toe. Want niets wijst erop dat men op het ministerie voor Wonen, Wijken en Integratie van gedachten verandert. In de recente Miljoenennota wordt nog altijd onverkort vastgehouden aan de bezuiniging per 2011.

 

Trigger money, zo wordt het ISV-geld in jargon ook wel genoemd; het is een potje om investeerders mee te lokken. Gaten in de begrotingen van onrendabele, maar door gemeenten nodig geachte bouwprojecten worden ermee gedicht, en in risicovolle projecten worden marktpartijen ermee verleid. Als de overheid zelf in de bouw van een winkelcentrum investeert, dan wekt dat vertrouwen bij weifelende projectontwikkelaars, is het idee. Is dat geld er niet, of is er minder van, dan vrezen de gemeenten minder investeringen.

 

Bel een van de tientallen gemeenten die nu ISV-geld ontvangen en allemaal hebben ze de lijst paraat van projecten waarvan ze vrezen dat die bij een bezuiniging niet worden gerealiseerd. Zo ook wethouder Jan Hamming van Tilburg. ‘Wij zijn bezig met het opknappen van elf wijken en een havengebied. Dat zijn gigantische, langdurige projecten. Als ik minder geld krijg uit het ISV, betekent dat simpelweg dat een aantal daarvan niet doorgaat.’ En dat belooft volgens hem weer weinig goeds voor het leefklimaat in die wijken: ‘We zijn er in Tilburg trots op dat we geen Vogelaarwijk hebben. Maar dat betekent niet dat hier niks moet gebeuren. We hebben een gigantische vernieuwingsopgave. Dat zijn projecten die voor marktpartijen zelden wat opleveren. Het ISV is nodig om dat op gang te houden.’

 

Meer risico’s

 

Zijn Rotterdamse collega Karakus stelt dat in tachtig procent van alle stedelijke vernieuwingsprojecten in zijn gemeente publiek geld zit.Valt het ISVgeld weg, dan kan ook hij een deel van die projecten wel opdoeken, schat hij. Maar het kabinet snijdt daarnaast zichzelf in de vingers, redeneert Karakus, als het de bezuiniging doorzet.

 

‘De politiek wil meer bouwen ín de steden, in plaats van steeds aan de randen uit te breiden. Dat is echter heel ingewikkeld en brengt voor investeerders meer risico’s met zich mee. Als de betonwagens in de file staan, kost dat de projectontwikkelaars geld, en de procedures voor bouwen in de stad zijn langer. Alleen de vergunningen kosten al veel meer tijd. De marktpartijen hebben straks de keuze om te bouwen in een weiland of in de stad. Nou, dan kan ik wel raden wat ze gaan doen.’ En, benadrukt de duidelijk geagiteerde Rotterdamse wethouder, als de overheid minder geld kan leggen bij de stedelijke vernieuwingsprojecten in de stad, dan worden die projecten gewoon duurder. Burgers krijgen dan de rekening, bijvoorbeeld omdat de prijzen van woningen omhoog gaan. ‘Rotterdam heeft arme bewoners. Dat geld kán niet bij hen vandaan komen. Het gaat gewoon niet.’

 

Dát er een flink budget nodig is voor stedelijk vernieuwing beaamt ook Gerard Schouw, directeur van het Nicis Institute, het kennisinstituut voor stedelijk beleid. ‘Stadsvernieuwing is natuurlijk nooit af, er dienen zich voortdurend nieuwe opgaven aan. Neem de groei van het aantal eenpersoonshuishoudens. Dat is een ontwikkeling die vraagt om een heel andere woningvoorraad. Sommige steden hebben te maken met krimp, dat is ook nieuw. Vanuit dat perspectief is het vreemd om het budget met de helft te willen korten.’ Daarnaast zal de losgebarsten kredietcrisis de noodzaak van trigger money vergroten, denkt Schouw. ‘Projecten die net niet rendabel zijn, zullen nu door investeerders als eerste aan de kant worden gelegd. Het investeringsklimaat zal veel slechter worden dan de afgelopen jaren. Het zijn de wijken waar dat het meest gevolgen zal hebben.’

 

Maar doorgaan op de weg die de laatste jaren is gevolgd, is volgens Schouw ook geen optie. ‘Gemeenten versimpelen de kwestie met hun eenzijdige roep om meer geld vanuit het rijk. Er zijn ook andere oplossingen. Je kunt denken aan een belastingaftrek voor woningverbetering. Of het verruimen van het lokale belastinggebied, zodat gemeenten zelf projecten kunnen financieren. Het rijk wil dat niet, maar het zou een oplossing kunnen zijn.’

 

Ook de uitgangspunten van het stedelijke vernieuwingsbeleid moeten opnieuw worden bekeken, vóór er zomaar weer in allerlei projecten geld wordt gepompt. ‘Gedegen onderzoek naar wat echt nodig is, ontbreekt. De investeringsopgave is vermoedelijk hoger, maar zeker weten doen we het niet. Er is ook weinig afstemming. Het is soms een soort wild west, men lijkt maar wat te doen. Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Gouda zijn bijvoorbeeld tegelijk bezig met het ontwikkelen van hun stationsgebieden. Dat gaat elkaar onherroepelijk in de weg zitten; ze richten zich allemaal op dezelfde vastgoedmarkt. Ga nou eerst eens met elkaar om de tafel om de uitgangspunten te bepalen voor je zomaar verder gaat met losse projecten hier en daar.’

 

Versnipperd

 

Het pleidooi van Schouw sluit aan bij een oproep van de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv). Die stelde recent in een brief aan minister Vogelaar dat die eerst maar eens een visie moet ontwikkelen op de samenhang tussen het ISV-geld en de krachtwijken. Wat wil de minister nou eigenlijk? Een advies kreeg ze ook gelijk mee: het geld wordt nu veel te veel versnipperd, vindt de Raad. Het ISV-budget moet meer worden geconcentreerd in de Vogelaarwijken. Dat advies is tegen het zere been van de vele gemeenten die nu ISV-geld ontvangen, maar geen Vogelaarwijk hebben, zoals Tilburg.

 

Een andere knuppel werd deze week in het hoenderhok gegooid door de Werkgroep Aanbodzijde Woningmarkt en Financiering Woningbouw. Die presenteerde een rapport in opdracht van de ministeries van Vrom en WWI. De werkgroep zet vraagtekens bij de aanname van gemeenten dat als zij geen geld meer in projecten steken, marktpartijen dat ook niet meer zullen doen. Nu worden markteffecten door de ISV-subsidies zo gedempt dat onduidelijk is hoe de markt reageert als die wegvallen. Mogelijk zijn de gevolgen veel minder dramatisch dan gemeenten voorstellen.

 

Genoeg te overdenken en onderzoeken voor de minister, maar de gemeenten waarschuwen dat de tijd wegtikt. Karakus: ‘De plannen liggen al klaar, we weten in de stad precies wat we moeten doen. Ik wil daar afspraken over maken, maar in plaats daarvan gaat het steeds alleen over het geld en ligt de boel stil. Ik moet weten wat ik kan verwachten, net als de markt. Hoe langer deze onzekerheid duurt, hoe moeilijker het wordt. Het is geen zielig verhaal dat ik hier loop op te hangen, het is realiteit.’

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.