Onder de rook van de regionalisering
Rotterdam is grijs vanaf de 23ste etage van het World Port Centre, maar eenmaal in de lichte werkkamer van Maikel Lenssen is de buitenwereld snel vergeten. Lenssen is als hoofd Executieve Ondersteuning van de regionale brandweer van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond verantwoordelijk voor de opleidingen in de regio. Hij zit nu ruim anderhalve maand op zijn plek.
Medio 2006 ging in hot spot Rotterdam Rijnmond - met ruim een miljoen inwoners, de haven, een vliegveld, de petrochemische industrie en een zeer drukke infrastructuur - de eerste operationele veiligheidsregio in het land van start. Daarin werken brandweer, geneeskundige hulp, politie havenbedrijf en milieudienst samen. Tot 2010 krijgen de overige vierentwintig regio's in het land de tijd het Rotterdamse voorbeeld te volgen.
Aangeschoven is ook Cees Berkhout, leider van het team Opleiden en Oefenen van de afdeling Executieve Ondersteuning. Lenssen schenkt koffie in en steekt meteen van wal als hem wordt gevraagd of de veiligheidsscore in de regio al is opgekrikt van een zes min naar een zeven, zoals minister Ter Horst dat graag zou zien . Lenssen: 'Die conclusie is nog wat prematuur, maar we zijn er druk mee bezig. Ik verwacht dat we die score zeker zullen halen. Waar we onder meer naar toe willen met onze brandweermensen - en dan heb ik het met name over de vrijwilligers - is dat ze alleen de dingen hoeven doen waarvoor ze bij de brandweer zijn: uitrukken, incidenten bestrijden en oefenen.
De randverschijnselen, zoals het begeleiden en organiseren van oefeningen, al die beheersmatige taken, daar moeten ze van verlost worden. Je kunt een vrijwillige brandweerman moeilijk plannen laten tekenen of opleidingen en een leerwerkplek laten organiseren. Dat kost veel tijd. Maar je kunt ze uitstekend als ervaren leerwerkplekbegeleider op laten treden. Daar zullen we creatief mee om moeten leren gaan, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we dat nog niet helemaal hebben gerealiseerd. Je moet niet denken dat als je vandaag een plan ontwerpt het morgen gerealiseerd is in een brandweerorganisatie van in totaal zo'n zeventienhonderd man sterk.'
Andere oplossingen
Ruim anderhalve maand geleden heeft Rotterdam-Rijnmond een begin gemaakt met de uitvoerende ondersteuning, laat Lenssen weten. Zo krijgen bijvoorbeeld de instructeurs op alle niveaus een bijscholing, zowel inhoudelijk als didactisch, en om de uniformiteit te waarborgen zal dat centraal gebeuren. Dat dit tot een kwaliteitsverbetering zal leiden, staat volgens de brandweerofficier vast. Cees Berkhout voegt eraan toe dat er voorheen grote verschillen tussen de korpsen waren als het op oefenen aankwam. 'Vrijheid, blijheid' voerde de boventoon. 'Nu gaan we dat veel meer uniformeren en zal het hier en daar zwaarder worden. Je bent verplicht een voorgeschreven aantal uren te oefenen.'
Lenssen durft echter wel de stelling aan dat er momenteel geen korps in Nederland is dat al volledig aan die leidraad voldoet. 'Dat heeft er mee te maken dat die nieuwe richtlijn nog volledig geïmplementeerd moet worden, maar daarnaast kost het ook behoorlijk wat inspanning om dat op de punt en de komma voor elkaar te krijgen. Neem een bevelvoerder. Die moet honderdtachtig uur per jaar oefenen. Dat is een halve dag per week. Dan moet je behoorlijk aan de bak. Als beroeps kun je dat misschien nog wel redden met wat clusteren en handig combineren, maar ik geef het je te doen als je vrijwilliger bent en je het van je avonduren moet hebben.'
Berkhout: 'Het blijkt dat één week aaneengesloten oefenen veel effectiever is dan steeds een paar uur, verdeeld over een langere periode. Maar daarover moet je wel met de werkgevers van vrijwilligers tot overeenstemming komen, bijvoorbeeld door hen een financiële vergoeding aan te bieden.' Lenssen knikt instemmend: 'Je zult andere oplossingen moeten verzinnen. Vrijwilligers werken veelal op een andere plaats dan waar ze wonen. Je kunt je afvragen of je niet mee moet gaan oefenen in de buurt van de werkplek.'
Een uniform opleidings- en oefensysteem voor de hele veiligheidsregio heeft zeker voordelen, maar rechtvaardigt dit het nut en de noodzaak van een regionale brandweer? De Bossche gemeentesecretaris Irma Woestenberg liet eind vorig jaar in dit blad weten dat zij daarvan niet overtuigd was. Over regionalisering van de rampenzorg zal niemand haar horen, maar volgens Woestenberg is negentig procent van het reguliere werk van de brandweer lokaal van aard en als manager vindt zij het maar een rare zaak dat die negentig procent wordt geregeld in een organisatie die is toegerust op slechts tien procent van de taken. Maikel Lenssen kent de kritiek.
'Ik begrijp het wel, maar ik ben het er niet mee eens om de doodeenvoudige reden dat rampenbestrijding gebouwd is op het fundament van een goede basiszorg. Incidentenbestrijding is van origine gemeentelijk georganiseerd, maar als je ziet hoe wij hier uitrukken, dan kennen we geen gemeentegrenzen meer maar operationele grenzen. Soms kan het korps van een andere gemeente dan waar het incident is, er sneller zijn en wordt de burger dus sneller hulp verleend. Als je dat in ogenschouw neemt, heb je al een groter deel van de activiteiten dan die tien procent rampenbestrijding. Waar het om draait is dat je goed met elkaar kunt samenwerken, ook op de beheersmatige aspecten, en dan is in veel gevallen de gemeentelijke schaal niet het niveau waarop je de zaken moet organiseren.'
Door de regiovorming is volgens Lenssen bij veel mensen het beeld ontstaan dat ergens op een kantoor centraal in de regio van alles wordt bestierd. 'Daar is geen sprake van. De lokale kazernes blijven gewoon gehandhaafd. Voor de vrijwilligers verandert er feitelijk niet veel. En als je naar preventie kijkt, is het duidelijk dat die sterk plaatsgebonden is, maar ook dat je expertise vaak op een grotere schaal moet organiseren.'
Gebrekkige communicatie
De beroepskrachten in de nieuwe regio's kunnen oefenen wat ze willen en de ene opleiding na de andere volgen, maar zonder brandweervrijwilligers zou het onbegonnen werk zijn. Nederland telt ongeveer dertigduizend brandweerlieden en van hen is ruim tachtig procent vrijwilliger. In Rotterdam-Rijnmond ligt dat percentage op bijna zestig, maar buiten de stedelijke gebieden is het niet uitzonderlijk als alleen de locale commandant een beroepskracht is.
Overigens is de term vrijwilliger enigszins misleidend, want degenen die daar wekelijks zo'n tien tot vijftien uur aan besteden, krijgen wel een financiële vergoeding, al zal geen enkele vrijwilliger het daarvoor doen. 'Een vaste jaarlijkse toelage van driehonderd euro, vijftien euro uitrukvergoeding en tien euro 'piepergeld', somt Jacco Scheer op. Scheer is in het dagelijks leven accountant en daarnaast al jarenlang vrijwilliger, eerst als ambulancechauffeur en nu al meer dan zeven jaar bij de brandweer in Berkel en Rodenrijs. Tevens is hij bestuurslid van de Vakvereniging Brandweervrijwilligers en voorzitter van het Regionaal Platform.
Volgens Scheer zijn bij de vorming van de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond grote fouten gemaakt die te maken hebben met de snelheid waarmee een en ander moest worden gerealiseerd. 'Wij zijn in november 2006 toegetreden tot de regio en we kregen meteen te horen dat ze alles voor ons gingen regelen. Daar is het eerste jaar niets van terechtgekomen. Je kunt ook niet van het ene moment op het andere roepen dat je alle opleidingen gaat verzorgen. Een voorbeeld. We zijn allemaal first responder geworden. Dat houdt onder meer in dat ook de brandweer bij een reanimatie kan worden opgeroepen. Prima. Maar dat diploma verloopt na een jaar en als je je organisatie nog aan het opbouwen bent, heb je niet voldoende tijd en mensen om die opleiding te volgen. Dat geldt nog steeds.'
En daar blijft het niet bij, want ook de communicatie vanuit Rotterdam laat veel te wensen over, constateert de Berkelse vrijwilliger. 'Als er iemand op de grond ligt met een hartstilstand, verwacht de burger dat er een gele wagen komt voorrijden en geen rode. De eerste paar keer was dat een drama. Konden wij aan de burgers gaan uitleggen hoe dat zat.'
Een goede communicatie met de werkgever is van essentieel belang om je vrijwilligers te behouden en nieuwe te werven, betoogt Scheer. 'Naast het wekelijks oefenen, ben je zo vijf hele dagen per jaar kwijt aan cursussen en die zijn wel overdag. Nu horen we al dat werkgevers hun personeel eigenlijk alleen nog willen afstaan voor grotere incidenten. Vanuit Rotterdam willen ze dat de postcommandant hier in Berkel het relatiebeheer doet met de werkgevers, maar daar heeft hij geen tijd voor. Het gevolg is dat er niets gebeurt.'
Desgevraagd laat Maikel Lenssen weten de lokale inbedding en betrokkenheid van de vrijwilligers een groot goed te vinden. 'Vandaar dat die rol is neergelegd bij de postcommandanten en tot op heden is niet gebleken dat ze daar geen tijd voor hebben. Maar je moet er wel rekening mee houden dat het een andere rolinvulling is dan in het verleden bestond.'
De vraag is of Scheer niet wat al te negatief is over de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Zo moeten de kostenbesparende schaalvoordelen een accountant toch aanspreken? Scheer: 'Als je het goed zou regelen, zij die schaalvoordelen er inderdaad, maar dan moet je het wel goed regelen. In het district Waterweg zitten zes fulltime personeelsfunctionarissen, in Zuid vijf, net als in Noord en Oost. Voeg je die afdelingen samen, dan zou je de efficiency flink vergroten. Maar dat gebeurt niet, want dat zou wel eens arbeidsplaatsen kunnen kosten. We blijven hier in de regio in districten denken.'
En dan is er nog de discussie over de medezeggenschap in de veiligheidsregio. Scheer legt uit dat die is gebaseerd op de formele arbeidsduur van het personeel. Voor een beroepskracht is dat 36 uur per week, voor een vrijwilliger twaalf uur. 'Dat betekent dat de vrijwilligers veel minder vertegenwoordigd zijn. Het gevaar bestaat dat die zich straks niet meer herkennen in de organisatie, met als gevolg dat de betrokkenheid minder wordt en ze afhaken.' Maar Scheer denkt dat de soep niet zo heet wordt gegeten als die wordt opgediend. Hij spreekt eerder van kinderziekten die de veiligheidsregio wel te boven komt bij een evenredige verdeling van de vertegenwoordiging in de medezeggenschap.
Lenssen voorziet geen problemen wanneer de vrijwilligers na de binnenkort te houden OR-verkiezingen proportioneel vertegenwoordigd zullen zijn in de overlegorganen. 'In districten met veel vrijwilligers, zoals Voorne-Putten en Goeree-Overflakkee, zal de onderdeelscommissie overwegend uit vrijwilligers bestaan. In een meer stedelijk gebied met heel veel beroepspersoneel zal er een grotere vertegenwoordiging van beroepspersoneel zijn.'
De onvrede onder de vrijwilligers beperkt zich niet tot de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. In het midden van het land vergadert het bestuur van de nieuwe Vakvereniging Brandweervrijwilligers. In een jaar tijd hebben zich al ruim vijfduizend van de 23.000 vrijwilligers aangemeld. De vereniging wil directe zeggenschap voor deze 'vergeten' groep, of het nu om arbeidsvoorwaarden of om regionalisering gaat.
Belasting
De belasting wordt te groot voor de vrijwilligers, die dezelfde taken uitvoeren en dezelfde opleidingen volgen als de beroepskrachten, meent voorzitter Cees van Beek, commandant van het korps Zwartewaterland. Maar voor Van Beek is dat niet de enige oorzaak van het dreigende verloop. 'Door de schaalvergroting zal de bureaucratie toenemen en als wij niets doen zullen de belangen van de vrijwilligers nog verder ondersneeuwen.'
'De doorstroming naar de hogere rangen is volledig geblokkeerd in het huidige opleidingsstelsel', constateert vice-voorzitter Ruud van Vliet, ondercommandant van Alkmaar en al dertig jaar vrijwilliger. 'Voor de nieuwe officiersopleiding ben je een paar jaar bezig, zo'n drie dagen per week en allemaal overdag. Dat is geen haalbare kaart meer voor vrijwilligers. Het komt erop neer dat ze in de hogere rangen af willen van vrijwilligers. Daarmee creëer je een gigantisch gat tussen de toplaag en de werkvloer. Daar is onze vereniging ingesprongen, want dat gat wordt alleen maar groter', aldus de Alkmaarse middenstander.
'In de officiersopleiding kom je nauwelijks nog in aanraking met vrijwilligerskorpsen. Als je gegarandeerd wilt zijn van werkzaamheden en snel kennis en ervaring wilt opdoen, dan loop je heel vaak stage bij een beroepskorps, want daar is de kans op uitrukken groter', aldus Erwin Baron, secretaris van de vereniging, beleidsmedewerker brandweer en rampenbestrijding en waarnemend commandant van Laarbeek in de veiligheidsregio Zuidoost Brabant. 'Vrijwilligers hebben een enorme betrokkenheid, maar als de organisatie te log wordt, krijg je een acht tot vijf mentaliteit en gaan ze afhaken. Er is een professionalisering aan de gang die volstrekt is losgezongen van de werkelijkheid Daarom moet er meer aandacht komen voor vrijwilligers, want het vakmanschap staat onder druk en de flexibiliteit van het management neemt sterk af', meent Baron.
Desondanks blijft de Brabantse brandweerman hoopvol over de toekomst voor de 23000 brandweervrijwilligers. 'Het op eigen kracht organiseren van invloed en zeggenschap over je eigen zaken is toch het mooiste dat er is? En daar gaan we voor, samen met de Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding.'
Veiligheidsregio = politieregio
Nederland kent vijfentwintig veiligheidsregio's waarvan de grenzen samenvallen met die van de politieregio's. In de veiligheidsregio's werken gemeenten, brandweer, politie en geneeskundige hulp samen om de veiligheid van de burgers optimaal te waarborgen bij incidenten die variëren van 'dagelijkse' branden en ongevallen tot grootschalige rampen en crises. De wettelijke basis vormt de Wet op de veiligheidsregio's die is ingediend bij de Tweede Kamer. Net als bij de politieregio's wordt de burgemeester van de grootste gemeente de voorzitter van de veiligheidsregio, terwijl de dagelijkse leiding in handen komt van een regionaal algemeen directeur. Het is de bedoeling te zijner tijd het regionaal politiebestuur samen te voegen met het bestuur van de veiligheidsregio.
Voor de feitelijke realisering van de veiligheidsregio's speelt de regionalisering van de brandweerkorpsen een belangrijke rol. Volgens het regeerakkoord hoeven de gemeentelijke korpsen niet per se op te gaan in een regionale samenwerking, maar dan moeten ze van minister Ter Horst vóór 2010 voldoen aan de nieuwe kwaliteitseisen die voor de regio gelden (momenteel zijn die eisen nog niet bekend). Is dat niet het geval, dan zal de minister alsnog regionalisering opleggen, heeft ze verschillende keren laten weten. Intussen stimuleert de minister de regiovorming door convenanten te sluiten met veiligheidsregio's waarin zij extra gelden beschikbaar stelt indien brandweerkorpsen opgaan in een regionaal korps.
'Brandweerzorg kreeg enorme impuls'
'Na de rampen in Enschede en Volendam heeft de hele brandweerzorg een enorme impuls gekregen en is het accent meer komen te liggen op het opleiden en toetsen onder realistische omstandigheden', zegt Ronald Kraan, medewerker preparatie in het brandweerteam van de gemeente Aalten, vrijwillig postcommandant in Dinxperlo en bestuurslid van de Vakvereniging Brandweervrijwilligers. Op zichzelf is dat positief, maar het probleem is dat ik de mogelijkheden daarvoor mis. Als ik brandwachten in spe op een realistische manier wil laten kennismaken met hitte en rook moet ik uitwijken naar een trainingsinstituut dat op drie kwartier rijden van Aalten ligt. Daarmee ben je al een halve avond kwijt. Bovendien hangt daar wel een prijskaartje aan, want die trainingsinstellingen zijn bijna allemaal commercieel. Dat kan ik twee keer doen, maar daarna krijg ik van de veiligheidsregio te horen dat het te duur wordt.
Daar komt nog bij dat een oefenscenario - en trouwens ook een examen - een stuk minder realistisch is dan de werkelijkheid. Met realistisch veel rook zie je een kandidaat niet eens meer. Maar als die kandidaten eenmaal zijn geslaagd, zou je ze wel met een gerust hart mee moeten kunnen nemen op de wagen. Bij een goede binnenbrand heb ik daar zo mijn vraagtekens bij. Aan de andere kant zijn er ook gevallen waarin de gevraagde bekwaamheden juist weer niets, of heel weinig, te maken hebben met de realiteit.
Zo hebben we hier een vrijwilliger die al dertig jaar meeloopt. Rijschoolhouder, een voortreffelijk chauffeur die anderhalf miljoen kilometer schadevrij heeft gereden. Die man stuurt een dertientons voertuig met twee vingers in zijn neus door het dorp. Maar sinds midden vorig jaar heb je een diploma brandweerchauffeur nodig om op een wagen met alle toeters en bellen te mogen rijden. Die man was druk met zijn werk, is wars van formules en heeft pas laat het online theorie-examen gedaan. Prompt gezakt met een 4 en daarna met een 1. Die vragen hadden weinig te maken met rijvaardigheid en alles met het vraag hoe je de totaalweerstand van een vastgeraakt voertuig vaststelt. Zulke zaken zijn niet erg motiverend voor een vrijwilliger.'