of 59250 LinkedIn

Nijmegen gaat voor groen

Nederland dient in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn. Om dat te bereiken, moeten gemeenten al vanaf 2020 aan de slag. Op bezoek bij de huidige  European Green Capital  Nijmegen. ‘Gras is goed, dat koelt ‘s nachts af.’

Nederland dient in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn. Om dat te bereiken, moeten gemeenten al vanaf 2020 aan de slag. Op bezoek bij de huidige European Green Capital Nijmegen. ‘Gras is goed, dat koelt ‘s nachts af.’

Klimaatadaptie concreet gemaakt

Zeg ‘klimaat’ en binnen de kortste keren gaat het over reductie van CO2- uitstoot. Het is het nummer-één-thema waarvoor overheden beleid maken en waarmee ze zich profileren. En ja, natuurlijk is het verstandig de oorzaak van klimaatverandering weg te nemen, maar intussen warmt de aarde op en krijgen steden steeds vaker te maken met extreme neerslag, extreme warmte en extreme droogte. Wat valt daaraan te doen? Nijmegen, European Green Capital 2018, timmert hard aan een klimaatbewuste inrichting van de stad.

‘Weet je, we hebben natuurlijk al een enorme slag geslagen met de dijkteruglegging, waardoor wij onze stad hebben beschermd tegen hoogwater van de Waal’, zegt wethouder Harriët Tiemens in haar statige werkkamer in het zestiende-eeuwse stadhuis. Een gesprek over het klimaatbewust maken van de stad kan in Nijmegen niet anders dan beginnen met de verbreding van de Waal, het in 2015 voltooide megaproject om de pieken in smelt- en regenwater – zoals ook deze maand – af te voeren. ‘We voldoen aan de nieuwste normen van hoogwaterveiligheid’, zegt Tiemens trots.

De vraag was eigenlijk of er een visie ligt om de stad klimaatbestendig te maken, maar de wethouder begint liever meteen concrete projecten en maatregelen op te sommen. Zoals, naast de dijkteruglegging, de regenwaterinfiltratie in de Waalsprong. In deze Vinexwijk aan de overkant van de rivier worden al sinds 2003 regenpijpen en straatkolken niet meer aan de riolering gekoppeld, maar zakt het regenwater via wadi’s – komvormige grasbeddingen – langzaam in de grond.

‘We willen dat het regenwater zoveel mogelijk via gras de grond ingaat, want dan wordt het meteen gezuiverd. Dat dunne laagje gras met wortels houdt al het vuil – bacteriën, zware metalen, stikstof, fosfaten – tegen en dan komt het water schoon in vijvers of ons grondwater. Dat is straks ons drinkwater’, zegt Ton Verhoeven, senior adviseur water & klimaatadaptatie die met zijn collega Han Derckx de wethouder bijstaat tijdens het interview.

Toch had de gemeente in 2001 nog bijna besloten om voor regen wateropvang grote ondergrondse bassins te bouwen. ‘Vervolgens pomp je het alsnog in het riool’, aldus Verhoeven. ‘Toen heeft iemand gezegd: dat is een end-of-pipe oplossing. We moeten naar de bron, we moeten gaan afkoppelen. Dat begon toen net te leven.’

Infiltratieriool
Door bij aanleg van nieuwe riolering, wegaanpassing en herinrichting de regenwaterafvoer anders in te richten is nu zo’n 15 procent van de oude stad afgekoppeld. Aanvankelijk liet de gemeente het regenwater in een poreus infiltratieriool belanden vanwaar het de grond inzakt. Inmiddels is ze overgestapt op een goedkopere aanpak om bij herinrichting regenwater van woningen en straten zoveel mogelijk te leiden naar tot wadi omgebouwde plantsoenen.

Het zijn noodzakelijke maatregelen om in 2050 klimaatbestendig te zijn, een afspraak die voor heel Nederland is vastgelegd in het Deltaprogramma. De vraag is of gemeenten precies weten wat ze tegen die tijd gedaan moeten hebben? ‘Dat hebben we helemaal duidelijk, toch?’, vraagt Tiemens aan Verhoeven. Dat hangt ervan af, licht de beleidsambtenaar toe.

Het onlangs verschenen Deltaplan ruimtelijke adaptatie stelt dat een stad klimaatbestendig en waterrobuust is als de overlast door overstroming, regenwater, hittestress en droogte is weggenomen. ‘Hoe je daar komt, moeten we in 2020 precies weten.’ Want in 2020, zo is de afspraak, gaan gemeenten van start met maatregelen om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Over twee jaar moeten ze dus weten wat hun te doen staat.

Het overstromingsgevaar in Nijmegen is alvast gedecimeerd met de dijkteruglegging en de risico’s van regenwateroverlast zijn in kaart gebracht. Om die overlast te beperken moet de gemeente samenwerken met woningcorporaties, burgers en bedrijven. Zeker in het centrum, waar felle buien veel overlast bezorgen en 90 procent van de grond particulier bezit is. De riolering van de Waalstad is berekend, zoals bij veel gemeenten, op 20 tot 25 millimeter regen per uur. Te krap voor een heel felle bui, waarbij in tien minuten 80 millimeter kan vallen.

Volgens de modellen komt zo’n bui eens in de tien jaar voor, maar in Nijmegen is zo’n bui inmiddels gevallen in 2009, 2011, 2012, 2014 en 2015. De riolering vergroten zou honderden miljoenen kosten. Dus wil de gemeente samenwerken met gebouw- en grondeigenaren om af te koppelen en verharding te verwijderen. Hoe minder verharding, hoe meer regenwater de grond in kan zijgen. Nijmegen wil zelfs ‘regenwaterneutraal’ worden, hoewel nog onduidelijk is wat dat precies betekent. Er bestaat nog geen norm voor.

Rode vlekken
Overlast door hitte en droogte is een stuk lastiger te beteugelen dan wateroverlast. ‘Droogte, daar weten we weinig van, zoals alle gemeenten eigenlijk’, aldus Verhoeven. Het wordt nog vooral gezien als probleem van het buitengebied, maar laat ook zijn sporen na bij de bomen, plantsoenen en parken in de stad. Wordt vervolgd dus.

Hittestress heeft Nijmegen laten vastleggen in kaartjes. Die kleuren in het stadscentrum donkerrood (van de hitte), aan de randen donkergroen (koeler) en er tussenin verschillende tinten oranje en groen. Hitte ontstaat door verstening en te weinig ventilatie. Tijdens een hittegolf piekte de thermometer om twaalf uur ‘s nachts in het Nijmeegse centrum tot 29 graden Celsius, 7 graden warmer dan aan de rand van de stad. Vooral de nachtelijke hitte is een probleem. ‘Als je niet kunt slapen, omdat de stad niet afkoelt’, aldus Verhoeven.

18 procent van de Nijmegenaren ondervindt regelmatig of vaak overlast van warmte in hun woning. Hittestress wordt nogal eens weggelachen. Onterecht, vindt de klimaatambtenaar. De hittegolf van 2003 kostte 1.400 tot 2.000 Nederlanders het leven en de voorspelling luidt dat in 2050 hittegolven mogelijk drie of vier weken voortduren.

De rode vlekken op de hittekaart kan de gemeente deels met aangepaste stedenbouw wegwerken, legt Han Derckx uit. Het hittebeleid is nog niet klaar, maar sommige zaken zijn wel duidelijk. ‘Als we allemaal donkere gebouwen, veel stenen en weinig groen hebben, vangen we veel hitte op. Je moet stenen vervangen door groen. We moeten eigenaars overhalen een groen dak of een groene gevel aan te leggen.’

Zelf heeft de gemeente de 2,3 miljoen euro opbrengst uit de verkoop van een drinkwaterwingebied aan het drinkwaterbedrijf besteed aan aanleg van parken en vergroenen van stenige wijken. Nijmegenaren hoeven vanuit hun woning nooit verder dan driehonderd meter te lopen naar buurtpark of natuur. Het groene dak staat nog in de kinderschoenen. Ondanks de subsidie (sinds 2014) zijn er nog maar zestig tot zeventig daken vergroend. Te weinig om een verschil te maken.

Dit jaar wil de gemeente er onder de vlag van Nijmegen Green Capital 2018 ‘vol tegenaan’, zegt Tiemens. De gemeente gaat initiatieven van inwoners, gemeente, bedrijven, kennisinstellingen en regionale partijen aan elkaar knopen ‘zodat we ook een mooie erfenis hebben van het Greencapitaljaar en er straks hele straten beter bij liggen. We stimuleren ‘blitzacties’ om met permacultuur tuinen minder stenig te maken.’

Met die actie is de gemeente vorig jaar begonnen. Tuineigenaren konden hun tuin gratis laten inrichten, ‘maar dan moesten ze wel bij hun buren of ergens anders meehelpen aan zo’n tuintje.’ Het verhaal naar de burger is niet klimaatadaptatie, benadrukt Derckx. ‘Het verhaal is: groen is gezellig, groen geeft sociale cohesie en groen hoort er gewoon bij.’


Europese pluim
Medio 2016 riep de Europese Commissie Nijmegen uit tot Green Capital of Europe 2018. Het persbericht van destijds meldde: ‘Nijmegen presenteerde een duidelijke, geïntegreerde omgevingsvisie voor de stad en maakte indruk op de jury met de brede betrokkenheid van stakeholders en burgers.’ Alle Europese steden met minstens 100.000 inwoners mogen meedoen met de competitie. ‘Winnaars laten zien dat ze voldoen aan hoge milieustandaarden,’ aldus het persbericht, ‘en dat ze zich inzetten voor ambitieuze milieudoelen, onderbouwd met praktische toepassingen van duurzame ontwikkeling.’


‘Minder tegels is minder opwarming’
Op een grijze ochtend staat Ton Verhoeven op zijn fiets te wachten bij het kleine Dichterspark: in het midden gras en een waterspeelplek, rondom een pad, lage struiken en een enkel boompje. Eerst stond hier een school, later wilde een ontwikkelaar er een flat van vier verdiepingen bouwen.

‘Bewoners vonden dat niet fijn en zijn naar de wethouder gestapt’, vertelt de senior adviseur water & klimaatadaptie. De gemeente Nijmegen had destijds, een jaar of vijf geleden, besloten dat er meer buurtparkjes moesten komen. ‘Toen is gezegd: we bouwen niet, kopen de bouwtitel af en beginnen een participatieproject.’ Nu de verharding weg is, ‘heb je een halve hectare groen, dus geen extra hittestress.’ Hoe zorg je dat zo’n parkje hitte absorbeert? ‘Gras is goed, dat koelt ‘s nachts af en geeft zo koeling in de wijk. Beter zou het zijn als er meer bomen stonden.’ Nu is midden in het parkje één schriel boompje bijgeplant. ‘Mensen willen zicht op hun kinderen en dan moet je toch meebuigen.’

In een fietstochtje tussen parkjes, plantsoenen en groene gevels laat Verhoeven zien hoe Nijmegen afgelopen jaren heeft gewerkt aan klimaatadaptatie. Rode lijn: minder steen en meer groen om regenwater te laten infiltreren en oververhitting van de stad te voorkomen. Juist in de oudere wijken is dat lastig. Daar moet het noodzakelijke groen en afkoppelen bij elkaar worden geharkt met kleine projectjes. In de Hazenkamp – veel jarendertigwoningen en twee onder één kap – zwaait Verhoeven zijn fiets aan de kant. Hier is een ambtenaar alle deuren afgegaan om eigenaren te vragen hun regenpijp van het riool af te koppelen. Deelnemers zijn te herkennen aan de geribbelde stoeptegels die het water van de tuin naar de straat leiden.

In Oud-West, waar de bebouwing stedelijker en dichter is, wijst Verhoeven naar de voet van de bomen langs de straat. ‘Hier hebben we de boomspiegel groter gemaakt.’ Dat is gebeurd op verzoek van de bewoners, die er planten in gezet hebben. ‘Je hebt minder tegels, dus minder opwarming en je hoeft minder vaak terug te komen, want de boomwortels drukken minder de tegels omhoog.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.