of 59080 LinkedIn

Nieuw leven op Talibanplein

Tien jaar van verpaupering van hun dorpshart, een projectontwikkelaar die beloften brak en een wethouder met de naam Starreveld. De bewoners van Gilze hadden reden genoeg om – op z’n minst – sceptisch te zijn over de plannen van de gemeente Gilze Rijen om de vastgelopen ontwikkeling van het Brabantse dorp ter hand te nemen.

Tien jaar van verpaupering van hun dorpshart, een projectontwikkelaar die beloften brak en een wethouder met de naam Starreveld. De bewoners van Gilze hadden reden genoeg om – op z’n minst – sceptisch te zijn over de plannen van de gemeente Gilze Rijen om de vastgelopen ontwikkeling van het Brabantse dorp ter hand te nemen. Willem Starreveld liet de ‘bak modder’ van de horde boze Gilzenaren lijdzaam over zich uitstorten die grimmige avond in het dorpshuis. Zwijgzaam ook, zonder weerwoord of discussie. Dat bleek essentieel om het contact met zijn dorp te herstellen.

Niet dat Starreveld (ruimtelijke orde­ning, lokale partij Kern’75) niks te zeggen had. Integendeel. De wethouder met een verleden in de wereld van media en communicatie stond stevig op zijn tong te bijten. Het was hem door zijn communicatiespecialisten ten strengste verboden om met de boze burgers in debat te gaan. Volgens hen was er maar één manier om weer enige vooruitgang te krijgen in de spaakgelopen plannen en verstoorde verhoudingen met het dorp: ‘Alle bagger over me heen laten komen. Luisteren en knikken. Erkennen dat er fouten zijn gemaakt.’ Daar hoefde hij op dat podium voor driehonderd man geen toneel voor te spelen. ‘Als ik daar als burger had gezeten, was ik misschien nog wel feller geweest.’

Oude melkfabriek
Want wat was het een puinhoop geworden met de centrumplannen van Gilze. Letterlijk lag er nog altijd het puin van een oude melkfabriek, na bijna tien jaar plannen maken voor ingrijpende veranderingen in het dorp en dreigende onteigeningen. Manshoog onkruid, hekken eromheen. Het Talibanplein, klinkt het in de volksmond sinds iemand er met een dronecamera beelden van maakte die doen denken aan een platgebombardeerd strijdtoneel in desolaat gebied.

Het was niet allemaal de schuld van de gemeente. Gilze Rijen had de pech in zee te gaan met projectontwikkelaar Nieuwe Borg, die er samen met twee directeuren van woningcorporatie Laurentius een vermeend frauduleuze handelswijze op nahield, zegt Starre­veld. Ze verkochten elkaar grond te duur door en profiteerden samen van de extra opbrengst. Had de gemeente dat kunnen voorkomen? Een mooie vraag voor een raadsonderzoek. Starreveld maakt zich er wat gemakkelijk vanaf. ‘Ik begrijp zelf ook niet waarom we er als gemeente al die jaren niet in zijn geslaagd iets van de grond te krijgen. Hoe kan ik het uitleggen als ik het zelf niet snap?’

Dankzij de economische crisis kwam Gilze nog aardig weg. Terwijl de gemeente, onraad ruikend, de bestemmingsplanwijziging tegenhield, stortte de markt voor de geplande massale woningbouw in. De ontwikkelaar raakte in financiële problemen, mede door alle negatieve publiciteit rondom Nieuwe Borg. Het contract werd ontbonden, de plannen gestaakt. De oude fabrieksgrond was nog steeds in bezit van de ontwikkelaar. Een naastgelegen voormalig sportterrein – wel in handen van de gemeente – bood kansen om in elk geval iets te doen om het centrum van Gilze een impuls te geven. Maar hoe kreeg de gemeente daar na alle ellende nog draagvlak voor in het dorp?

Zakkenvullers
Starreveld besloot de hulp in te schake­len van communicatieprofessionals (bureau Maatschap voor Communicatie). Eerlijke communicatie en burgerparticipatie, was hun antwoord op de vraag van de wethouder. En zo stond Starreveld die avond in het dorpshuis alle kritiek te incasseren.

Dat ging er hard aan toe, vertelt hij. ‘Ik was nog herstellende van een heup­operatie, maar kreeg de verwensing naar mijn hoofd geslingerd dat ik snel weer in het ziekenhuis mocht belanden. Andere opmerkingen? Dat ik arrogant ben, mijn beloftes niet nakom, dat alle politici leugenaars en zakkenvullers zijn, dat ik nu mijn best deed met het oog op de verkiezingen, maar dat ik straks het dorp weer in de kou laat staan.’

Het was best heftig, zegt Starreveld. Maar hij vertrouwde op de gekozen aanpak van de experts en voelde zich daardoor gesteund. Dat was bij een planpresentatie in het verleden anders ge­weest. ‘Toen zat ik daar met Nieuwe Borg tegenover een heel boze zaal en voelde ik me aangevallen. Nu zorgden de gespreksleiders van het communicatiebureau ervoor dat persoonlijke aanvallen werden omgebogen naar bruikbare kritiek, of gepareerd door andere mensen uit de zaal. Daardoor hoefde ik niet in een verdedigende rol te schieten. Ik kon laten zien dat we het oppakten om ervan te leren en samen verder te gaan.’

Die aanpak werkte, volgens Starreveld. Op volgende bijeenkomsten – eerst in een klankbordgroep, later voor een volle zaal – raakten de gemeente en bewoners langzaam weer met elkaar in gesprek. ‘We kregen discussies over wat we wel en niet willen in het dorp. Weer een avond verder stonden we met z’n allen over een maquette gebogen en te schuiven met bouwblokken om te kijken hoe we het ideale centrum konden realiseren. Zelfs de kerk werd even verplaatst.’

Starreveld had met de nieuwe aanpak ook steun van de politiek en voelde zich groeien in zijn rol. ‘Ik liep niet langer achter de feiten aan, we hadden als college weer de lead.’

Busreis
Er volgden een ontwerpsessie, een busreis met bewoners langs verge­lijkbare dorpscentra ter inspiratie, een expertmeeting met lokale architecten en ontwikkelaars. ‘Zij konden ons veel vertellen over de huidige markt. De busreis leerde ons veel over de logistiek rondom een supermarkt in een dorpscentrum: hoe regel je parkeren, laden en lossen. En vooral, hoe niet.’

De wethouder en zijn team betrokken bij hun zoektocht alle criticasters uit het verleden. ‘Zo nodigden we een lokale journalist uit die vele kolommen had gevuld met het neersabelen van de gemeente over het centrumplan. We zeiden: “Als jij weet hoe het wel moet, vertel het ons dan maar.’’’

Het centrumplan, met woningen, parkeerruimte, (verplaatste) detailhandel en aantrekkelijke openbare ruimte, bestaat desondanks alleen nog op de tekentafel. De gemeente Gilze Rijen is met de curator van Nieuwe Borg in moeizame onderhandeling over het aankopen van de grond. De wethouder richtte zijn energie daarom op het naastgelegen voormalige sportterrein. Aanvankelijk hadden Nieuwe Borg en de gemeente hier plannen voor een dichtbebouwde woonwijk. Het dorp had daar grote weerstand tegen: sportverenigingen moesten wijken, groene ruimte ging verloren.

Sceptisch
Inwoners stonden sceptisch tegenover de wethouder nu hij zonder ontwikkelaar een nieuw plan wilde maken. ‘We hebben veel met hen overlegd, een kwaliteitsteam ingesteld en samen een visie ontwikkeld. Nu wordt het een parkachtige woonwijk voor maximaal 160 woningen met ruimte voor collectief particulier opdrachtgeverschap en veel groen.’ Het bestemmingsplan voor dit deel van de plannen werd onlangs onherroepelijk, zonder inmenging van de Raad van State.

Starreveld ziet daarin bewijs dat het mogelijk is om een dorp uit zijn weerstand te halen en in een kritische, maar constructieve modus te krijgen. Je moet daarvoor als wethouder wel oprecht zijn, zegt hij. ‘Je kunt nog zo goed toneel spelen, er komt pas echt iets van de grond als je met hart en ziel gaat voor die samenwerking.’

Dat doet Starreveld, zegt hij zelf. ‘Ik woon al 35 jaar in Gilze en zit in de politiek omdat ik iets moois van het dorp wil maken. Ik wil als menselijke bestuurder worden gezien, niet als zakkenvuller of opportunist. Ik wil laten zien dat we er keihard voor werken.’

‘Er werd over ons heen gewalst’
Alles goed en wel, met een oprechte wethouder en een goedgekeurd bestemmingsplan. Maar het echte centrumplan is nog steeds een puinhoop, zegt klankbord­groeplid Mieke Appels. ‘In het dorp ziet niemand het gebeuren, men lacht erom. Het is te groot aangepakt, in de verkeerde tijd en op de verkeerde plaats. Er sluiten hier al jaren meer winkels dan er geopend worden.’

Appels is als bewoner grenzend aan het plangebied al jaren bij de plannenma­kerij betrokken. ‘In het begin werd over ons heen gewalst. We moesten alles uit de krant vernemen. De gemeente danste achter de project­ontwikkelaar aan alsof het de rattenvanger van Hamelen was.’

Inmiddels is het contact vriendelijk en praktisch. ‘De plannen worden keurig uitgelegd, maar we hebben er niet veel inbreng in. De meeste bewoners denken: ach, maak er maar wat van, als het terrein van de melkfa­briek maar fatsoenlijk bebouwd wordt.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.