Jihad en witte woede
Gezusterlijk zaten ze onlangs naast elkaar in de raadzaal van het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes: Annette Linden, expert op het gebied van extreemrechts, en Froukje Demant, onderzoekster van islamitisch radicalisme. Op verzoek van het stadsdeel verzorgden ze voor raadsleden en ambtenaren een expertmeeting over het thema radicalisering en het meest vergevorderde stadium daarvan: extremisme.
Kern van hun betoog: de radicalisering aan de rechterzijde van het politieke spectrum en de radicalisering van islamitische jongeren vertonen meer overeenkomsten dan men wellicht geneigd is te denken. Wie de onderliggende motieven van de radicaliserende jongeren bestudeert, ziet frappante overeenkomsten.
De veronderstelling dat er wel eens gelijkenissen konden zijn had het stadsdeel op het idee gebracht om deskundigen van uiteenlopende disciplines eens uit te nodigen. Een beter begrip van de onderliggende drijfveren kan behulpzaam zijn bij het herkennen én tegemoettreden van radicalisering in het algemeen, is de filosofie.
Volgens Linden en Demant bevat extremisme, in welke vorm dan ook, altijd vijf vaste elementen. Extremisten ervaren een gevoel van acute dreiging, van een eigen gemeenschap die onder druk staat. Tweede vaste waarde: er is altijd een extern, bedreigend kwaad. Het antwoord daarop is het creëren van een utopie. Die moet (stap vier) worden gerealiseerd door uitverkorenen uit de eigen groep. Desnoods, in het uiterste geval, met 'zuiverend geweld' - het vijfde element.
Voor rechts is de bedreigde gemeenschap het eigen (blanke) ras, het eigen volk, of in een minder uitgesproken vorm de eigen cultuur, de nationale identiteit. De dreiging komt van 'volksvreemden', 'volksvijanden', veelal gepersonifieerd in allochtone immigranten.
Ook de AIVD, de 'linkse kerk' en de politici die de volksvreemden helpen worden gezien als tegenstander. De utopie is dat iedereen van het eigen ras of volk op het eigen territorium (land, stad, wijk) leeft in harmonie. De uitverkorenen die dit doel moeten verwezenlijken zijn de mensen van het eigen volk.
Aan islamitische zijde is het de moslimgemeenschap die wordt bedreigd door kruisvaarders en de afvalligen. De utopie die men nastreeft is een volledig islamitische wereld. De strijders zijn de ware gelovigen, die in de meest extreme variant kunnen overgaan tot geweld in de vorm van 'jihad'.
In beide ideologieën vormt bereidheid tot geweld het sluitstuk van een proces. Alleen wie geweld ziet als gerechtvaardigd en desnoods de wapens daadwerkelijk ter hand wil nemen, kan worden gekwalificeerd als extremist. Verreweg de meeste aanhangers van een radicaal gedachtegoed zetten deze laatste stap nooit, aldus Linden en Demant.
Voor de overheid is het dus van groot belang de kleine minderheid die echt extremistisch is, te identificeren. Daartoe is allereerst gedegen kennis van de diverse stromingen binnen rechts en de islamitische wereld vereist (zie aparte kaders).Vervolgens kunnen aanbevelingen worden geformuleerd, waarbij het aangaan van een dialoog in alle twee de gevallen misschien wel de belangrijkste is.
Froukje Demant: 'Het is zaak om er snel bij te zijn. Jongerenwerkers en andere professionals vinden het moeilijk om in gesprek te treden met radicaliserende moslimjongeren. Toch moeten ze dat wel doen, in een vroeg stadium al.'
Annette Linden: 'In de rechtse hoek is er sprake van een grote witte woede. Die mensen willen op de allereerste plaats gehoord worden, bijvoorbeeld door gemeente of stadsdeel. Ik zeg dus ook: ga luisteren, luisteren, luisteren! Doe daarbij geen beloftes die je niet kan waarmaken en neem als politicus niet te snel stelling. Denk na hoe je deze jongeren bij de samenleving kan betrekken.'
Deze aanbevelingen gelden wat Linden betreft zeker óók voor de islamitische radicalen, die - in tegenstelling tot 'rechts' geen traditie kennen van politiek activisme en alleen actief zijn in eigen kring. 'Praat met die mensen, laat ze aan het woord, ons democratisch bestel is er sterk genoeg voor.'
De overheid moet de betreffende groepen vooral ook actief opzoeken, niet afwachten tot ze zich melden aan een loket. Ook moet er met deskundige hulp onderscheid worden gemaakt tussen radicalen en extremisten, zeggen Linden en Demant.
Beiden pleiten voor betere ondersteuning van de professionals die met jongeren omgaan, en het efficiënter uitwisselen van kennis die reeds aanwezig is. 'Leer docenten, jongerenwerkers, wijkagenten hoe ze jongeren kunnen aanspreken als ze iets opvallend waarnemen, hoe ze het moeten duiden als een jongen de meisjes in zijn klas bijvoorbeeld ineens geen hand meer wil geven.'
Froukje Demant
expert moslimradicalisme
Ideologie speelt bij islamitisch-radicalen een grotere rol dan bij de meeste rechts-radicalen, denkt Froukje Demant, mede-auteur van het boek Strijders van eigen bodem - radicale en democratische moslims in Nederland. 'Moslimjongeren die radicaliseren zijn over het algemeen heel religieus en orthodox, heel serieus. Dat is een heel andere cultuur dan de zuip- en vechtcultuur waar rechtsradicalen om bekend staan.'
Hoe groepjes van geradicaliseerde moslims eruit zien, is niet erg goed bekend, moet Demant, politicoloog en sociaalpsycholoog en verbonden aan het IMES (Instituut voor Migratie en Etnische Studies) van de Universiteit van Amsterdam, erkennen. Over het organisatieniveau is weinig kennis voorhanden, over een overkoepelende beweging al evenmin.
Demant en haar collega's Frank Buijs en de (Arabischsprekende) Atef Hamdy spraken voor hun boek uitvoerig met ruim twintig fundamentalistische en geradicaliseerde moslimjongeren. Ook bestudeerden ze de Hofstadgroep.
Volgens Demant kan radicalisering in islamitische hoek op vijf niveaus worden geanalyseerd: internationaal, nationaal, langs generatielijnen, op lokaal niveau en op individueel niveau. 'Het internationale aspect is weinig onderzocht. Op wat voor manier heeft de Irakoorlog en het Midden-Oostenconflict nu precies invloed op de radicalisering in Nederland? Maar nationaal weten we het wel. Onder moslims in Nederland heerst breed het gevoel dat ze worden achtergesteld, dat er met twee maten wordt gemeten.'
Binnen de tweede generatie moslims (vooral de Marokkanen) zijn de jongeren heel erg op zoek naar een groep waar ze bij kunnen horen. 'Een klein deel van hen voelt zich aangetrokken tot de helderheid en het absolutisme van de fundamentalistische ideologie, want die zegt hen precies hoe ze hun leven moeten invullen.' Op lokaal niveau is volgens Demant nog te weinig onderzoek gedaan naar de factoren die bijdragen aan radicalisering. 'En dat is wel nodig. Zijn er plaatselijk interetnische spanningen? Zijn er radicaliserende jongerengroepen?'
Ook op individueel niveau valt er nog veel werk te verrichten, denkt de Amsterdamse onderzoekster. 'Kun je een profiel opstellen van radicaliserende jongeren? Nee. Vaak betreft het mannen van de tweede generatie, maar je ziet ook steeds meer vrouwen. En psychische aandoeningen komen onder radicalen niet méér voor dan onder niet-radicalen.'
Over de motieven om te radicaliseren is echter al wel het een en ander bekend. Demant onderscheidt drie 'paden': het religieuze pad, het politieke pad en het sociaal-culturele pad. De eerste groep is op zoek naar religieuze zingeving. Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, is hier een voorbeeld van.
De tweede groep wil iets bereiken vanuit een gevoel van ervaren onrecht. 'Dat kan zijn solidariteit met de Palestijnen, zoals Samir A. van de Hofstadgroep, maar het kan ook stoelen op boosheid omdat het broertje is ontslagen vanwege zijn moslimachtergrond.'
De derde categorie, de sociaal-cultureel gedrevenen, zoeken vooral warmte in een gelijkgestemde groep. 'Het zijn de meelopers, degenen die spreken over broeders en zusters. Het inhoudelijke aspect speelt bij hen het minste een rol.' De diverse motieven om het radicale pad in te slaan lopen vaak echter wel door elkaar, aldus Demant.
Los van deze indeling onderscheiden zij en haar collega-onderzoekers drie hoofdstromen in radicaalislamitische hoek: de a-politieke salafisten ofwel 'enclavebouwers', de politieke salafisten ofwel 'wereldverbeteraars', en de jihadistische salafi's, de 'wereldveroveraars'. Alle salafisten willen terug naar de tijd van de profeet, toen het geloof nog zuiver was.
De a-politieke, puriteinse tak wil dat doen door zich terug te trekken in een eigen enclave. 'Ze willen niks van doen hebben met politiek, met verkiezingen, met wetgeving, want dan raken ze besmet met menselijke politiek, terwijl alleen Allah de goede weg kan wijzen. Ze zijn anti-democratisch maar wel sterk gekant tegen geweld.'
Dat laatste zijn de politieke salafi's ook, maar ze hebben een pragmatischer instelling: ze geloven niet in democratie maar ze gebruiken het systeem wel om hun doelen te bereiken. Ze gaan bijvoorbeeld wel stemmen.
De derde groep, de jihadi's, willen de democratie actief bestrijden. Geweld is daarbij toegestaan. ' Dit is de enige groep die je extremistisch kan noemen. Onderling hebben de drie groepen veel discussie over hun wereldbeeld, ze volgen zeer verschillende regels en verschillende geleerden.'
Tot de a-politieke stroming rekent Demant de Tilburgse imam Salam, bekend omdat hij in 2004 weigerde Verdonk een hand te geven, en de prediker Bouchta wiens lezingen ook veel op internet worden besproken. De politieke salafi's worden onder meer vertegenwoordigd door de Amsterdamse moskee El- Tawheed en de As-Soennah in Den Haag.
'Deze groeperingen kun je betrekken bij het politieke debat, want ze bieden weerwoord tegen de jihadi's. Ik zou zeggen: wees niet naïef, maar treedt ze open tegemoet. Als je deze groepen wegdrukt, heb je er niks meer aan.'
Hoewel exacte cijfers ontbreken, denkt de onderzoekster dat er in Nederland momenteel veel meer politieke en a-politieke salafisten dan jihadisten zijn. 'Sinds 9/11 en de moord op Van Gogh vindt er veel meer onderlinge discussie plaats en zijn de diverse stromingen veel meer tegenover elkaar komen te staan.
De jihadi's zijn daardoor geïsoleerder geraakt. Ze ondervinden veel meer weerstand van mede-moslims, en dat kan twee gevolgen hebben. De beweging kan afbrokkelen, of steeds feller om zich heen gaan slaan. Dat is de grote vraag die momenteel speelt in Nederland.'
De overheid zou zich, wat Demant betreft, vooral op de meelopers in deze kringen moeten richten. 'Daar kun je nog mee praten, die kun je nog terughalen, mits je een goed, religieus onderbouwd verhaal hebt. Onderken de verschillen tussen de diverse stromingen, en probeer die verschillen in te zetten. Ga de discussie aan met religieuze argumenten.'
Anette Linden
Expert extreem-rechts
Nederland worden de termen 'extreemrechts', 'neo-nazi' of 'Lonsdale' op welhaast willekeurige wijze door elkaar gebruikt. In werkelijkheid is het politiek-activistische landschap ter rechterzijde een bonte lappendeken aan zeer uiteenlopende stromingen, stelt Annette Linden (36), sociaalpsychologe aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en zelfstandig adviseur op het terrein van extreem-rechts.
Linden promoveert binnenkort op onderzoek naar de psychologische afwegingen om extreem-rechts gedachtegoed aan te gaan hangen. Ze sprak met 36 mensen die tussen 1997 en 2000 actief waren in deze uithoek van het politieke spectrum. Linden onderscheidt vier typen rechts-radicalen: zoekers, bekeerlingen, conformisten en revolutionairen.
'De zoekers hebben overtuigde, nationalistische ideeën over het vaderland, het Nederland van vroeger. Ze zijn van alle groepen het meest onuitgesproken in hun ideeën, behalve over het vaderland. Die ideeën houden ze bewust wat vaag want ze willen zichzelf en hun partij koste wat kost geaccepteerd zien, ze willen meedoen aan het maatschappelijk debat. Ze zien zichzelf ook als zieners', aldus Linden. Ze plaatst Janmaat, de CD (Centrum Democraten) en het Nederlands Blok in deze hoek. Zoekers mikken vooral op het landelijke niveau.
Het tweede type rechts-radicaal is de bekeerling. 'De mensen die iets willen doen voor de gewone man omdat de socialistische partijen hen in de steek hebben gelaten', vat Linden hun drijfveren samen. 'Ze hebben het gevoel: eindelijk is er een tegenstem, die leider is misschien niet zo aantrekkelijk maar hij zegt wel precies waar het in míjn wijk om draait.'
Deze categorie rechts-radicalen zoeken hun heil vooral op wijkniveau, in gemeenteraden. 'Het zijn doeners, ze weten van aanpakken. Deze mensen voelen zelf de concurrentie van buitenlanders, hier zit de "witte woede". Deze groep is actief geworden op grond van sentimenten, maar komt er gaandeweg achter dat zich inlaten met rechts leidt tot een maatschappelijk isolement.' Volgens Linden zitten de mensen met deze denkbeelden vooral in kringen rond CD en CP86.
'Conformisten' haken vooral aan bij de NVU (Nederlandse Volksunie). 'Het zijn de meelopers, de vrouwen van, de vrienden van. Ze beginnen met kleine klusjes als koffie schenken, maar worden langzaam maar zeker voor het karretje gespannen. Als gevolg van de repressie tegenover extreem-rechts worden ze steeds verder in de hoek geduwd en blijven daardoor trouw aan de groep'.
De meelopers hebben vooral interesse in thema's rond zorg en welzijn, zo is Lindens ervaring. De vrouwen haken uiteindelijk af zodra er nazistische elementen de kop opsteken, maar de mannen gaan door en ontwikkelen zich steeds meer tot spilfiguur. 'En kunnen uiteindelijk zelfs mee gaan doen aan knokploegen en ordediensten', stelt de Amsterdamse sociaal-psycholoog.
De vierde en laatste groep die ze onderscheidt zijn de 'revolutionairen'. Deze mensen ontwikkelen hun denkbeelden als ze tussen vijftien en twintig jaar oud zijn. 'Op school beginnen ze met provoceren door een hakenkruis op de boekentas te tekenen en bij schoolverkiezingen te roepen dat ze voor een "blank en veilig Europa" zijn.
Ook zijn ze zeer geïnteresseerd in de Nederlandse en Duitse geschiedenis, de Tweede Wereldoorlog, militarisme.' Als deze jongeren in aanraking komen met extreem-rechts, dan ontwikkelen ze zich ook meteen tot de meest radicale types, zegt Linden. 'Ze werpen zich op als redders van het blanke volk, in een sfeer van vaandels, strijd en legers.' De pubers belanden in een neo-nazistische vriendengroep die draait om bier, feesten, meisjes, vechten op straat, en ze bemerken dat ze toch anders zijn.
De andere leden van de groep stoppen veelal met hun radicale gedrag als ze ouder worden, huisje boompje beestje. Maar de revolutionairen gaan door, ze richten zich steeds meer op de ideologie', schetst Linden de typerende ontwikkeling. 'Vervolgens merken ze dat ze door hun omgeving niet meer worden geaccepteerd, ze worden van school getrapt of raken hun baan kwijt, met als gevolg dat ze zich juist steeds meer vastbijten in hun levenshouding.
Vooral de hoogopgeleiden gaan door, zij hebben het meest gelezen, ze kunnen goed formuleren, hun verhaal zit het meest logisch in elkaar.' Ideologie houdt de mensen die het langst actief blijven gaande, stelt de onderzoekster. 'Het is hun levensstijl geworden, ze willen niet meer meewerken aan de verrotte maatschappij.' De revolutionairen worden vooral aangetroffen rond de NVU, later CP'86, tegenwoordig meer Blood & Honour. Lonsdalers ziet ze als beginnende revolutionairen die uiteindelijk toch afhaken.
Het is in de hoek van de revolutionairen waar de meeste parallellen vallen te trekken met islamitisch radicalisme, denkt Linden. 'In beide gevallen begint het radicaliseringsproces als mensen merken dat hun sociale omgeving niet voelt wat zij voelen, als de gevestigde orde voortdurend laat zien dat je niet meetelt, je telkens terechtwijst.
Zowel bij de revolutionairen als bij de islamitische radicalen gaat het vaak om hoogopgeleide, intelligente mensen die serieus interesse hebben in bepaalde denkbeelden. Ze doen er ook echt moeite voor om die onder de knie te krijgen, ze bestuderen ingewikkelde teksten en krijgen dan ineens een rond wereldbeeld waarin alles klopt.'
Reactie op dit bericht