of 59236 LinkedIn

Hoogleraar Urban Futures Maarten Hajer: ‘Gebruik stad als proeftuin’

De stad moet loskomen van de verslaving aan olie en gas, zoveel is zeker. Niet alleen het klimaat is er mee gediend. Als ook sociale opgaven meeliften, zal tegelijkertijd de economie, de zorg en de leefbaarheid verbeteren. Dat betoogt professor Maarten Hajer in zijn oratie Future Studies aan de Universiteit van Utrecht.

De stad moet loskomen van de verslaving aan olie en gas, zoveel is zeker. Niet alleen het klimaat is er mee gediend. Als ook sociale opgaven meeliften, zal tegelijkertijd de economie, de zorg en de leefbaarheid verbeteren. Dat betoogt professor Maarten Hajer in zijn oratie Future Studies aan de Universiteit van Utrecht.

Er is de laatste twee jaar veel te doen over de antwoorden op het probleem van de klimaatverandering. Het akkoord van Parijs heeft veel energie los gemaakt bij bestuurders, internationaal, nationaal, regionaal en vooral ook stedelijk. Zelfs de benoeming van een klimaatscepticus als president van Amerika bevorderen vooralsnog eerder de initiatieven op het gebied van klimaatmaatregelen dan dat ze worden geremd. Veel grootmachten, zoals China, beseffen dat zon en wind de toekomst hebben.

In Nederland speelde het klimaat pas op de valreep een bescheiden rol in de verkiezingscampagne, maar intussen wordt overal in het land volop gepraat en gedacht over ‘aardgasloze wijken’, ‘nul-op-de-meter-woningen’, het inzetten van industriële restwarmte in warmtenetten. Veel steden willen ‘klimaatneutraal’ worden. Hoog op de agenda’s staat de lokale circulaire economie waarin afval niet meer bestaat maar grondstoffen langer circuleren. Elektrisch vervoer neemt toe. Vervoerders van pakjes in de stad beseffen dat elektrisch vervoer per bakfiets niet alleen beter is voor een gezonde lucht, maar de distributie is minder gevoelig voor files, dus sneller en dus goedkoper. Windparken op zee lijken een spectaculaire daling van de kostprijs van stroom in te zetten.

Tegen deze achtergrond zegt professor Maarten Hajer, hoogleraar Urban Futures aan de Universiteit van Utrecht, dat ook de sociale opgaven van de steden moeten meeliften in de energietransitie naar het post-fossiele tijdperk. ‘We moeten ons verzetten tegen een archipel van enclaves in de stad, waar een sociaal ruimtelijke uitsortering in de steden plaatsvindt, inclusief scheiding van onderwijs, niet goed geregelde zorg in sommige stadsdelen en wijken met afgegrendelde appartementencomplexen’, stelde Hajer, voormalig directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving eind maart in zijn oratie aan de Utrechtse Universiteit. ‘Je zag tijdens de verkiezingen van de Tweede Kamer in sommige wijken ook al een electorale vertaling van die trend.’

Alsof de opgave van de energietransitie al niet complex genoeg is, doet u er nog een schepje bovenop door te stellen dat ook de sociale opgaven van de stad moeten meeliften.
Maarten Hajer: ‘Het is een gemiste kans als bestuurders de transitie in de stad naar post-fossiele vormen van energie louter sectoraal gaan oplossen. Het is een bestuurlijke reflex om ingewikkelde materie tastbaar en werkbaar te maken door het in mootjes op te delen. De blik op de toekomst is teveel verlamd door het heden. Vergeet niet dat successen uit het verleden de stad aanvankelijk ook totaal op zijn kop zetten. Kijk naar het rioolstelsel, waterleiding en afvalverwerking. Je kunt bij een ingewikkeld vraagstuk als de energietransitie ook andersom redeneren. Maak het nog complexer, ga experimenteren en kijk waar je uitkomt. Een mooi voorbeeld is de ondertunneling van de A2 in Maastricht. Na jarenlange vruchteloze plannenmakerij, bedacht iemand om de snelweg in een tunnel onder de stad door te leiden. Dat verkeersplan was voor andere diensten het startschot voor een inspirerend plan om de groenstructuur te verbeteren, singels aan te leggen, het wandel- en fietspadennet te verbeteren. De natuur had er ook profijt van. In wezen had dat alles niets met het probleem van A2 te maken. Bestuurders zouden veel meer open moeten staan voor niet-sectoraal denken.’

Hoe moeten de sociale opgaven meedoen in de overgang naar pakweg aardgasloze wijken?
‘De wijk is een mooi schaalniveau. Daarin zullen steeds meer huizen verschijnen die geen energie meer verbruiken, elektrisch transport zal toenemen. Er liggen daar tegelijk kansen voor bedrijven, voor buurtzorg en voor beter onderwijs. In de Vinex- operatie hebben we wijken gecreëerd met ‘groene weduwen’, vrouwen met een depressief makend gebrek aan sociale contacten. De suburbanisatie leidde ook tot meer woon-werkverkeer en bedrijventerreinen waar je na 5 uur ‘s avonds een kanon kunt afschieten. Dat soort scheidingen moeten we voortaan veel meer tegengaan.

Er moet meer sociale menging optreden. We zouden moeten toegroeien naar wijken waar je niet weg wilt. Wijken waar wonen en werken weer veel meer zijn gecombineerd en hoge dichtheden van bebouwing zijn gekoppeld aan een hoge kwaliteit van de openbare ruimte en voorzieningen. Wijken ook met een ander, CO2-neutraal vervoer. Zulke wijken zullen ook gezonder zijn om in te wonen.

Bestuurders zouden bijvoorbeeld stakeholders als scholen en bedrijven meer kunnen betrekken in het herontwerp van de wijken. Zorg in de wijken wordt heel belangrijk. En vergeet ook projectontwikkelaars niet. Beter ontwikkelde wijken zullen ook het commercieel vastgoed beter doen renderen. En het lokale verkeer verandert. Benzine wordt elektriciteit of waterstof en de auto gaat van eigen bezit naar een dienst. Het verschil tussen privaat en publiek vervoer vervaagt. Dat zal nieuwe bedrijvigheid opleveren, maar hopelijk ook een rustiger straatbeeld.’

Wat voor soort wijken denkt u aan?
‘Het energienetwerk gaat totaal veranderen. Transformatorhuisjes die nu de stroom van een centraal punt verdelen over de buurten, zullen ook andersom gaan werken en lokaal opgewekte stroom door geven naar meer centrale punten. Huizen en auto’s zullen voorzien in de opslag van energie. Er zullen netwerken ontstaan die voor een belangrijk deel in publieke handen zijn. Je ziet dat bijvoorbeeld in Lombok in Utrecht. Daar delen bewoners enkele elektrische buurtauto’s die tevens als accu voor de opslag van duurzame stroom werken.

Er liggen in Nederlandse steden zoveel gebieden centraal in de stad waar de hele post-fossiele transitie kan plaatsvinden. Kijk naar het havengebied in Amsterdam- Noord, het Jaarbeursterrein tot aan het Merwedekanaal in Utrecht, Brinkhorst in Den Haag. Dat kunnen ‘wijken van de toekomst’ worden. Hoge dichtheid van bebouwen, comfort, kwaliteit en het realiseren van nieuwe stedelijke idealen. Daar kun je niet alleen energieneutraal wonen, er kan ook nieuwe werkgelegenheid ontstaan, onderwijs, recreatie.’

Uit onderzoek komt toch regelmatig naar voren dat waar bijvoorbeeld culturen in de wijk slecht mengen ook de komst van rijkere mensen door de bouw van duurdere huizen in een arme wijk weinig betekenen voor de cohesie daar
‘In zo’n wijk als Park De Meer, op de plek van het oude Ajax-station in Amsterdam, zie je dat het goed werkt. De menging van sociale huurwoningen en koopwoningen gaat op een dergelijke schaal prima. Bewoners uit verschillende klassen komen vast niet in groten getale bij elkaar over de vloer, maar ze delen wel supermarkten, speel- en sportvoorzieningen en kinderen kunnen naar dezelfde school. En er zit ook waarde in het domweg actief delen van dezelfde openbare ruimte.’

U stelt in uw oratie dat de Energetic Odyssey 2050 voor een stroomversnelling zorgt. Hoe ging dat precies?
‘De Energetic Odyssee is een reis naar een post-fossiele toekomst. Het is voortgekomen uit de Internationale Architectuur Biennale Rotterdam 2016 waarvan ik hoofdcurator mocht zijn. Doel was om te laten zien dat we als Nederland de ambitie kunnen waarmaken om de opwarming van de aarde beneden de 2 graden te houden. Er wordt al jarenlang gepraat om op de Noordzee een netwerk van windmolenparken aan te leggen dat zo’n beetje in de stroomvoorziening van half Europa kan voorzien. Maar de discussies lopen vast op kosten, transport van stroom naar het vasteland, drukbevaren scheepvaartroutes en een mogelijke verstoring van de vogeltrek door de wieken van de vele windmolens.

We presenteerden de nieuwste wetenschappelijke inzichten rond een multimedia animatie van de transitie van de Noordzee, met een coalitie van bedrijven, beleidsmakers en natuurorganisaties eromheen. We maakten duidelijk dat windenergie en Natura-2000 doelen voor de vogels kunnen samengaan met de aanleg van windmoleneiland op of nabij Doggersbank in de Noordzee. Deze dramaturgie van beleid maakte dat alle aanwezigen ineens zagen dat het kon. Er was sprake van een blikverruiming. Natuurlijk helpt het dat er sprake is van een heroriëntatie van het bedrijfsleven dat de business in fossiele offshore-activeiten ziet teruglopen. Maar belangrijker was dat bereidheid was om de alledaagse scepsis en realiteitszin even opzij te zetten. Ook minister Kamp van Economische Zaken raakte er uiteindelijk van doordrongen. De traditionele aansturing van de overheid bespoedigt geen verandering. Wel een coalitie in een informele organisatie.’ [de animatie is in het klein te zien op www.iabr.nl - red]

Wat kunt u als wetenschapper ‘Urban futures’ bijdragen aan de post-fossiele ontwikkeling?
‘Wij willen in interdisciplinair onderzoek samenwerken met stedelijke organisaties. Dat betekent met meerdere wetenschappelijke disciplines, bèta en gamma, werken vanuit de vraagstelling van maatschappelijke organisaties en langs die weg oplossingen aandragen. De universiteit Utrecht staat daar nadrukkelijk voor open. In onze Urban futures studio gaan we testen of vernieuwend onderzoek ook werkt. Het is geen laboratorium maar meer een ‘meedenk-tank’ met maatschappelijke processen. We kijken daarbij verder dan alleen de markt. We willen stadswetenschap bedrijven. De stad heeft misschien wel meer capaciteiten om te veranderen en te transformeren dan een natie. Anderzijds kunnen natuurlijk burgemeesters de wereld niet leiden.

We komen er in elk geval niet langs de conventionele, sectorale weg, en ik geloof evenmin in een grand design, een sterke staat, experts of een ministerie van Klimaat. We moeten koppelingen maken tussen organisaties en ruimte geven aan experimenten.


CV
Maarten Hajer (1962) is faculteitshoogleraar ‘Urban Futures’ bij de faculteit Geowetenschappen van de Universiteit Utrecht. Hajer studeerde Politicologie en Planologie aan de UvA en promoveerde in 1993 in ‘Politics’aan de Universiteit van Oxford. Hij werkte voor de Universiteit Leiden en de Ludwig-Maximilians-Universität München en de WRR alvorens benoemd te worden tot hoogleraar Bestuur & Beleid aan de Universiteit van Amsterdam (1998). Van 2008 tot 2015 was hij daarnaast ook directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

In 2016 was hij hoofdcurator van de Internationale architectuur biënnale Rotterdam (IABR). Sinds 2016 is Hajer tevens bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Stellenbosch, Zuid Afrika. Hajer is de auteur van vele boeken en artikelen. Zijn meest bekende boeken zijn The Politics of Environmental Discourse (Oxford UP, 1995), Deliberative Policy Analysis (Cambridge UP, 2003, red. samen met Hendrik Wagenaar), Authoritative Governance (Oxford UP, 2009) en Smart about Cities – Visualizing the Challenge of 21st Century Urbanism (NAi/010, 2014, red. samen met Ton Dassen).

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.