of 59232 LinkedIn

‘Groene markt haalt ons in’

Duurzame ontwikkeling maakt plaats voor groene groei en de markt neemt het voortouw, constateert de afscheidnemende hoogleraar milieu-economie Harmen Verbruggen. Hebben we op het gebied van energie en afval nog een actieve rol voor de overheid nodig? 

Duurzame ontwikkeling maakt plaats voor groene groei en de markt neemt het voortouw, constateert de afscheidnemende hoogleraar milieu-economie Harmen Verbruggen. Hebben we op het gebied van energie en afval nog een actieve rol voor de overheid nodig? 

Harmen Verbruggen kijkt terug op dertig jaar milieubeleid

Duurzame ontwikkeling speelde gedurende dertig jaar een belangrijke rol in het debat tussen overheid, marktpartijen en belangenorganisaties. ‘Het waren fijne gesprekken, maar het heeft weinig opgeleverd’, constateert professor Harmen Verbruggen, milieu-econoom in zijn afscheidsrede vorige maand aan de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Duurzame ontwikkeling is een aantrekkelijk begrip waar niemand tegen is. Het grote bezwaar is dat het nauwelijks leidde tot boodschappenlijstjes met concrete handelings- perspectieven. En dat frustreert op den duur. Er kwamen te weinig resultaten uit.’

Het probleem van duurzame ontwikkeling met in het kielzog het ook onder gemeenten populaire begrip ‘voetafdruk’ is dat het abstract en vaag bleef, vindt Verbruggen. ‘Het gaat impliciet uit van op te grote voet leven. Om daar wat aan te doen, dachten beleidsmakers dat ze milieuvriendelijke consumptie konden stimuleren door bijvoorbeeld heffingen uit te vaardigen. Ze bepleiten matiging. En dat willen bedrijven en consumenten niet. Ze gaan op de rem staan.’

Die heffingen leiden bovendien altijd tot scheve inkomensplaatjes en denivellering, zegt Verbruggen. ‘Een voorbeeld? Je kunt parkeergeld verhogen om mensen te stimuleren met de fiets naar de stad te gaan. Je kunt een regulerende energieheffing invoeren om aardgas en stroom te besparen. Het zijn echter altijd de laagste inkomens voor wie deze maatregelen het hardste aankomen. Je ziet dan een reflex van de politiek om allerlei compensaties door te voeren waardoor het effect van de maatregel vermindert.’

Eenzelfde reflex constateert Verbruggen bij bedrijven. ‘Die leggen altijd de eis op tafel van het level playing field, zodat er sprake is van eerlijke concurrentie tussen de bedrijven in de verschillende landen. Om daaraan tegemoet te komen, hebben alle overheden ruimhartig en gratis CO2-emissierechten uitgedeeld en verschillende sectoren buiten het systeem gelaten. Dit CO2-emissiehandelssysteem (ETS) is in wezen een prima instrument.

Bedrijven kopen emissierechten van elkaar en worden geprikkeld om energie te besparen doordat de overheid jaar na jaar rechten uit het systeem haalt. Door gratis rechten uit te delen is het handelssysteem volkomen uitgekleed met een dramatisch lage prijs voor CO2-emissies. Het vertrouwen in de overheid als hoeder van het milieu, de natuur en het klimaat is niet bewaarheid geworden.’

Keerpunt
Het zijn kortom geen vrolijke woorden die Verbruggen bij zijn afscheid spreekt. Toch ziet hij de laatste twee jaar een interessant keerpunt. Waar de markt de afgelopen dertig jaar op de rem stond, wegkeek en alleen de hoogstnoodzakelijke milieumaatregelen trof, lijkt er sinds het klimaatakkoord van Parijs nieuw elan ontstaan bij het bedrijfsleven. ‘De markt heeft de rol van de overheid overgenomen. Duurzame ontwikkeling heeft plaatsgemaakt voor groene groei’, zegt Verbruggen. ‘Opmerkelijk is ook dat de maatschappelijk beweging van onderop lijkt te komen, die in de directe leefomgeving van burgers wortel heeft geschoten.’

Niet alleen zien veel bedrijven heil in groene groei, ook de consument is zich aan het vergroenen, getuige de opmars van biologische producten in de supermarkten, de populariteit van streek- en fairtrade-producten en de aandacht voor gezondheid en dierenwelzijn. Veel mensen nemen zonnepanelen of een aandeel in een windmolen. Het bedrijfsleven ziet kansen voor nieuwe markten. De technologische ontwikkeling gaat snel. De prijs van windenergie op zee is in een tiental jaar tijd gedaald van 17 naar 5 cent per kiloWattuur. Nog even en de eerste windparken op zee in Denemarken worden zonder overheidssubsidie gebouwd.

Is de rol van de overheid in de verduurzaming van de samenleving daarmee uitgespeeld? De markt lijkt met de groene groei immers alle initiatief naar zich toe te trekken. Verbruggen denkt dat de overheid nog steeds een belangrijke rol kan spelen. ‘De overheid moet ernst maken met de groene groei door langetermijndoelen te stellen. Ze kan de groene groei aanjagen door bijvoorbeeld cruciale infrastructuur deels te financieren, zoals de ‘stopcontacten’ op zee, waar alle windparken hun stekkers kunnen inpluggen en de zeewindstroom naar het vasteland kan komen. De overheid kan ook garant staan voor risicovolle investeringen, risico’s afdekken, co-financieren, kennis verspreiden. Kijk, er zijn natuurlijk nog heel veel onzekerheden. Rijden we over vijftien jaar allemaal in een elektrische auto of wordt het toch de waterstofauto? De overheid kan daarvoor kennisprogramma’s opzetten.’

Voorlopers
Maar het belangrijkste is volgens Verbruggen dat de overheid niet langer de oren moeten laten hangen bij de achterblijvers maar zich bij de voorlopers moet aansluiten. ‘Dat speelt niet alleen in de transitie naar duurzame energie waar de overheid een stimulerende rol kan spelen in het mede-aanleggen van warmtenetten, geothermie, zonnedaken en parken.’ De milieu-econoom ziet ook een rol voor de overheid in de circulaire economie waar hergebruik van grondstoffen een grote rol krijgt. Ook de biobased economy, waarin het fossiele aandeel van grondstoffen belangrijk vermindert ten voordele van hernieuwbare materialen van plantaardige oorsprong.

‘Belangrijk is ook dat de overheid zich vastlegt op een langetermijnvisie die de periode van een kabinet of gemeenteraad ontstijgt’, aldus Verbruggen. ‘Dat geeft naar burgers en de markt meer vertrouwen dan een regeringsverklaring. Dat betekent niet dat er geen speciale wetten worden uitgevaardigd of dat ik vind dat er een aparte minister voor Klimaatzaken moet worden benoemd. Wel pleit ik voor een regeringscommissaris die programma’s voor de lange termijn opstelt en bewaakt en toeziet op uitvoering en naleving van de afspraken.’

Een goed voorbeeld vindt hij de Deltacommissaris die zich bezig houdt met bescherming tegen de zeespiegelstijging, versterking van de dijken en aanpassing aan de klimaatverandering. ‘Deze commissaris, Wim Kuijken, opereert nu al een paar jaar zonder veel reuring in de betrekkelijke luwte, maar hij verlegt de loop van rivieren en wijst polders aan die in geval van watersnood tijdelijk onder water mogen staan. Iets dergelijks zou voor de energietransitie ook wenselijk zijn.’

Een gelopen koers is die groene groei overigens niet, waarschuwt Verbruggen. ‘Er is een transitieperiode nodig van enkele tientallen jaren, waarbij oude infrastructuur zoals gasnet en kolencentrales versneld moeten worden afgeschreven. Het Planbureau voor de Leefomgeving rekende uit dat dit tot 2050 wel 200 miljard euro gaat kosten. Natuurlijk komt er nieuwe economische groei voor terug maar de kost gaat voor de baat.’

En de milieu-economie zou zich meer moeten laten gelden. ‘We zouden meer onderzoek moeten doen en politiek aanvaardbare oplossingen moeten verzinnen om de prijs van milieuvervuiling, energie en het verbruik van hulpbronnen in de prijs van producten te verdisconteren. Het is mijn overtuiging dat deze prikkel veel beter werkt’, aldus Verbruggen.

Zelf zal Harmen Verbruggen actief blijven in een aantal commissies en als emeritus- hoogleraar nieuw onderzoek naar groene groei stimuleren. Maar hij zal zelf ook in zijn eigen leefomgeving bijdragen aan groene groei. ‘Ik moet mijn dak uit 1924 vernieuwen. Het beschermd stadsgezicht verbood tot voor kort zonnepanelen, maar dat doe ik nu aan de achterzijde, uit het zicht. En we gaan tegelijk het dak isoleren. Daar bestaat ook subsidie voor.’


Veel gevraagd commissielid
Harmen Verbruggen (1950) studeerde en promoveerde in de economische wetenschap aan de VU en werd in 1994 hoogleraar internationale milieueconomie, later ook directeur van het Instituut voor Milieuvraagstukken (IVM) aan de VU. Was lid van een duizelingwekkend aantal commissies en ambtelijke werkgroepen, zoals Vergroening van het belastingstelsel, Centrale Raad voor de Milieuhygiëne (CRMH), consultant voor milieu en handelsissues voor UNCTAD (VN-commissie voor handel en ontwikkeling) en de OESO. Daarnaast was hij lid van de SER-commissie duurzame ontwikkeling, de commissie Windparken op Zee en lid van de Raad voor de Leefomgeving.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.