of 59236 LinkedIn

Een kwestie van overlast

Overlast is een subjectief begrip. Toch wil Amsterdam een objectieve definitie van overlast en deze in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) opnemen om er beter tegen te kunnen optreden.

Overlast komt in veel soorten en maten voor. Scheurende scooters zijn in Oss de grootste bron van ergernis, blijkt uit onderzoek onder bewoners van straten en pleinen rond een autoluwe straat. Met name door het opvoeren van de brommers en het rijgedrag van de bestuurder. Scootergeluid is één van de meest irritante geluiden. ‘Ze maken een jankend geluid als ze hier door de fietsstraat scheuren’, aldus geluids-expert Loek van Laarhoven voor de gemeente Oss.

Van Laarhoven is met de VUT, maar met zijn zelfbedachte meetsysteem voor geluid – de hinderbelevings­index – maakt hij nu furore. ‘Het nieuwe aan mijn hinderbelevings­index is dat ik geluidsoverlast een karakterisering kan geven door de psyche van de mens erin mee te nemen.’

Bij zijn nieuwe manier van geluid meten, hoort het afnemen van enquêtes bij bewoners. ‘Mensen belden ook wel eens op om te klagen, maar hier kwam de ergernis echt bovendrijven.’ In de binnenstad staat brommer- en scootergeluid op drie, boven wegverkeer en kermis en evenementen, maar onder jongeren op straat en onder de nummer één: horeca en bezoekers,  met name vanwege het schreeuwen en lallen op straat.

Subjectief
Ook Amsterdam heeft moeite met handhaving bij met name horecaoverlast. Sommige cafés veroorzaken voortdurend overlast voor omwonenden, maar ingrijpen door toezichthouder of politie is moeilijk. Het begrip overlast is te subjectief en de regels uit de milieuwetgeving te beperkt.

Voor PvdA-raadslid Geke van Velzen reden een motie in te dienen waarin ze de burgemeester vraagt een definitie van overlast te maken en die op te nemen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De motie kreeg steun van het CDA, GroenLinks en de VVD. Ook burgemeester Van der Laan had er wel oren naar en begon met een verkenning.

Volgens Van Velzen kun je een subjectief begrip als overlast objectief maken, door bijvoorbeeld een klachtenregistratiesysteem op te zetten waarmee een patroon van wangedrag kan worden vastgesteld. Het gaat dan om een patroon van overlast dat telkens op een bepaalde locatie plaats heeft. Vraag is dan of mensen die geen overlast ervaren ook worden meegeteld. Mensen doen meestal geen melding als ze geen overlast ervaren. ‘Mij gaat het erom mensen die overlast ervaren een middel te geven en een manier te vinden om te handhaven. Zo kun je er toch iets aan doen.’

Van Velzen sprak met de politie Amsterdam-Amstelland die in 2009 het boekje Overlast en Veiligheid uitbracht waarin naar een definitie van overlast werd gezocht. De politie kwam op het volgende: een situatie waarin een patroon van wangedrag ontstaat op een vaste plek die leidt tot aantasting van leefgenot. Van Velzen: ‘Het is ingewikkelde materie. We maken nu gebruik van veel uitzonderings­regels, zoals een speciaal bord met een blowverbod op het Mercatorplein, terwijl overlast ook gaat om de subjectieve beleving van bewoners.’

Ze wijst op een website waarop mensen geluidsoverlast van Schiphol kunnen registeren. ‘Registratie zou veel breder kunnen, bijvoorbeeld ook klachten over het wangedrag van taxichauffeurs. Nu lopen handhavers vaak tegen juridische beperkingen aan. Een van de dingen die daar tegen helpt is de Voetbalwet.’ Voor geluidsoverlast geldt de Wet Milieubeheer. Milieuambtenaren kunnen hierop handhaven. ‘Maar bewoners spreken dat tegen. Je kunt geluidsoverlast niet meten. Het is lastig om aan te tonen.’

Aanknopingspunten
Van Velzen vindt dat de definitie van de politie veel aanknopingspunten biedt. In het boekje verwijst de politie naar het Verenigd Koninkrijk, waar meer ervaring is met wetgeving tegen overlast. De Britten maken sinds 1998 een onderscheid tussen anti-social behaviour en disorder. ‘Er is dan sprake van overlast zonder dat hiertegen kan worden opgetreden vanuit het wetboek van strafrecht. Om toch overheidsingrijpen te kunnen rechtvaardigen is de wet bedacht. Het hoeft dan ook niet per se tot strafvervolging te leiden, maar je kunt wel optreden.’

De verkenning van burgemeester Van der Laan heeft geleid tot een pilot die half juli van start is gegaan met geluidsmetingen bij terrassen op uitgaanspleinen in het centrum en in stadsdeel Zuid. Doel is het vergroten van inzicht van horecaondernemers, bewoners en de stadsdelen zelf. Wie zijn geluidsveroorzakers? Wat is hun geluidsniveau en op welke tijdstippen is de overlast het sterkst? De gemeente hoopt dat de metingen een hulpmiddel kunnen zijn voor maatwerkafspraken tussen de partijen en om doelgerichter te handhaven. ‘De pilot duurt dit jaar drie maanden en volgend jaar zes maanden. We blijven bezig met het verkennen van een meer objectieve manier van overlast meten’, aldus woordvoerder Iris Reshef.

Amsterdam werkt samen met het bedrijf Munisense dat de continue en realtime geluidsmetingen doet. In Alkmaar doen ze dat al vanaf mei 2011. ‘We meten continu al het geluid in de gemeente en specifiek tijdens grote evenementen’, aldus Mariska Smit, beleidsadviseur en evenementencoördinator van de gemeente Alkmaar. ‘We kunnen grafieken op diverse locaties raadplegen en op specifieke tijdstippen bekijken. De microfoons hangen tegen de gevels, dus het wordt gemeten vanaf de huizen.’

De geluidsmetingen zijn direct raadpleegbaar via de gemeentewebsite. Zo kunnen mensen hun eigen geluidservaring naast het sy­steem leggen. ‘Mensen houden het ook echt zelf bij tijdens een evenement met de laptop op het balkon.’

De geluidsnorm die de gemeente hanteert is 80 dB(A). Dat is een gemiddelde. Een uithaal van Trijntje Oosterhuis en ze zit er al overheen. ‘We handhaven pas als de norm drie minuten achter elkaar wordt overschreden.’

Nattevingerwerk
Een definitie van overlast is nog nattevingerwerk, aldus Smit. ‘We zijn een van de eerste gemeenten die hiermee zijn begonnen.’ Wel heeft Alkmaar nu een min of meer objectieve meting van geluid, waardoor beheersing van geluidsoverlast mogelijk is. ‘Nu het meetbaar is, kunnen we beter met klachten omgaan en deze ook weerleggen.’

Amsterdam heeft zijn oor te luister gelegd bij Van Laarhoven, de geluidsexpert voor de gemeente Oss. Zijn zelfbedachte meetsysteem is in trek. ‘Met Amsterdam ben ik in gesprek over een proef in de Jordaan. Er is ook belangstelling uit het buitenland, uit Parijs en New York.’ Van Laarhoven gaat patent aanvragen op zijn uitvinding.

In Oss loopt al drie jaar een pilot met nu tien monitoren die dag en nacht geluid registreren. ‘De kastjes zijn geprogrammeerd met intensieve enquêtes uit de straat waar het kastje hangt. We krijgen hele hoge respons. Ook van mensen die weinig overlast ervaren. Uit de gegevens halen we de irritatie. Vaak blijkt dat een cumulatie te zijn van geluid dat niet eens zo hard is. Druppels die de emmer doen overlopen.’

Een onderdeel van het systeem is dat een kroegbaas een sms krijgt als het geluidsniveau hoger is dan de buurt ‘aankan’.  Als na tien minuten niets gebeurt, krijgt de politie een melding. ‘We hebben een convenant afgesloten met bewoners en kroegen, want de wet werkt op dit punt niet. Je moet er buitenom werken. Wij houden ons aan de hinderindex. Soms ligt het acceptabele geluidsniveau dan 15 dB hoger dan eigenlijk is toegestaan.’

Mensen in de binnenstad wonen daar niet toevallig, weet ook Van Laarhoven. Die zijn wel wat gewend, maar het moet wel beheersbaar blijven. ‘Vroeger had je overlast van portiekplassers. Nu zijn het discodreunen. Als ik afspreek dat de zware bastonen niet hun huis binnendringen, is het goed.’

Geluidskaarten
Van Laarhoven kan met zijn index geluidskaarten construeren. ‘Per vijf minuten is er een geluidsbeeld. Om het uur maken we een index, waarin we ook psycho-akoestische factoren meenemen. Die index loopt van nul tot vijftig. Van de hemel naar onacceptabel. Zo kun je een lokaal akoestisch klimaat vaststellen.’

Uiteindelijk moeten woningen labels krijgen voor de mate van geluid in de buurt. ‘Maar ook voor luchtkwaliteit, participatiecapaciteit, groen. Je kunt dat allemaal via wiskundige formules kwantificeren.’

De definitie van overlast is volgens van Van Laarhoven: overschrijding van het klimaat dat je verwacht van een bepaald gebied. ‘Als dat wordt verstoord, raak je geïrriteerd.’ Hij geeft een voorbeeld van een stel kennissen die kampeerden bij een waterval. ‘Ze sliepen als roosjes. Later bleek die waterval tachtig dB voort te brengen. Ze hadden er geen hinder van, want het paste in het plaatje.’

Ook hangjongeren komen voor in de metingen van Van Laarhoven. ‘Mensen zijn daar bang voor. We deden een proef bij een winkelcentrum en verwachtten overlast van winkelwagens, de bakker of scooters. Maar hangjeugd bleek een bron van irritatie van mensen te zijn. We zagen in onze opnames inderdaad pieken tussen twaalf en een uur ’s nachts. Dat was die hangjeugd.’ Het viel hem op dat hangjeugd samenschoolt op plekken met een vluchtweg. ‘Als je op kritische plekken hekken plaatst, gaan ze daar niet staan.’

Het is nog niet duidelijk of hangjongeren deel gaan uitmaken van de verkenning in Amsterdam. Maar wellicht is handhaving dan niet eens de beste aanpak. Jan Dirk de Jong, onderzoeker van straatcultuur aan de Vrije Universiteit, vindt een definitie van overlast maken een goed idee. ‘Maar op basis daarvan handhaven kan juist op hangjongeren een averechts effect hebben.’ Hij ziet liever een effectieve aanpak. ‘Een deel van de bevolking heeft slecht contact met die jongeren en daardoor ervaren ze al snel overlast. Maar er zijn ook mensen die goed met ze omgaan. Het hangt van die relatie af of je overlast ervaart.’

Straatcoaches
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat onbekend inderdaad onbemind maakt, vertelt De Jong. ‘Sociale interactie helpt echt. De acceptatiegrens gaat dan omlaag.’ De tendens van het bovenaf opleggen van maatregelen en initiatieven zoals Burgernet ziet De Jong als een uitvloeisel van de geïndividualiseerde maatschappij. ‘Natuurlijk kun je objectief decibellen meten en vervuiling en het aantal incidenten tellen, maar er is ook een subjectieve component. Als je overlast wilt aanpakken is het verstandig om burgercontacten onderling te stimuleren. Je komt dan bijvoorbeeld uit bij mediation.’ De geformaliseerde route is om er straatcoaches op af te sturen. ‘Maar dan vragen die jongeren zich af: wie stuurde hen? Dat werkt niet het beste. Probeer hen zoveel mogelijk op een normale manier te benaderen.’

De Jong merkt dat de burger bang is en bang wordt gemaakt. ‘De aanpak van bovenaf is een pleister op de wonde. Uiteindelijk moeten mensen het onderling oplossen. Je kunt ze beter instrueren hoe ze contact moeten leggen.’ We moeten uitgaan van eigen kracht en zelfoplossend vermogen van burgers, maar De Jong stuit ook op een dilemma. ‘Vaak zeggen mensen: waarom moet ík veranderen? Zij zijn toch vervelend? Dan zeg ik: wat wil je bereiken? Toch dat de overlast minder wordt? Het blijft een lastig onderwerp.’

Hangjongeren negeren brengt volgens De Jong een nare realiteit aan het licht. ‘Als je hangjongeren niet meer aanspreekt, doe je net of ze niet bestaan. Je zegt: jullie staan buiten de maatschappij. Die afwijzing is voor hen een legitimering om vervelend te zijn. Wees dus betrokken op elkaar. Stel je sociaal op.’

Als de resultaten van alle geluidsmetingen bekend zijn wil de gemeente Oss de scheurende scooters aanpakken. Waarschijnlijk wordt vanaf volgend voorjaar een actie gehouden gericht op de afstelling van de voertuigen. Van Laarhoven: ‘Het opvoeren van brommers, zoals bij pizzakoeriers, wordt dan gecontroleerd.’ Ook wordt meer aandacht gevestigd op het gebruik van elektrische scooters. ‘Die hebben dan weer als nadeel dat je ze helemaal niet hoort, maar goed...’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.