of 59250 LinkedIn

Dorp kan zonder voorzieningen

 Doordat voorzieningen verdwijnen, dreigen krimpdorpen onleefbaar te worden. Dat is althans waar bestuurders veelvuldig mee om de oren worden geslagen. De werkelijkheid is anders. Ondanks de krimp is het dorpsleven goed. Zelfs zonder voorzieningen.

Doordat voorzieningen verdwijnen, dreigen krimpdorpen onleefbaar te worden. Dat is althans waar bestuurders veelvuldig mee om de oren worden geslagen. De werkelijkheid is anders. Ondanks de krimp is het dorpsleven goed. Zelfs zonder voorzieningen.

Bevolkingsdaling gaat in steeds meer delen van het land de beleidsagenda bepalen de komende jaren. In een serie artikelen besteedt Binnenlands Bestuur aandacht aan gevolgen van krimp.

DEEL 1: Het voorzieningenniveau

Bedreigd Bestaan; de economische, sociale en culturele situatie van Noord- Groningen
, zo luidde de titel van een studie die verscheen in 1959. Dit in opdracht van de Stichting Noord- Groningen, die zich zorgen maakte om de ontvolking. Jongeren trokken weg vanwege afnemende werkgelegenheid, ouderen bleven achter. De stichting vreesde dat het voorzieningenniveau in de dorpen dermate onder druk kwam te staan, dat het gebied onleefbaar zou worden.

Vijftig jaar later, in 2009, zag onderzoeker Jan Dirk Gardenier de studie toevallig in een modern antiquariaat liggen. Hij ontdekte dat zijn bureau CAB wonder boven wonder is gevestigd op hetzelfde adres als de Stichting Noord-Groningen destijds. Bovendien had toenmalig minister Van der Laan (Integratie, PvdA) net het Topteam Krimp ingesteld, om Heerlen te helpen bij het oplossen van krimpproblematiek. Dit Topteam ging volgens nagenoeg dezelfde analyse aan de slag: vertrekkende jongeren, achterblijvende ouderen, afkalvende voorzieningen en dus nog minder reden om te blijven.

Voldoende toeval voor Gardenier om de studie uit 1959 te herhalen. In maart 2012 mocht inmiddels burgemeester Van der Laan het resultaat in ontvangst nemen: Rijk met Kleine Dorpen; een sociologisch onderzoek naar het platteland van Noord-Groningen. Gardeniers bevindingen zijn opmerkelijk. De gevreesde bevolkingsdaling blijkt zich niet te hebben voorgedaan. Integendeel, het aantal inwoners in Noord-Groningen is van 1965 tot ruwweg 2000 gestegen met 22 procent. Dit ondanks de accuraat voorspelde afname van werkgelegenheid en het verdwijnen van voorzieningen.

Hoe kan dat? Gardenier was ook verrast. ‘Uit ons onderzoek blijkt dat de meest tevreden mensen wonen in dorpen zonder voorzieningen. Zelfs als er geen school is, dan nog trekken er jonge gezinnen naar dergelijke dorpen toe. Er is kennelijk een andere reden waarom mensen er graag wonen.’ Het aantrekkelijke wonen blijft ondanks het feit dat de laatste jaren de bevolking weer licht daalt.

Dik tevreden
Met voorzieningen in krimpende dorpen is iets vreemds aan de hand. Vraag aan de bewoners wat ze ervan vinden dat winkels, sportvoorzieningen, scholen en de bibliotheek verdwijnen en ze doen uitgebreid hun beklag. Tegelijkertijd zijn ze in overweldigende meerderheid dik tevreden met het leven in een kleine gemeenschap. Bureau Movisie onderzocht onlangs de sociale gevolgen van demografische verandering in het Oost-Drentse Borger-Odoorn, een van de meest bestudeerde krimpgemeenten van Nederland. Bewoners vertellen uitgebreid hoe het sociale cement verdwijnt uit de 25 kernen.

Bij gebrek aan klandizie hebben veel winkels hun deuren moeten sluiten. Ook andere ‘natuurlijke ontmoetingsplaatsen’ leggen het loodje. ‘Het muziekleven verdwijnt uit het dorp’, zegt een oud-onderwijzer. Een ander zegt: ‘Voor vermaak moeten ze naar andere dorpen of naar Emmen. Vroeger kwam alle jeugd uit de wijde omtrek hier naartoe. Dan had je een jeugdsoos en dansavonden.’ Om nog maar niet te spreken van de grootste bedreiging: het verdwijnen van de dorpsschool. ‘De verschraling van voorzieningen gaat volgens bewoners ten koste van de leefbaarheid in de dorpen’, concludeert Movisie. ‘Voorzieningen hebben niet alleen een praktische waarde voor mensen, maar ook een sociale en een emotionele.’

Ook bureau Stamm CMO nam Borger- Odoorn onder de loep. Leefbaarheid is mensenwerk, luidt de titel van het in februari verschenen onderzoeksrapport. De onderzoekers analyseerden de situatie per woonkern en kwamen tot andere conclusies dan Movisie. ‘Noaberschap’ is springlevend: 94 procent van de bewoners zegt altijd bereid te zijn om buren te helpen.

Gevoelens van onveiligheid kennen ze nauwelijks. Een ander belangrijk gegeven: 89 procent heeft ieder moment van de dag de beschikking over een auto. Per dorp verschilt de tevredenheid, maar opvallend genoeg is er geen verband te vinden met het voorzieningenniveau: ‘Bij geen enkel aspect (onderwijs, sport, horeca etc.) is de aan- of afwezigheid van voorzieningen een verklarende factor voor de ervaren leefbaarheid’, schrijven de onderzoekers. Dat geldt ook voor de kleinste dorpen. Daar ‘verwachten bewoners geen voorzieningen en zijn zij daarom ook niet ontevreden over het voorzieningenniveau.’

Verzet
Hoe kan het dat voorzieningen niet bepalend zijn voor de leefbaarheid en dat mensen tegelijkertijd neerslachtig worden of fel in verzet komen wanneer een voorziening sluit? ‘Als er iets verdwijnt, leidt dat altijd tot emotionele reacties’, zegt Gardenier. Neem het schooltje in Westeremden (gemeente Loppersum, 400 inwoners), dat lange tijd als een van de slechtste van Nederland te boek stond. ‘In plaats van onmiddellijke sluiting te eisen, gingen ouders actievoeren voor behoud. Onze school dicht? Dat nooit! Mensen verzetten zich tegen het verlies. Maar in de praktijk blijkt dat je er al snel niemand meer over hoort als een voorziening eenmaal weg is. Mensen vinden andere oplossingen. Alleen heb je als gemeentebestuurder niet zoveel aan die wetenschap. Die ziet boze burgers tegenover zich en probeert te redden wat er te redden valt.’

De realiteit is volgens Gardenier dat mensen zelf minder trouw zijn geworden aan dorpsvoorzieningen. Ouders brengen hun kinderen steeds vaker naar een school buiten het dorp, omdat ze die beter vinden. Met de lokale kruidenier gaat het niet anders. ‘Iedereen draagt hem een warm hart toe en vindt het vreselijk als hij het loodje legt. Maar ondertussen doet een groot deel van de dorpsbewoners zijn boodschappen bij de Albert Heijn of de Aldi een paar plaatsen verderop. Gewoon omdat die beter gesorteerd of goedkoper zijn. Die trend is al ingezet toen die dorpen nog groeiden.’

Het Movisie-onderzoek haalt een bewoner uit een dorp in Borger-Odoorn aan. ‘In Stadskanaal heb je alle voorzieningen, allemaal binnen je bereik. Je hebt hier alleen nog een kleine supermarkt. Maar die is duurder en heeft ook niet genoeg keuze. Als je een lente-uitje wilt hebben, moet je hier niet zijn.’

Mobiliteit
De grootste verandering die zich de afgelopen vijftig jaar heeft voltrokken, is de toegenomen mobiliteit. Daardoor heeft nabijheid een andere betekenis gekregen en hebben ook bewoners van kleine dorpen wat te kiezen. Volgens Gardenier verklaart dit waarom de somberte in 1959 niet is uitgekomen. ‘Onze actieradius is veel groter geworden. Mensen gaan voor werk en voorzieningen naar buiten hun dorp. Die pendel heeft het platteland gered.’

Het karakter van dorpen is er wel door veranderd. Traditionele dorpen, die op eigen kracht voorzagen in werk en voorzieningen, bestaan niet meer. Ze hebben plaatsgemaakt voor woondorpen, waar de oorspronkelijke bevolking veelal in de minderheid is. Die autochtonen treuren daar om en ook bestuurders hebben soms de neiging in nostalgie te vervallen.

‘Het autonome dorp is voor veel inwoners en vooral ook bestuurders nog vaak het referentiebeeld, het machtige beeld van leefbaarheid,’ stelt het Zeeuwse instituut Scoop in een studie. ‘Ondanks de wetenschap dat de aanwezigheid van (een compleet pakket aan) basisvoorzieningen in kernen geen directe voorwaarde is voor een leefbare omgeving, domineert al decennialang de voorzieningenstructuur de lokale leefbaarheidsagenda.’

Dat is jammer, menen verschillende onderzoekers, omdat juist het ontbreken van een verband tussen leefbaarheid en voorzieningen kansen biedt tegen krimp. In de eerste plaats doordat nieuwkomers leefbaarheid vooral afmeten aan de kwaliteit van de woonomgeving en aan de bereikbaarheid van het dorp. Met landelijk wonen en werk en voorzieningen binnen bereik hebben dorpen troeven in handen om de krimp te weerstaan. In de tweede plaats kunnen nieuwe sociale structuren ontstaan die de leefbaarheid vergroten. ‘Als voorzieningen verdwijnen, ontstaat er iets anders’, zegt Jack Huiszoon, jarenlang werkzaam voor het ministerie van Vrom (Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu). Nu is Huiszoon nauw betrokken bij het Nationaal Netwerk Bevolkingsdaling, waarin tal van samenwerkende partijen zich buigen over krimpvraagstukken.

Een prachtig voorbeeld vindt Huiszoon in Witteveen (gemeente Midden-Drenthe, bijna 400 inwoners). Net als het naburige Nieuw Balinge (800 inwoners) lukte het niet meer om de jeugdvoetbalelftallen te vullen. ‘Terwijl tussen de Witteveense Boys ‘87 en SV Nieuw Balinge jarenlang animositeit bestond. Toch besloten de twee verenigingen tot een fusie van de jeugdelftallen. Zo leerden ouders elkaar kennen en de kinderen ook.

Met als gevolg dat daarna het idee opkwam om ook de basisscholen samen te voegen. Dat is prachtig, omdat het niet van de gemeente komt, maar van mensen zelf.’

Er zijn inmiddels talloze voorbeelden van dorpen waar bewoners al dan niet materiële voorzieningen zelf organiseren. Van het openhouden van de bibliotheek, het regelen van vervoer tot het organiseren van een muziekfestival. ‘Het gevaar bestaat dat het zelforganiserend vermogen van bewoners de overheid ook wel goed uitkomt. Ik vind dat gemeenten burgerinitiatieven af en toe een duwtje in de rug mogen geven. Om mensen zelfredzaam te maken, hebben sommigen een klein beetje overheidssteun nodig.

Daarnaast vind ik dat elke dorpskern wel één ontmoetingsplek moet hebben. Zonder ontmoetingsplek geen gemeenschap. Dat kunnen mensen best zelf organiseren, maar de gemeente kan ook hier wat ondersteunen.’ Terug naar de studie uit 1959. In plaats van door de overheid georganiseerde voorzieningen kon wellicht ‘zelfwerkzaamheid van de bevolking’ bijdragen aan het voorkomen van krimp.

De onderzoekers noemden het community organization, dat uit de Verenigde Staten was overgewaaid. Ze definieerden het als ‘de kunst om op democratische wijze samenwerking op te bouwen in een sociaal proces, waarbij burgers volledig deelnemen aan de vormgeving van hun eigen samenleving en aan de oplossing van hun eigen problemen.’ Actief burgerschap, in het hedendaags jargon.

 

Lees de beschikbare rapporten in de whitpaperbibliotheek:
Leegloop in Noord-Groningen van het CAB;
Krimp in beeld van Movisie;

Leefbaarheid is mensenwerk van Stamm CMO;

Interbestuurlijke voortgangsrapportage bevolkingsdaling 2012 van het ministerie van BZK;

Krimp, het nieuwe groeien van Van meer naar Beter.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.