De wijken uit, de buurten in
Vertrouwen in de buurt' is de titel van een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid dat bij veel gemeenteambtenaren en politici op het nachtkastje ligt. Het document verlicht het ongemakkelijke gevoel dat wijkgericht werken is uitgelopen op een nieuwe bestuurlijke carrousel van de beroepskrachten op het gemeentehuis met semiprofessionele wijkvertegenwoordigers. Wijkteams, wijkraden en bewonersorganisaties geven de gemeente weliswaar tegenwicht op niveau, maar wat draagt het allemaal bij aan het vertrouwen van de gemiddelde burger in zijn overheid?
Niet aantoonbaar, zeggen deskundigen al enige tijd. Opkomstcijfers bij verkiezingen en enquêtes wijzen in dezelfde richting. Al zijn er ook tegengeluiden, zoals de brochure 'Help! Een burgerinitiatief' van InAxis, vol voorbeelden van succesvolle samenwerkingsvormen tussen overheid en burger. Dit alles is de inspiratie voor Alkmaar om het roer radicaal om te gooien: spreek niet langer van wijkgericht, maar van buurtgericht samenwerken, omhels het WRR-rapport, luister naar de vraag van bewoners maar grijp ook in wanneer de overheid sociale problemen signaleert.
Wethouder Hans Meijer (PvdA) en zijn ambtenaren willen er op dit moment geen uitleg over geven. De eerste versie van hun plannen is door de Alkmaarse gemeenteraad kritisch ontvangen. Volgens de raad gaf het ontwerp helemaal geen vertrouwen aan de buurt, maar plaatste gemeente en woningcorporatie op een troon. Van daaraf zouden zij wel beslissen wat goed is voor wijken, buurten en individuele Alkmaarders met problemen.
'We noemen het anders maar we doen hetzelfde', zeg raadslid Anjo van de Ven van de Onafhankelijke Partij Alkmaar (OPA), de grootste oppositiefractie. 'De gemeente wil overal een vinger in de pap hebben, voet aan de grond houden. Wij roepen dat we verantwoordelijkheid willen overdragen en zaken los willen laten, maar kunnen het niet. Zestig jaar sociaaldemocratie is hier nauw verweven in ambtenarij en politiek.'
Collegepartij CDA is al even kritisch: niets wijst op een praktische vertaling van het motto 'vertrouwen in de buurt' - integendeel, de gemeente passeert zelfs het maatschappelijk middenveld. Voor scholen en algemeen maatschappelijk werk is geen plek aan de tafel waar de beslissingen over buurten vallen.
Koninkrijkjes
Terwijl wethouder Meijer op een nieuwe versie van het Alkmaarse buurtbeleid broedt, gaan de ontwikkelingen elders verder. Bestuurskundige Ronald Vis, onlangs gepensioneerd bij het Instituut voor Publiek en Politiek maar gewoon aan de slag via zijn eigen adviesbureau, herkent het probleem: 'Je wilt als bestuurder weten wat er in de wijken en de buurten leeft. Ontwijk dan de wijkmanagers en de wijkraden met hun koninkrijkjes. Zij hebben geen echte achterban meer, ze weten evenmin als de meeste ambtenaren wat er echt leeft.'
Dat is geen opzet, zegt Vis, maar het gevolg van een algemeen menselijk tekort. 'Wie verantwoordelijkheid neemt, gaat zich uit de naad werken en vergeet tijd te besteden aan feeling houden met de anderen. Je ziet het niet alleen in politiek en bestuur, dit gebeurt net zo goed in gezinnen.'
Rodney Weterings schreef drie jaar geleden al over de wijk als 'hangplek voor professionals'. Wijkgericht werken was bedoeld als een manier om in contact te komen met de burger, maar liep uit op een nieuwe bureaucratische schaal, constateerde hij in de nieuwsbrief van het platform voor wijkgericht werken LPB. Laat bewoners gewoon bewoners zijn, adviseerde Weterings, in plaats van ze op te voeden tot schrijvers van doortimmerde adviezen aan de politieke besluitvorming. De in Tilburg opgeleide bestuurskundige probeert zijn boodschap inmiddels door te laten dringen in Den Bosch, waar hij wethouder is geworden van volkshuisvesting, stedelijke vernieuwing, sport en recreatie, cultuur en bestuurlijke vernieuwing.
Aandachtswijk
De burger gewoon burger laten zijn, is een uitgangspunt waar de Amersfoortse projectleider Heino Abrahams zich goed in kan vinden. Hij is een van die ambtenaren die vergroeid zijn met hun gemeente, inzetbaar op alle terreinen waar het moeilijk wordt: overlast van horeca, herontwikkeling van winkelgebieden, de komst van een moskee, maar ook het opstellen van een toekomstvisie voor een wijk waar de meeste bewoners wel iets anders aan hun hoofd hebben.
Buurtgericht werken maakt wel degelijk verschil met wijkgericht werken, zegt Abrahams. Hij merkt het bij de aanpak van de naoorlogse wijk Liendert. Die bevat de bekende mengeling van verouderde flats en laagbouw. Hoogste tijd voor binnenstedelijke vernieuwing met een toekomstvisie die gedragen wordt in de buurt. Op naar het wijkbeheerteam dus? Nee, want juist in Liendert was dat na meningsverschillen uit elkaar gevallen.
Om meer partners te bereiken dan de 'professionele insprekers' zette Abrahams een scala aan hulpmiddelen in. 'We willen weten wat er echt leeft.' Amersfoort hield flitsenquêtes op straat, sprak moeders tijdens koffieochtenden op scholen en reed met een inspraakbus de buurten in. 'Je hoeft niet alleen schriftelijk te reageren. Mensen mochten voor de camera hun mening geven en dat telt mee als officiële inspraakreactie.'
En toch was er nog een groep die buiten beeld bleef: de vooral Turkse en Marokkaanse bewoners van een serie flats. Een oproep via de moskee en de culturele vereniging zorgde uiteindelijk voor opkomst op een eigen avond. 'Ze komen omdat de moskee en de vereniging het zeggen. Dan nog spreekt niet iedereen uit wat er leeft, maar de mensen stonden wel open voor discussie. Ik vind het wonderwel gelukt.'
Werken op het niveau van de buurt kan veel tijd kosten, waarschuwt Abrahams. 'Wij waren in Liendert een half jaar bezig met de eerste inventarisatie. Je vertaalt wat je hebt, dan leg je het terug: is dit wat je hebt gezegd? Hebben we het goed begrepen? Daarna bedenken we maatregelen, die moeten opnieuw in de inspraak: is dit wat je wilt dat er gebeurt? Je moet dus drie keer erheen om te weten wat er leeft en de combinatie te maken met onze gedachten.' Het leverde hem zo'n 250 namen en adressen op. Die mensen zijn contacten voor het stadsbestuur in hun buurt.
Maakt een gemeente de keus voor buurtgericht werken, dan moet dat volgens Abrahams consequent gebeuren, dus niet alleen in de wijken waar met of zonder minister Vogelaar extra geld is. 'Gaat het over wonen, dan moet je altijd naar complexniveau. Je kunt straatgesprekken houden over veiligheid, afval, samen leven. De meeste mensen kennen hun buren. De problemen beginnen bij de buurman van de buurman. Houd je een buurtschouw met politie, onderhoudsmensen en sociaal werk erbij, dan komen mensen bovendrijven die vervolgens dingen voor hun buurt organiseren. Op het niveau van de wijk zullen ze dat minder snel doen.'
Wipkip
Rens Kleverlaan, penningmeester van de stichting Overleg Stadsontwikkeling Alkmaar, vindt dat zijn gemeentebestuur nog een lange weg te gaan heeft voordat er daadwerkelijk sprake is van buurtgericht werken: 'De nieuwe werkwijze is bedoeld voor bewoners, maar ze komen er niet in voor.' Het wijkgericht samenwerken van Alkmaar is versleten, erkent ook OSA, maar de stichting ziet geen wezenlijke verbetering wanneer het buurtgericht werken gaat heten: 'Bewoners kunnen zaken melden, maar de gemeente beslist of ze wat doet. Het wachten is op het college. Hopelijk komt dat met een beter plan.'
Gaat versie 2 van het Alkmaarse buurtgericht werken fors afwijken van het teruggestuurde concept? Wethouder Meijer denkt er nog over na, de oppositie houdt het hart vast. OPA-raadslid Van de Ven: 'Ik verwacht geen verbetering. En als de PvdA om gaat, dan stemt de coalitie mee en is het geregeld.' Wat vinden de sociaaldemocraten? Ook zij kennen de nieuwe versie nog niet, ook zij waren kritisch over het concept. Maar fractielid Ineke van Exter geeft aan dat de grote lijn van de collegeplannen op steun kan rekenen, zeker wat betreft de rol van de wethouder: 'Hij/zij is de aanjager, het vliegwiel en de smeerolie. Hij wijst de partners niet alleen op hun verantwoordelijkheden, maar spreekt ze daar ook publiekelijk op aan.'
Bestuurskundige Vis: 'Zo houd je de regie in elk geval strak in handen. Maar het opleggen van allerlei zaken door de overheid raakt uit de tijd. Het IPP spreekt over de derde generatie burgerparticipatie: de overheid steunt burgers wanneer zij iets willen. Dat is ook heel efficiënt en effectief, zeker als je doel is om te weten wat er onder de mensen leeft.'
Ook die kant van het verhaal kent Amersfoort, aan de Noordewierweg. Overlast van een coffeeshop liep daar zo ver uit de hand dat de stad in overleg met omwonenden het pand uiteindelijk onteigende en sloopte. Ambtenaar Abrahams trad daar op als regisseur van het buurtoverleg. De zaak staat weer op de rails. En dan? 'Inmiddels vind ik dat het tijd is om die rol over te dragen. Maar er is nog geen bewoner die het wil overnemen.'