of 59045 LinkedIn

Constructief slopen

Hans Vos is tweevoudig directeur bij ZZG zorggroep. Zijn missie is het innoveren van de organisatie door die daar waar nodig af te breken.

Hans Vos is tweevoudig directeur bij ZZG zorggroep. Zijn missie is het innoveren van de organisatie door die daar waar nodig af te breken. Veel gekker moet het toch niet worden, denk je dan. Maar dat wordt het wel. ‘Want veel moet anders’, stelt Vos.

Of ik ooit meerdere verzorgingshuizen van binnen heb gezien? En welke verschillen me dan opvielen? ‘Precies’, zegt Hans Vos na het verwachte antwoord te hebben gehoord. ‘Nauwelijks verschil, zeg maar gerust eenheidsworst: gangen zo en zo breed, kamers met exact dezelfde vierkante meters, allemaal volgens de oorspronkelijke landelijke voorschriften en regels. Dat past niet meer in onze tijd en betekent dus in veel gevallen slopen en opnieuw bouwen. Maar dan wel compleet anders, vanuit een totaal afwijkend concept van wat we tot nu toe toepassen.’

Wat er was en is aan eenheidsworst op het gebied van verpleeg- en verzorgingshuizen, dat is in veel gemeenten te bewonderen. Hoe het anders kan, is te zien in het zuidoostelijkste puntje van Gelderland. Daar, in het heuvelachtig bos tussen Nijmegen en Groesbeek, staat het op het terrein van Dekkerswald het hypermoderne kleinschalig wooncomplex Eikenhorst. Stap erbinnen met locatiemanager Jos de Jong, en de rust daalt ogenblikkelijk over je neer. Brede kleurrijke gangen, ontmoetingsplekken in de vorm van een nagebouwde bushalte, een washok in retro-stijl en een bioscoophoek met veel pluche, maar bovenal per verdieping maar een beperkt aantal aan een pleintje gelegen appartementen van elk minimaal 45 vierkante meter. Er kan op dat binnenpleintje centraal worden gekookt en gezamenlijk worden gegeten, maar het hoeft niet – wie wil (en kan) mag dat ook in het eigen appartement doen.

Veel bekijks

De Eikenhorst trekt sinds de opening in 2012 veel bekijks. Jos de Jong geeft regelmatig rondleidingen aan bestuurders van andere zorginstellingen. Hans Vos wordt vanuit zijn functie Directeur Innovatie Wonen en Zorg veelvuldig uitgenodigd lezingen te geven over de visie en aanpak van ZZG zorggroep op het gebied van wonen en zorg.

Hij heeft het eraan ten grondslag liggende concept van wonen en zorg in een maatschappelijke context onlangs mogen presenteren aan de Raad voor Volksgezondheid en Zorg. Het concept om kwetsbare mensen zoals dementerende ouderen en ouderen met een somatische aandoening onderdeel te laten blijven van de maatschappij en in hun eigen context is zijn ambitie. De afkeer van de anonieme, grote instellingen ontwikkelde hij dik dertig jaar geleden, in de tijd dat hij fysiotherapeut was. Toen zette hij, beroepshalve, zijn eerste stappen in een verpleeghuis. ‘Wat ik toen zag, mensen die bijvoorbeeld door een beroerte waren getroffen en weinig of niets meer konden en van de ene op de andere dag alle privacy verloren in een zorginstelling, heeft me nooit meer los­gelaten. Dat moet anders kunnen, dacht ik. Die mensen van toen heb ik nog vaak  voor ogen’, zo verklaart hij een deel van zijn innovatieve drive.

‘De stempel zorg mag niet bepalend zijn voor hoe je leeft. Dat is onhoudbaar. Zorg moet mensgericht, maatschappelijk ingebed en economisch vol te houden zijn. Iedereen moet een zo zelfstandig mogelijk leven kunnen leiden, waar mogelijk zichzelf kunnen redden maar wel kunnen rekenen op maatschappelijke organisaties en de (lokale) overheid die in samenwerking hun verantwoordelijkheid nemen. Let op,’ waarschuwt Vos, ‘dat vraagt andere analyses en condities voor zelfredzaamheid en samenredzaamheid dan die we nu vaak horen en lezen vanuit de overheden.’ Evelien Tonkes en Tine de Moor hebben daar in zijn ogen scherpe ideeën over. Het is dus meer dan simpelweg ‘burgers moeten hun verantwoordelijkheid nemen’ en  ‘zoek het zelf maar uit’.

Ruimte geven aan wat iemand zelf nog kan en wil, en deze persoon hierin ondersteunen, dat is een van de uitgangspunten van ZZG zorggroep. De neerslag daarvan zie je in de Eikenhorst, waar iedere bewoner een eigen appartement heeft in plaats van een kamer met alleen een bed en een stoel. ‘Iedereen kan er een naar omstandigheden volwaardig leven leiden, in een eigen sociale context. Daarmee bedoel ik: mensen kunnen ontvangen, laten slapen, leven zoals dat past bij jouw levensstijl.’ De ondersteuning van de medewerkers is er niet gericht op ‘u kunt het niet meer zelf, we nemen het van u over’ maar op ‘u leidt uw leven zoals u dat wilt en waar nodig bieden wij ondersteuning.’

Die ondersteuning kan er ook worden geboden door familie of mantelzorgers. Wat de professionele zorgmedewerker doet, is professionele zorg geven, toezien op de kwaliteit, het garanderen van de continuïteit van de zorg en de coördinatie van het geheel.

Betaalbaarheid

Die andere werkwijze wordt ingegeven door het woonconcept, maar is ook noodzakelijk met het oog op de betaalbaarheid. Want economisch houdbare zorg is een andere belangrijke norm waaraan het geheel moet voldoen. Het Eikenhorst-­concept is helemaal voorbereid op het scheiden van wonen en zorg, waarbij de bewoners als huurders straks hun huurpenningen rechtstreeks betalen aan de verhuurder – en de zorgkosten afrekenen met ZZG zorggroep.

Het woonconcept wijkt af van de gangbare manier van bouwen in de wereld van de zorg. Vos: ‘Het gekke is dat we altijd zorginstellingen bouwden die een functionele leeftijd hadden van hooguit 20 à 30 jaar. Daarna bleek het concept al niet meer te voldoen. Elke keer bleek zo’n gebouw niet te ontwikkelen en moest er stevig worden gerenoveerd of gesloopt. Denk nou eens aan je eigen huis. Hoe lang staat dat er nu al? 30 jaar, 50 jaar? Oké, het jouwe 80 jaar, het mijne 30 jaar. Geen van ons denkt erover het binnenkort af te breken. Waarom zouden we met maatschappelijk vastgoed, lees maatschappelijk geld, anders omgaan? Echt, je moet met nieuwe concepten komen.’

Onhoudbaar

Ook om een andere reden, want de col-lectieve zorgkosten lopen de spuigaten uit. En als we aan het oude systeem blijven vasthouden, zal dat onhoudbaar worden. ‘Nu tellen we in Nederland zo’n 250.000 dementerenden, in 2030 zijn dat er naar schatting 500.000. Al die mensen huisvesten in een verzorgings/verpleeghuis zoals we dat tot nu toe deden? Onbetaalbaar’, zegt Vos. Het zal op een andere manier moeten. ‘Als je doet wat je deed, krijg je minder dan wat je had.’

De oplossing moet volgens hem worden gezocht in de maatschappelijke context. Daarmee bedoelt hij dat er dwarsverbanden moeten worden gelegd tussen allerlei geledingen in de samenleving. Geïsoleerde verzorgingshuizen, zoals nu, zijn ‘out of time’. In het ideaalplaatje van Vos maken ze onderdeel uit van de gezondheidszorg in meer algemene zin. Veel zal volgens hem kunnen worden gecreëerd door een brug te slaan met de directe omgeving. En door aan te haken bij burgerinitiatieven die dan ook zelf zeggenschap hebben over hoe ze willen wonen en de zorg willen regelen.

Luchtfietserij? Allerminst. De Meander is een voorbeeld van wat er mogelijk is. ‘Dat was een gedateerd verzorgingshuis van ZZG zorggroep in Wijchen, Wijchen-Noord om precies te zijn, een wijk van 15.000 mensen. Omdat we daar iets mee moesten, zijn we gaan vragen wat nu eigenlijk de maatschappelijke behoefte was in de wijk en in de gemeente en zijn we op zoek gegaan naar partijen die konden aanhaken.

Wat bleek? Huisartsen zochten een nieuwe plek, het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis werd benaderd om ziekenhuiszorg samen met huisartsen te organiseren en er een diagnostisch centrum te ontwikkelen. Burgers en professionals kwamen met initiatieven om Wijchen de gezondste gemeente van Nederland te laten worden. Dat alles hebben we gecombineerd. Dat geeft een totaal ander risicoprofiel, waarbij de stenen niet meer van ons zijn, maar van een woningcorporatie. Het helpt dus echt om niet meer vanuit de eigen invalshoek – sec de ouderenzorg – te redeneren, maar vanuit gezondheidsverbetering in brede zin. Daaromheen kun je dus iets in veel breder verband opzetten, met ouderenzorg als element.’

Maatschappelijke taak

Waar mogelijk sluit Vos aan bij vormen van burgerparticipatie. Soms zijn die burgerinitiatieven direct concurrerend met de belangen van zijn werkgever. Dat weerhoudt hem er niet van dan toch de samenwerking aan te gaan, of de helpende hand te bieden. ‘Ik heb de kennis, de netwerken. Waarom zou ik dan niet helpen om iets van de grond te krijgen? Ik zie dat als maatschappelijke taak, zoals ik ook zorg verlenen als een maatschappelijke taak zie. Dat hoort niet beperkt te blijven tot  de muren van een instelling. Een instelling, ook ZZG zorggroep, werkt met maatschappelijk geld. Dat is niet van ons. Dat is van de maatschappij. Ik ben wel in dienst van ZZG zorggroep, maar dat wil niet zeggen dat ik alleen de belangen van die organisatie voor ogen heb. Als het nodig is, en het initiatief is maatschappelijk relevant, dan hoeven wij dat als organisatie niet zelf te doen.’

Wat er voor in de plaats komt, zijn dwarsverbanden met diverse stakeholders, zoals cliënten, medewerkers, bedrijven, particulieren, scholen en overheden. Door met elkaar nieuwe perspectieven, ambities en prestatie­afspraken op te stellen, kunnen volgens Vos naast louter financieel-economische waarden ook sociale waarden worden gerealiseerd

Vasthouden aan zoals we het tot nu toe georganiseerd hebben, brengt de oplossing van een betaalbare, mensgerichte gezondheidszorg zeker niet dichterbij. Toch is dat wat veel instellingen op dit moment doen door in een soort paniek terug te keren naar de core business. ‘Daar wordt het alleen maar erger van, omdat je dan nog dieper wegzakt in de wereld van de schotten, regels en de functiescheidingen. Dat is nou precies waardoor het huidige systeem is vastgelopen’, zegt Vos. ‘Met dat type organisaties staat Nederland vol. Ze dragen niet bepaald bij aan het juiste handelen van professionals en aan een vervuld leven waarnaar ieder mens – vrij naar Aristoteles – op zoek is. Zeker niet in een tijd waarin de maatschappelijke opgaves domein-overstijgend zijn. Segmentering, functionele indeling, schotten – opruimen die handel. Dat alles belemmert het zicht op de burger voor wie we het allemaal doen. Je moet afbreken wat je blokkeert.’

Mixed zone

Afbreken en opnieuw bouwen. Het zijn twee termen die bij Vos regelmatig van zijn tong rollen. Dat komt ook omdat hij ze in zijn werk op twee verschillende niveaus hanteert. Als gebiedsdirecteur Wijchen en Maas en Waal op vooral het praktische vlak en als programmadirecteur innovatie wonen en zorg op het meer visionaire, filosofische en conceptuele level. En voortdurend schakelt Vos tussen die twee werelden, omdat hij ze laat samenvallen in het hier en nu.

Hij tekent er een plaatje van een neergaande en opgaande lijn bij dat duidelijk moet maken wat hij bedoelt. De ‘stervende’ lijn symboliseert het einde van het dure zorgstelsel zoals we dat nu kennen. Een vastgelopen systeem, voorbij de houdbaarheidsdatum. De ‘opkomende’ lijn staat voor het nieuwe dat eraan zit te komen. Met z’n allen bevinden we ons – nu en in de komende 10 jaar – precies daar waar de lijnen elkaar kruisen. In die mixed zone bestaat het oude nog naast het ontluikende nieuwe. Het kantelpunt, zegt Vos. ‘Daarin nemen we afscheid van de oude institutionele vormen en komen er nieuwe voor in de plaats. Een complexe tijd, waarin we moeten afbreken wat ons blokkeert om tot iets beters en nieuws te komen dat wel houdbaar en betaalbaar is en ook past bij onze tijd. Maar je kunt pas gaan afbreken als je een wenkend perspectief hebt. En dan nog voltrekt zo’n beweging zich niet in één klap, maar met kleine veranderingen. Er is niet een aan en uitknopje, zegt hij.


Verpleeghuizen nieuwe stijl
Ons land telt nu zo’n 1.100 verzorgingshuizen en 400 verpleeghuizen. Staan die er over pakweg 20 jaar nog? Hans Vos is voor zijn doen lang stil. ‘Ja’, zegt hij dan. ‘Veel ervan staan er dan nog, maar dan zijn het geen verpleeghuizen meer, waar we een  afspiegeling zien van de samenleving. Laat ik het zo zeggen: je komt er niet iedereen tegen omdat veel burgers die dat kunnen dan ook hun eigen oplossingen hebben gekozen en gerealiseerd.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.