of 59045 LinkedIn

Bijna klaar voor elke watervloed

Hoe staat ‘haar’ Ruimte voor de Rivier (RvdR) ervoor? Zijn alle 33 projecten volgend jaar klaar, zoals de bedoeling was? Nee, antwoordt Cuperus: zeven projecten komen een jaar later gereed, in 2016.

Nee, geen nieuwe vertragingen in de voortgangs- rapportage Ruimte voor de Rivier. Ook de kosten blijven volgens directeur Joke Cuperus binnen de perken. Een voorbeeldproject, dit waterprogramma? Niet helemaal. Veilig is het in 2015 nog net niet.

Jammer, zeg. Joke Cuperus ontvangt op de tweede verdieping. Daar zitten we dan, oog in oog met de dakrand van de voormalige melkfabriek aan de overkant van de straat. Was haar kamer boven in het gebouw geweest, dan hadden we uitgekeken over de Rijn, in hartje Arnhem. En hadden we ongetwijfeld stilgestaan bij de pas uitgegraven uiterwaard langszij, onderdeel van ‘Meinerswijk’, een van de 33 projecten van ‘Ruimte voor de Rivier’.

Zo heet het programma van Rijks­waterstaat waarover Cuperus (59) sinds een jaar de scepter zwaait. ‘Dat is gebruikelijk inderdaad: de directie op de bovenste etage. Wij hebben bewust gekozen voor de tweede verdieping toen we dit pand drie jaar geleden betrokken. We wilden tussen de andere medewerkers in zitten.’

Hoe staat ‘haar’ Ruimte voor de Rivier (RvdR) ervoor? Zijn alle 33 projecten (zie kader) volgend jaar klaar, zoals de bedoeling was? Nee, antwoordt Cuperus: zeven projecten komen een jaar later gereed, in 2016. Zullen we de zeven langslopen voor een verklaring voor de vertraging. ‘Het is weinig relevant om dat te doen, want het gaat steeds om dezelfde reden: grond.’

Ha, de boeren wilden zeker weer eens het onderste uit de kan hebben voor hun grond langs de rivier en gooiden de kont tegen de krib. Het blijkt een te snelle, misplaatste interpretatie. Cuperus doelt met ‘grond’ geenszins op de aankoop ervan. Verderop in het gesprek zal ze laten weten dat de koop in ruim 99 procent van de gevallen ‘minnelijk’ is overeengekomen. Slechts bij kleine 1 procent moest worden onteigend.

Cuperus bedoelt met grond de kwaliteit ervan. Die bleek nog al eens niet overeenkomstig de verwachting. Zo raakten aan de IJssel bij Zwolle twee projecten vertraagd, omdat de grond gewonnen bij het uitdiepen van beide gebieden te vervuild bleek om er de nieuwe dijk bij Westerholte mee te bouwen en de zandwinput in Schelle mee te vullen.

Gevolg: kosten waarop niet was gerekend, want de vervuilde grond moest worden aangeboden en verwerkt. Wel geschikte grond moest worden aangekocht. Dat is niet in een handomdraai geregeld, los nog van de vraag: wie gaat dat betalen? Daar een antwoord op geven, neemt ook tijd.

Is het dichten van het financieel gat niet simpelweg een kwestie van een belletje met Cuperus? ‘Helemaal niet. Wij moeten ook gewoon binnen het budget blijven. En dat doen we ook, trouwens. De tegenvallers kunnen we opvangen doordat we vanaf het begin risicoreserveringen hebben ingebouwd.’

Potjes
De RvdR-baas schetst hoe eerst wordt bepaald wat er eigenlijk aan de hand is. Voorts wordt bekeken wie over de brug zou moeten komen. De aannemer? Of het waterschap of de gemeente, die in een aantal projecten het opdrachtgeverschap van Rijkswaterstaat hebben overgenomen. ‘Ook die hebben potjes voor tegenvallers.’ Eigenlijk, vat Cuperus samen, hebben steeds alle partijen iets bijgedragen aan de strop, inclusief het rijk.

Waren de tegenvallers te voorkomen geweest? Cuperus meent van niet. ‘Wij onderzoeken de grond van tevoren steekproefsgewijs, van elk project. Nog meer steekproeven doen, zou een project veel te duur maken. Beter is het om in te calculeren dat je er af en toe naast zult zitten.’

Ze geeft nog enkele voorbeelden. In de monding van de IJssel, bij Kampen, dook ‘ineens’ een kogge op bij het verlagen van de rivierbedding. Lachend: ‘Waarom ligt zo’n boot niet gewoon wat verderop, in het randmeer?’ Ook in Meinerswijk, achter de verlaten melkfabriek zeg maar: grondbesognes. In dat geval door vele archeologische vondsten. ‘Dan moet je overleggen, in het bijzonder met de archeologen. Kijken of we ook wat hen betreft doorkunnen zodra het aangetroffen materiaal meer van hetzelfde wordt. Dat kon gelukkig.’

Cuperus wijst erop dat haar programma de mensen met een goed gevoel wil achterlaten als projecten straks zijn afgerond. ‘Essentieel. Mensen moeten kunnen uitleggen waarom de ingreep nodig was en tegelijkertijd trots zijn op hoe mooi het is geworden. Vergeet niet dat we in één moeite door randvoorwaarden realiseren voor natuur, toerisme en recreatie. Je moet de dingen zorgvuldig doen en mensen er steeds bij betrekken. Neemt allemaal tijd.’

Is het een idee om het verlies aan tijd voortaan van tevoren in te plannen? Door gewoon een jaar extra te rekenen. ‘Dan haal je de urgentie weg, terwijl je juist scherpte nodig hebt. Je moet je voorstellen hoe het werkt. Een aannemer is apetrots als hij het werk binnen de krappe tijd weet af te krijgen. Wij jagen continu achter de projecten aan, nemen hier elke drie weken door hoe ver alles is en wat we nog kunnen doen om te versnellen.’

Ze wijst op de bonus die een aannemer in sommige contracten krijgt als hij het werk eerder weet af te ronden. Dat gebeurde bij een IJssel­project tussen Deventer en Zwolle. Dat is nu niet langer een jaar te laat, maar gewoon op tijd. ‘Een malus hebben we ook, als een aannemer te laat oplevert. Mits hij er debet aan is.’

Hobbels
Driekwart van de projecten op tijd, een kwart een jaar later. ‘Een uitstekend resultaat voor een groot infrastructureel project’, zegt Cuperus trots, mede onder verwijzing naar een benchmark waar RvdR volgens haar sterk uitkomt. ‘Weet je: infrastructurele projecten gaan altijd met hobbels gepaard. Dat is bij dit programma ook zo, zij het in beperkte mate. Er zit geen project tussen waar ik ’s nachts van wakker lig.’

De voortgangsrapportage RvdR die deze week naar de Tweede Kamer ging, wijkt wat hoeveelheid vertraagde projecten nauwelijks af van het vorige rapport, een half jaar geleden. En evenmin van dat van anderhalf jaar geleden, toen de vorige RvdR-directeur, Ingwer de Boer, afscheid nam. Steeds is de achterstand zeven tot acht projecten, steeds met een jaar.

Je zou verwachten dat het om dezelfde groep projecten gaat die – eenmaal op achterstand – ook op die achterstand blijft. Maar dat is niet zo. De achterstand ten tijde van De Boer had vooral te maken met hier en daar ontbrekend draagvlak, ook politiek. Ook het extra onderzoek waartoe de Tweede Kamer besloot, werkte vertragend. De achterstand zou grotendeels weer zijn ingelopen. Cuperus zit, meer dan De Boer, in de realisatiefase. Die weer zijn eigen risico’s kent. Vooral deze: grond. Vandaar deels andere projecten, waar juist dat aspect tegenzit.

De Cuperus-rapportage zegt meer over de afloop van RvdR dan die van De Boer, omdat ze nu eenmaal dichter tegen het einde van het programma aanzit. Er wordt nog keurig van ‘prognose realisatie veiligheid’ gesproken. Maar, zegt Cuperus: nu we zover zijn, moet het wel heel gek lopen, wil die prognostiek niet uitkomen.

Cuperus, tevens hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat Oost-Nederland (Gelderland en Overijssel), voelt de jetlag nog van een vakantie in het zuidwesten van de VS. Daar moest ze acht uur omrijden wegens een doorgebroken rivier. Ze ondervond dat enkel de adopted highways goed zijn – bij de gratie van particuliere geldschieters – en dat mensen hun tuinen maar bleven sproeien, ondanks alle droogte. ‘Dan hebben we het hier maar goed. Wij hándelen als we een ramp of een hoogwater hebben meegemaakt.’

Verwijzend naar het volgende grote waterprogramma, dat van de Deltacommissaris: ‘Wij gaan nu zelfs iets doen terwijl er nog niets is gebeurd, voor het eerst.’


Ruimte voor de rivier in cijfers
Gemiddeld eens per 1.250 jaar. Groter mocht de kans op overstroming niet worden in het Nederlandse rivierengebied, waar alles bijeen genomen 4 miljoen mensen wonen. Om dat veiligheidsniveau te bewerkstelligen, werden de dijken na de hoogwaters van ’93 en ‘95 in allerijl versterkt in het Deltaplan Grote Rivieren. Maar klimaatberekeningen lieten zien dat het vaker en vooral langer achtereen zou gaan regenen, dus moest er meer gebeuren om – uiterlijk in 2015 – andermaal aan de eis van eens per 1.250 jaar te voldoen.

Een nieuw groot waterprogramma, Ruimte voor de Rivier (RvdR), moest daarvoor gaan zorgen. Ook daarin nog projecten dijkversterking, maar lang niet meer overal, omdat die ‘maatregel’ ruimtelijk en landschappelijk minder of geen optie was. Vandaar dat tweederde van de RvdR-projecten de rivier meer ruimte geeft. Bijvoorbeeld door het verdiepen van de uiterwaard, het verleggen van een dijk, ontpoldering, een hoogwatergeul, het verdiepen van het zomerbed of het verwijderen van obstakels als kribben.

Door RvdR hebben tweehonderd gezinnen moeten verhuizen. Er wordt gewerkt met een budget van 2,3 miljard euro. Het programma telt duizend vastgoeddossiers, voor grondaankoop. In 2007 werd begonnen met 39 projecten, even los van twee inmiddels afgeronde projecten die toen al liepen en evenzeer bijdragen aan de ‘eens per 1.250 jaar eis’. Vijf van de 39 vielen jaren geleden af, omdat die waterpeilverlaging kon worden meegenomen in andere projecten in de buurt.

Zo resteren 34 projecten. Eén ervan is, omwille van de helderheid, buiten beschouwing gelaten in het hoofdverhaal: de IJsseldelta bij Kampen. Die wordt pas in 2019 afgerond, omdat er – zo werd jaren geleden al duidelijk – een aparte geul nodig is om aan de veiligheidseis te voldoen. Het uitdiepen van de bedding van de IJssel bleek over een flink minder aantal kilometers te kunnen, omdat anders de drink­waterwinning in het geding zou kunnen komen. 33 projecten dus. Waarvan er zeven een jaar later klaar zijn dan het streefjaar 2015. Door de vertraging moeten delen van het rivierengebied het een jaar stellen zonder het nagestreefde veiligheids­niveau. Hoeveel rumoer zal daar over ontstaan? Hoe groot is de kans precies dat het in 2015 mis gaat? Eén op de 1.250, ongeveer.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.