of 59045 LinkedIn

Almelo ontspult

De bezittingen van de gemeente Almelo in de openbare ruimte hebben een vervangingswaarde van een miljard euro. De kwaliteit van wegen en kunstwerken (bruggen en tunnels) is door de bank genomen matig, voor openbare verlichting en speeltuinen zelfs laag. Zeker dertig van de 231 kunstwerken verkeren in erbarmelijke staat – één brug moest zelfs worden afgezet – en ook voor de rest eindigt de levensduur de komende decennia.

Hoe gemeenten hun eigendommen in de openbare ruimte beter kunnen beheren? De duurzame trend van “ontspullen” is een oplossing: heb je al die bruggen echt nodig? Tips uit Almelo.

Besparen op uitgaven openbare ruimte

De bezittingen van de gemeente Almelo in de openbare ruimte hebben een vervangingswaarde van een miljard euro. De kwaliteit van wegen en kunstwerken (bruggen en tunnels) is door de bank genomen matig, voor openbare verlichting en speeltuinen zelfs laag. Zeker dertig van de 231 kunstwerken verkeren in erbarmelijke staat – één brug moest zelfs worden afgezet – en ook voor de rest eindigt de levensduur de komende decennia.

Vervangingsbudget voor wegen en bruggen is er niet; het onderhoudsbudget zal aanzienlijk omhoog moeten om de achterstand in te lopen. En o ja, Almelo staat onder preventief financieel toezicht.

Met deze elevatorpitch mag Peter Leferink, manager beheer openbare ruimte, het gemeentebestuur van Almelo overtuigen van de noodzaak om beheer en vervanging van de gemeentelijke eigendommen in de openbare ruimte over een andere boeg te gooien. En hij is niet de enige met deze schone taak.

De piek aan vervangingsinvesteringen in de openbare ruimte blijkt veel gemeenten te overvallen, zo komt naar voren uit de peiling die Binnenlands Bestuur onlangs hield onder ruim honderd gemeenten. Hoewel de meeste gemeenten de piek zien aankomen, hebben ze weinig zicht op wat er precies moet gebeuren en heeft de helft er onvoldoende geld voor gereserveerd.

Dat gemeenten zich hebben laten verrassen, verbaast Leferink niet. Hij werkte eerder in de private sector en ziet bij veel gemeenten dezelfde trend. ‘Openbare ruimte is als beleidsterrein ondergewaardeerd. Het is altijd als een verlengstuk van de uitvoering beschouwd en vaak is vooraf weinig overleg met de collega’s van financiën over de gevolgen van bepaalde keuzes.’

Cruciale denkfout
Het jaarlijkse budgetsysteem draagt evenmin bij aan het behalen van de (langere)termijndoelstellingen, stelt Leferink. ‘Bij veel gemeenten zie je dat het jaarbudget opgemaakt wordt, omdat je dat geld anders het jaar erop kwijt bent. Een cruciale denkfout die aanzet tot het verbranden van middelen aan de verkeerde doelen. Je moet juist werken vanuit een meerjarenprogramma om de doelen van het bestuur te verwoorden in toekomst- en prestatiegerichte opgaven voor beheer.’

Deze trends stellen veel gemeenten nu voor problemen, terwijl die best waren te voorzien. Want het is een simpele rekensom: in elke gemeente die tussen pakweg 1955 en 1980 een groeispurt heeft gemaakt, zijn de wegen, bruggen, rioleringen en bomen met een levensduur van gemiddeld vijftig jaar, de komende jaren wel aan vervanging toe. Het is de combinatie van cyclisch plannen, rigide financieringssystemen en een a-sexy onderwerp dat de meeste gemeenten parten speelt, denkt Leferink. Ook Almelo. Hoewel deze gemeente hard op weg is met een nieuwe aanpak door middel van assetmanagement.

Eigenlijk is het dezelfde werkwijze als met het prijswinnende nieuwe, duurzame stadhuis, waar Leferink op de bovenste verdieping wijst over stad en ommeland. Door juist extra te investeren in duurzame energievoorziening en materialen in het stadhuis, is de gemeente op termijn goedkoper uit, door lagere exploitatiekosten. Voor beheer, onderhoud en vervanging van de openbare ruimte geldt min of meer hetzelfde: het gaat om een goede economische afweging, die je pas kunt maken als je over alle relevante informatie beschikt en die integraal beoordeelt, legt Leferink uit. ‘Hoe groot is de opgave? Wat zijn de visie en ambities van college en raad? Wat zijn de risico’s en de financiële mogelijkheden? Als je dat overzichtelijk opschrijft – wij doen dat in een strategisch meerjaren investeringsperspectief – zie je de knoppen waar je aan kunt draaien om het effect van je keuzes te beïnvloeden.’

Zo is kiezen voor een andere kwaliteit voor de bestrating soms een heel legitieme keuze, stelt Leferink. ‘We weten dat door leegstand en demografische ontwikkelingen de binnenstad in de komende twintig jaar een ander karakter gaat krijgen, met andere functies en voorzieningen. Waarom zouden we bij een herinrichting dan kiezen voor gebakken klinkers met een levensduur van zestig jaar? Tenzij je incalculeert dat je ze elders kunt hergebruiken natuurlijk. Dan heb je er goed over nagedacht.’

Tijd kopen
Goed nadenken – vooral samen met financiën – vat de aanpak van Almelo heel helder samen. Dat gebeurt op dit moment bijvoorbeeld bij de renovatie van een lokale spoortunnel. “Tijd kopen”, noemt Leferink de knop waar hij in dat project aan draait. Het is een alternatief voor het traditionele 1-op-1-vervangen, legt hij uit. ‘Bij deze kruising onder het spoor bleek bij de inspectie aanzienlijke schade, de tunnel zou zo spoedig mogelijk moeten worden vervangen. Kosten: 13,5 miljoen euro. Bij een second opinion en monitoring van hoe de tunnel belast wordt, bleek dat de schade niet toeneemt. Door nu 2 à 3 miljoen te investeren in het versterken van de dragende constructie, kunnen we de vervanging dertig jaar uitstellen. De raad steunt deze aanpak.’

De manager gebruikt nog een knop, een hippe trend in de duurzaamheidsbeweging: “ontspullen”. Moet je alles wat je hebt ook willen houden? ‘Er liggen in de binnenstad drie bruggen binnen een afstand van tweehonderd meter van elkaar. Misschien is dat gewoon te veel. Dat is natuurlijk ook een politieke afweging en die kan lastig zijn. Maar als ik door mijn lijst heen ga, denk ik dat we over twintig jaar een derde minder kunstwerken kunnen hebben, of ze een andere functionaliteit kunnen geven. Van een weinig gebruikte autobrug kun je ook een fietsbrug maken. Zo breng je het onderhoudsniveau omlaag van wegen en kunstwerken die minder intensief worden gebruikt dan vooraf was gedacht.’

Omgekeerd zijn er ook wegen en bruggen die juist sneller moeten worden afgeschreven omdat er veel meer zwaar verkeer overheen gaat dan waarmee bij de aanleg rekening was gehouden. Ook dat is assetmanagement, zegt Leferink: goed in kaart brengen wat de staat en levensverwachting van je bezittingen is. Het gaat daarbij niet alleen om de technische levensduur van hout, beton en klinkers; het gaat ook om de houdbaarheid van de visie op de stad.

Leferink: ‘Grote kunstwerken van betonstaal zouden zestig tot tachtig jaar mee moeten kunnen. Maar het is de vraag of ook je ontwerpperspectief zo lang meegaat. Niet alleen de rol van de binnenstad verandert, dat kan ook gelden voor bedrijventerreinen, het havengebied, of denk aan de herbestemming van leegstaande kantoren.’

Houdbaarheid
Leferink onderscheidt daarbij drie typen infrastructuur. De primaire hoofdinfrastructuur, vaak historisch bepaald door de aanwezigheid van spoor en water, is ontworpen voor de lange termijn. ‘Daar moet een heldere visie op zijn: alles wat je daaraan doet, moet voor minstens tachtig jaar zijn. De secundaire wegenstructuur, dus de ontsluiting van bedrijventerreinen en het centrum, wil je ook zestig tot tachtig jaar laten liggen. Bij alles wat daarna komt, de tertiaire wegenstructuur, kun je discussiëren over de gewenste houdbaarheid.’

Een goede inventarisatie leert Leferink inmiddels dat Almelo, door kritisch te kijken naar het noodzakelijke onderhoudsniveau, 20 tot 40 procent kan besparen op de secundaire en tertiaire wegen, waar de bulk van de kosten zit. Die besparing is ook hard nodig om in te lopen op achterstallig onderhoud én deels de vervangingsopgave te financieren, zegt hij.

Desondanks moet ook de raad van Almelo komend jaar besluiten over een aanzienlijke verhoging van het budget voor wegen en kunstwerken. Hoe de gemeente, onder preventief financieel toezicht, dat gaat fiksen? Leferink: ‘Wij zullen de opgave goed in beeld brengen, maar bovenal laten zien dat er keuzes gemaakt moeten worden. Dat zal, gelet op onze situatie, geen leuke boodschap zijn.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.