of 59045 LinkedIn

Niet te snel met de rode kaart voor ambtenaar

Joop Klinkhamer Reageer

‘Ambtenaren worden wel eens weggezet als luie zakkenvullers’ schrijft Hans Groot in BB van 20 november. Ik volg de media intensief en ik herken dit beeld niet. Dat er sprake is van ‘tanend vertrouwen in het optreden van de overheid  en een cultuur van wantrouwen’ herken ik als krantelezer wél. Ongetwijfeld zal de ‘integriteitskaart’ soms worden gespeeld op een minder integere manier. Toch blijft introspectie ten aanzien van ‘tanend vertrouwen’ met betrekking tot die integriteit, relevant. 

Te beginnen bij de politiek. Hoe vaak wordt het parlement door ministers immers niet voorgelogen of opzettelijk verkeerd geïnformeerd?  (Blijft daarbij de vraag of de verantwoordelijke minister door zijn ambtenaren ook niet is belogen.) Politiek verantwoordelijke bestuurders blijken zelf ten aanzien  van waarheidsvinding vaak de kantjes eraf te lopen en daardoor ambtenaren het verkeerde voorbeeld te geven. 
 

De cultuur bij de overheid jegens de ambtenaren is ‘get it done somehow’,  waarna dan menige handeling niet meer langs de meetlat van de principes van behoorlijk bestuur wordt gelegd. Dat wordt dan vaak duidelijk in het contact met de burger, die, bij conflicten met het bestuur, ondervindt dat deze principes worden gezien als een gereedschapskist, waaruit ten eigen bate wordt gekozen.  

Zo staat het niet in de AWB en de integriteit van het apparaat komt daardoor in het gedrang. Ondervindt de organisatie als gevolg daarvan kritiek, dan begint het spel der verschansing pas goed,  zoals we kunnen lezen in ‘het geschonden gezicht van de staat’ van Reuchlin. Volg de Ombudsman en de conclusie wordt niet anders. 

Het overplaatsen van falende hogere ambtenaren, die dan weer op hun nieuwe plek blunderen, schaadt eveneens het vertrouwen.  Voorbeeld: mevr. Thunnissen moest weg als hoofd van de belastingdienst en kwam bij de Fyra-enquête prominent naar voren als een ambtenaar die ermee volstond de ‘werkelijkheid’ te construeren aan de hand van protocollen en dossiers. Dat is niet inspirerend voor belastingbetalers die wèl worden afgerekend op hun resultaten.  

Helaas biedt de komende arbeidsrechtelijke aansluiting van ambtenaren bij het systeem waar de overige werknemers onder vallen, weinig soelaas. Het zet zwaar in op ‘transitie’, als plicht van de werkgever en biedt daarom mijns inziens geen zicht op kwaliteitsverbetering van het ambtelijk apparaat, al helemaal omdat ‘demotie’ taboe is. Dat betekent dus dat mensen die door hun bewind het arbeidsklimaat bederven, hun werk op een andere plaats mogen voortzetten. Maar wie als ambtenaar door zijn meerdere onheus behandeld wordt, zal het niet eenvoudig vinden om de burger met égards te behandelen.

Daar komt bij dat we in een tijd van snelle veranderingen leven, die ook hun tanden zetten in bestaande regelgeving (AirBnB, Uber) en ik  zie dat politiek en ambtenarij beschikken over onvoldoende slagvaardigheid om daarmee om te gaan. Alleen al de diep hierarchische structuur van het overheidsbedrijf maakt dit moeilijk. Die zorgt er tevens voor dat competente mensen die daarop stuklopen kijken of ze elders aan de slag kunnen, met vergrijzing als bijkomend resultaat. Dit alles stemt mij eerder tot droefheid dan tot wantrouwen, hoewel het een het ander zeker niet uitsluit.  

Joop Klinkhamer

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.