of 58940 LinkedIn

Geen risicomanagement zonder risicovolwassenheid

Frank Noppert, Jan Smits Reageer

Sinds 2004 zijn Nederlandse gemeenten verplicht om hun risicomanagement op orde te hebben. Hebben zij dat ook? In werkelijkheid is er op dit vlak in tien jaar weinig vooruitgang geboekt. Gemeenten zijn hierin niet uniek, wel transparant.

Martin van Staveren schrijft dat gemeenten blijven hangen in een aanpak gericht op systemen en procedures. Onder het motto ‘meer vertrouwen, minder tolereren’ spoort hij aan tot risicogestuurd werken. Goede suggestie! Maar hoe doe je dat en is het werkelijk de oplossing? Als het zo makkelijk is, waarom hebben de gemeenten hun risicomanagement dan nauwelijks verbeterd? Wat houdt hen tegen?

Het antwoord is verrassend eenvoudig: alleen een risicovolwassen team, met het bijbehorende gedrag en de juiste houding, kan adequaat met risico's omgaan. Dus moet je sturen op groei in risicovolwassenheid. Niet op mooie systemen of gestroomlijnde procedures. Dat blijkt niet zo makkelijk. Want net als met volwassen worden, gaat risicovolwassen worden niet zonder slag of stoot. Meerdere factoren spelen mee.

We noemen er een aantal: risicomanagement is niet stoer; doelen halen is leuk en inspirerend maar risico’s vermijden veel minder. Risicomanagement voorkomt problemen maar brandjes blussen is zo lekker; een probleem nu oplossen geeft direct voldoening. En een team dat één probleem oplost, wordt uitbundig geprezen. Het team dat zeven problemen voorkomt krijgt zelden veel aandacht. Deze beloningsstructuur bepaalt welke kant een team op ontwikkelt. Ook gebrek aan persoonlijke consequenties stimuleert groei in risicovolwassenheid niet. Als het misgaat, voel je het toch zelf niet. Hetzelfde gebeurt bij afwezigheid van eigenaarschap. Vaak krijgt de risicomanager dan te horen: ‘Ik wil je best helpen met jouw risico’s, maar daarna moet ik weer aan mijn eigen werk’. Zaken gaan dan mis terwijl die aan de voorkant voorkomen hadden kunnen worden. En dan is er opeens wel geld en energie om aan de achterkant de “rommel op te ruimen”.
 

In de praktijk zien we een mengsel van factoren. Bedrijven die erg op korte termijnwinst gefocust zijn creëren medewerkers die vandaag grote winsten behalen. Ten koste van klanten en uiteindelijk ten koste van het bedrijf. Overheden (en banken) geven geld van anderen uit. Als het fout gaat, dragen die anderen de gevolgen. (Luyendijk 2015). De intrinsieke motivatie om goed met risico's om te gaan is hierdoor lager.

 

Gelukkig zien we steeds meer bedrijven die de toegevoegde waarde voor hun omgeving belangrijk vinden. En genoeg ambtenaren die de publieke zaak willen dienen en daarom zuinig zijn met belastinggeld. Ook gemeenten die op hun imago letten of krap bij kas zitten, hebben baat bij goed risicomanagement.
 

Hoe kun je groeien in risicovolwassenheid? Maak het makkelijker, is ons advies: neem een eenvoudig denkmodel als RISMAT (risicovolwassenheid in vijf stadia) als uitgangspunt. Creëer als team een gedeeld beeld van je doel. Doe hetzelfde voor de grootste bedreigingen voor het doel. Ga na welk niveau van risicovolwassenheid nodig is. Meet dit. Bepaal wat je nodig hebt om op dat niveau te komen.

 

Door deze aanpak gaat het niet langer over definities en het vakgebied risicomanagement, maar over de toegevoegde waarde voor het organisatiedoel. Deze manier van risicomanagement is leuker en lonender.

Frank Noppert, risicomanager Weinig Pech en Jan Smits, risicoadviseur Safetypilot

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.