of 58959 LinkedIn

Een ridderslag

Als er één constante is in ons koninkrijk dan is het wel de troonrede. Ouder dan de gouden koets, ja zelfs ouder dan de parlementaire democratie, mag de troonrede zich nog steeds in grote belangstelling verheugen. Het goed gearticuleerd voorlezen van een tekst vol lange woorden over overheidsbeleid lijkt als communicatiemiddel hopeloos ouderwets. Toch staat de troonrede na ruim twee eeuwen nog steeds als een huis. 

Het is dan iets bijzonders als in die rede opeens het onderwerp "integriteit" opduikt. Hebben wij het goed gehoord? Ja, de Koning zei toch echt ‘De integriteit van het openbaar bestuur mag niet ter discussie staan.’


Maar is het goed nieuws als de regering aanleiding ziet om een thema in de troonrede op te nemen? Een troonrede bestrijkt een wat merkwaardige verzameling van onderwerpen. De majesteit behandelt in korte tijd de staat van het land, de grootste zorgen met betrekking tot de welvaart en het welzijn van het volk, en de plannen van de regering. Als daar aanleiding voor is, blikt hij ook nog terug op rampen die het land het afgelopen jaar hebben getroffen.

 

Wie oude troonredes terugleest, ontdekt dat veel problemen van toen daadwerkelijk zijn opgelost. Wie maakt zich tegenwoordig nog druk over krotopruiming of het lesverkeer op Schiphol (troonrede van 1969)? Over het ‘amortisatie-syndicaat’ (1823) hoor je ook niemand meer en het is inmiddels vast wel gelukt om ‘het Zoutverdrag door alle oeverstaten bekrachtigd te krijgen’ (1978).

 

Maar natuurlijk is de troonrede niet alleen met politiek-bestuurlijke eendagsvliegen gevuld. Sommige onderwerpen komen steeds weer terug, zij het in andere bewoordingen en andere contexten. Integriteit dook voor het eerst op in de troonrede van 1993. Toen besprak koningin Beatrix de beleidsvoornemens op het gebied van de aanpak van fraude en criminaliteit en voegde daaraan toe: 'bestuur en wetgever kunnen met al deze inspanningen ten bate van de burger alleen geloofwaardig blijven als zij voldoende aandacht geven aan de integriteit van het bestuur.' De bekende toespraak van oud-minister Ien Dales over dit onderwerp in 1992 zal daarvoor het pad geëffend hebben.
 

Die boodschap van toen werd veralgemeniseerd in 2008:'De overheid moet duidelijk maken wat zij doet, waarom en hoe. Dit vereist goed samenspel en vertrouwen tussen de politiek verantwoordelijken en hun ambtelijk apparaat. Transparantie en verantwoording zijn daarvoor onmisbaar. In het functioneren van de rijksdienst staan integriteit en vertrouwen in verantwoordelijkheid centraal.'

 

Dat beeld van een overheid die ten dienste staat van de burgers staat ver van de belerende toon uit eerdere troonredes. Wilhelmina zei bijvoorbeeld in 1931: 'De ernstige wil, die de Regeering bezielt, met Gods hulp het schip van Staat in veilige haven te sturen, kan slechts leiden tot het doel, indien ons Volk in al zijn lagen zich de werkelijkheid onverbloemd voor oogen stelt.'

 

De moderne opvatting is dat de overheid een voorbeeldfunctie heeft ‘in het uitdragen van gedeelde waarden’ (troonrede 2015). Daar past bij dat het onderwerp "integriteit" een permanente zorg is. Bijzondere aandacht daarvoor is dit jaar ook vereist, omdat beide Kamers zich opnieuw buigen over een wetsvoorstel om zo effectief mogelijk op te kunnen treden tegen integriteitsschendingen. Wat dat betreft is de opvallende plek voor dit thema in de troonrede van dit jaar een terechte keus, een soort ridderslag voor het thema "integriteit".

 

Frank Kerckhaert is voorzitter van de Onderzoeksraad Integriteit Overheid

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door M.W.M. Driessen-v.d. Laar (Trendwatcher Integriteit Overheid) op
Integriteit blijft mede "een permanente kopzorg" voor de overheid omdat het huidige systeem van repressieve handhaving ergens mank gaat door de inzet van commerciële = afhankelijke dus cliëntelistisch opererende onderzoeksbureaus. Het woord INTEGRITEIT in het commercieel verdienmodel staat blijkens een serie tuchtrechtelijke uitspraken (lang?) niet altijd garant voor zorgvuldig, deskundig, professioneel, objectief, eerlijk kortom integer onderzoek naar de toedracht van incidenten, wat een buitenstaander wel verwacht. Laat de regering dáár maar eens wat aan doen in de permanente zorg voor etc..
Een niet-onafhankelijk en dus niet gegarandeerd onpartijdig bureau onder de politieke Minister himself is dan overigens niet genoeg. De Nationale Ombudsman wordt ook niet voor niets benoemd door de Tweede Kamer. Zo lang de mensen van een bureau die politieke bestuurders repressief moeten beoordelen op hun gedrag qua integriteit afhankelijk zijn van een (horizontale) ridderslag van een Minister of zijn gedienstige ambtenaren is het systeem nog niet in orde. Hopelijk is er straks in het nieuwe Huis voor de Klokkenluiders nog een mooie onafhankelijke kamer over voor de Integriteit, of zoiets.