Pubergesprekken over gezonde leefstijl geen overbodige luxe!
Op de website van Binnenlands Bestuur 2 juli jl. staat een opiniestuk van Erik Gerritsen waarin de nieuwe maatregel om pubers een extra individueel gesprek aan te bieden in de Jeugdgezondheidszorg, ernstig is bekritiseerd. Als argument wordt genoemd dat een dergelijke maatregel voor alle kinderen weinig zinvol is omdat het met het overgrote deel van de kinderen goed gaat. Hij twijfelt tevens aan de toegevoegde waarde van een relatief duur pubergesprek gezien de al bestaande informatiecampagnes. Gerritsen stelt voor het geld vooral te besteden aan de groep die het echt nodig heeft.
Rutgers WPF, kenniscentrum seksualiteit, pleit al langer voor uitbreiding van een extra contactmoment in de Jeugdgezondheidszorg na het 14e jaar. Het laatste contactmoment in de JGZ is nu op 13-jarige leeftijd, terwijl we weten dat de meeste leeststijlrisico’s zich voordoen op latere leeftijd. De puberteit en adolescentie is immers een kwetsbare periode voor jongeren. Denk aan toename in deze periode van eenzaamheid, depressies, roken, alcohol- en middelengebruik maar ook soa, tienerzwangerschap, seksuele grensoverschrijding en onzekerheid over de seksuele geaardheid.
Recent onderzoek (Seks onder je 25ste 2012) laat zien dat op 17-jarige leeftijd 50% van de jongeren inmiddels ervaring heeft met seksuele geslachtsgemeenschap. 17% van de meisjes werd bij de eerste keer geslachtsgemeenschap hiertoe gedwongen of overgehaald, tegenover 4% van de jongens. De eerste keer komt voor veel jongeren onverwacht. Zij beschermen zich minder goed tegen een soa of zwangerschap en beleven de eerste keer niet altijd positief. Alhoewel veel jongeren zich de eerste keer goed beschermen tegen zwangerschap en soa, heeft nog altijd een vijfde van de jongeren tijdens seks met de laatste partner geen anticonceptie gebruikt. Het aantal soa’s stijgt onder jongeren. Met name jonge starters, laag opgeleiden en allochtone jongeren lopen grotere seksuele risico’s. De acceptatie van homoseksualiteit is nog steeds gering onder jongeren.
Een extra contactmoment met jongeren waarin ook seksuele gezondheid aan bod komt, is zeker geen overbodige luxe. Er zijn weliswaar goede en betrouwbare informatiebronnen voor jongeren over seksualiteit zoals Sense.info, maar slechts 20% van de jongeren maakt hier gebruik van. Wel zoekt 50% van de 15-17 jarigen via internet informatie over seksualiteit, maar deze informatie is soms onjuist of onvolledig om seksueel gezonde keuzes te maken. De informatieve landelijke campagnes zoals de landelijke vrij veilig campagnes zijn onlangs door de overheid stopgezet.
Of jongeren daadwerkelijk hun beleving, vragen en behoeften zullen uiten in een eenmalig pubergesprek met een JGZ-verpleegkundige of –arts, zal vooral afhangen van de persoon en de deskundigheid van de professional. Een proactieve en uitnodigende houding is hierbij essentieel. Er zijn inmiddels enkele goede ervaringen opgedaan met JGZ-spreekuren voor jongeren op VO en Mbo-scholen, waarin ook seksualiteit aan de orde komt. Gezien eerdere contactmomenten kan de JGZ-professional de seksuele ontwikkeling van jongeren goed monitoren en seksualiteit bespreekbaar maken. En de jongeren waar nodig verder ondersteunen met groepsgerichte voorlichting, verwijzen naar goede informatiebronnen of Sense-spreekuren. Ook hiermee is een grote winst te behalen.
Soa, tienerzwangerschappen, seksuele dwang of uitbuiting hebben niet alleen gevolgen voor de individuele gezondheid, maar zijn ook van invloed op het algehele welzijn en de omgeving. Met een goede preventie in een later contactmoment kan veel leed worden voorkomen. Dit contactmoment hoeft misschien niet perse face-to-face plaats te vinden, maar kan mogelijk in de toekomst ook via chat, Skype of mail. Seks blijft immers voor jongeren een lastig onderwerp. Het is aan gemeenten om hierin het voortouw te nemen.
Ineke van der Vlugt
Programma coördinator Rutgers WPF
Reactie op dit bericht