of 59232 LinkedIn

Omgevingswet kan zonder positieve evenredigheid

1 reactie

Hét argument voor het principe van positieve evenredigheid is de beperkte milieugebruiksruimte, waardoor gebiedsontwikkelingsprojecten blokkeren. Het NSL en de PAS laten zien dat ontwikkelruimte kan worden gecreëerd met een uitgekiend pakket bron- en beheermaatregelen. Ook voor geluid en bodem is dit bereikbaar. Dan ontstaat vanzelf meer afwegingsruimte.

Om meer flexibiliteit te creëren bij het maken van afwegingen in gebiedsontwikkelingsprojecten wordt in de nieuwe Omgevingswet het beginsel van positieve evenredigheid geïntroduceerd. Het doel is voorkomen dat afzonderlijke projecten die bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving geen doorgang vinden, omdat aan één of meer sectorale normen niet wordt voldaan. In een project of voor een gebied kan van sectorale milieunormen worden afgeweken, mits bepaalde belangen niet onevenredig worden benadeeld. Voorwaarde is dat er sprake is van een brede integrale afweging. Van dwingende Europese normen, zoals die voor luchtkwaliteit, kan niet worden afgeweken.
 

Met onoverkomelijke milieubelemmeringen te maken krijgen bij gebiedsontwikkelingsprojecten is echter niet nodig. Gemeenten kunnen dit voorkomen door op strategisch niveau, in een omgevingsvisie, nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen te beoordelen op de gevolgen voor de milieugebruiksruimte. De gemeente heeft dan de keuze: andere afwegingen maken over gebiedsontwikkelingen, ervoor zorgen dat via een gemeentebrede programma-aanpak milieubelemmeringen verdwijnen of een combinatie van beide.

 

De meeste geluidknelpunten treden op langs lokale wegen. Door de autonome groei van het wegverkeer en door intensiever te bouwen in de stad neemt de geluidbelasting nog steeds toe. Op projectniveau wordt vaak de keuze gemaakt geluidsarm asfalt of gevelisolatie toe te passen. Dit zijn kostbare curatieve maatregelen. De huidige geluidaanpak is vaak dweilen met de kraan open. Door op strategisch niveau, in een omgevingsvisie, na te denken over alternatieven voor gebiedsontwikkeling en verkeer worden onoverkomelijke geluidbelemmeringen voorkomen. Op strategisch niveau kunnen meer (bredere) alternatieven worden afgewogen: verkeerscirculatie, sturen van verkeer met parkeerbeleid, verdichten en verdunnen in gebiedsontwikkelingen. Ook kan een koppeling worden gelegd met maatregelen voor luchtkwaliteit en verkeersveiligheid. De benodigde publieke en private middelen kunnen worden versleuteld via een stadsontwikkelingsfonds. Hiermee kunnen sectorale geldstromen worden gebundeld, wat bijdraagt aan een efficiënte inzet van financiële middelen.

 

Veel gemeenten hebben te maken met verontreinigde bodemlocaties met humane, ecologische en verspreidingsrisico’s naar het grondwater (spoedlocaties). Vaak zijn er ook problemen met grondwateroverlast, een te krappe capaciteit van de riolering, water op straat en de waterkwaliteit. Door de aanpak van verontreinigde bodemlocaties te verbreden naar het stedelijk waterbeheer komen er andere (integrale) oplossingen in beeld. Een verbreed gemeentelijk rioleringsplan (programma-aanpak bodem en ondergrond) wordt daarvoor benut als kapstok. In dit programma wordt een directe koppeling gelegd met gebiedsontwikkelingen met kansen voor het combineren van grondwater-/bodemsanering en warmte- en koudeopslag, afkoppelen van verhard oppervlak, waterberging en aanpak knelpunten rioolbeheer. Financiering vindt plaats vanuit verschillende middelen: doeluitkering bodem, rioleringsplan, subsidies en medefinanciering van derden.

Het principe van positieve evenredigheid biedt meer afwegingsruimte, maar dat is niet hetzelfde als meer milieugebruiksruimte. De kans bestaat dat het tot normopvulling leidt, onder andere voor geluid. De Omgevingswet dient in plaats daarvan een keuze te maken voor een verplichte gemeentelijke omgevingsvisie. In een omgevingvisie kan de gemeente beter sturen op kwaliteit van de leefomgeving door samenhang van een gemeentebrede programma-aanpak én gebiedsontwikkelingsprojecten. In een stadsontwikkelingsfonds kunnen sectorale geldstromen worden gebundeld. Dat draagt bij aan een efficiënte inzet van publieke en private middelen.

 

ir. P.J.A. (Peter) van de Laak is senior adviseur Omgevingsbeleid bij Witteveen+Bos en vakdocent milieu en duurzame ontwikkeling bij Hogeschool Windesheim. Over een nieuwe praktijk voor het gemeentelijk omgevingsbeleid heeft hij gepubliceerd in zijn boek “Ruimtelijke planontwikkeling, het milieu en duurzame ontwikkeling” (Den Haag, Sdu uitgevers 2011).

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jaap van Kooten (Adviseur (ondernemer)) op
Ik vind dit idee mooi klinken, maar heb weinig vertrouwen in dat dit in de praktijk altijd goed gaat werken. Maatregelen ter verbetering van milieu en leefomgeving kosten geld, dat meestal niet rechtstreeks kan worden terugverdiend door de overheden of bedrijven die dit uitgeven. Daarom is er zonder afdwingbare norm altijd een zekere druk aanwezig deze uitgaven te beperken. Het NSL helaas niet zo zeer tot stand gekomen om de bevolking te beschermen tegen de gevolgen van de luchtverontreiniging, maar veeleer door miljoenenschades toen bouw- en wegenprojecten vast begonnen te lopen. He tvoorbeeld van geluidhinder ziet er ook niet al te veelbelovend uit. Voor een serieuze verbetering moet je als gemeente het verkeer op een weg met zeg een factor 5 verminderen of andere maatregelen met een gelijkwaardig effect. En waar moet al dat verkeer dan heen? Nee, als gemeente kun je heus wel iets doen maar verwacht geen wonderen. Je zou dit eens nader onderzoeken, maar ik verwcht dat een zorgvuldige opzet (en scherpe normering) bij nieuwbouw onder de streep meer effect sorteert