of 59108 LinkedIn

Het Goede Populisme

Populisme. Geen woord heeft tijdens de landelijke verkiezingen meer aandacht gekregen.

Zo wist ‘de internationale pers’ het zeker: het populisme was in Nederland overwonnen. Verder juichten zowel Mark Rutte, Jesse Klaver als Alexander Pechtold openlijk dat ‘het foute populisme’ geen voet aan Nederlandse grond had gekregen. Rutte stelde zelfs dat ‘wij ‘ho’ hadden gezegd tegen het verkeerde populisme’. Het populisme was een halt toegezegd. De term werd zo vaak gebruikt, dat Bert Wagendorp in De Volkskrant verzuchtte dat ‘de term ‘populisme’ z’n functie heeft verloren’.

 

Met stijgende verbazing keek ik hiernaar. Het triomfantalisme waarmee de zetelwinst van de PVV werd omgedraaid als een verlies was opmerkelijk. Daarnaast was het cordon sanitaire rondom Wilders democratisch gezien gênant. Maar wat vooral verbaasde, was de eensgezindheid waarmee over ‘het populisme’ werd gesproken. Ik vond het vooral verwarrend.

 

Ik deed namelijk zelf ooit onderzoek naar populisme. Het is een moeilijk te onderzoeken begrip, want het heeft last van een ‘Assepoester-complex’: niemand die de schoen écht past, want het wordt vooral gebruikt als diskwalificatie. En het is gemakkelijk verwijtbaar, want het heeft geen enkele inhoudelijke betrekking zoals we dat kennen bij liberalisme, communisme of socialisme. Maar als het iéts is, dan bestaat populisme uit drie kernelementen:

1)      een ‘heartland’           (wij-groep)

2)      een Ander                  (zij-groep)

3)      een problematisering van de relatie tussen deze groepen

 

Nu doen vele politici aan ‘hullie’ en ‘zullie’, maar vooral het problematiseren van de relatie tussen groepen, beter bekend als ‘groepen tegen elkaar opzetten’ is een belangrijk kernelement om iets als ‘populistisch’ aan te merken. En ik hoor u denken: typisch Wilders en de PVV. Dat klopt. Wilders doet het openlijk en zonder gêne. Maar de PVV heeft daarop geen monopolie.

 

Ik geef één klein voorbeeld. Zo sprak Mark Rutte in zijn ‘Normaal. Doen. Brief’ over ‘de stille meerderheid’ en ‘de mensen van goede wil’ als wij-groep. Deze plaatst hij recht tegenover ‘mensen die onze vrijheid misbruiken om hier de boel te verstieren, terwijl ze juist naar ons land zijn gekomen voor die vrijheid’’. Dit is een duidelijke zij-groep: ‘mensen die naar ons land zijn gekomen’. Dat zijn ‘’mensen die zich niet willen aanpassen, afgeven op onze gewoontes en onze waarden afwijzen. Die homo’s lastigvallen, vrouwen in korte rokjes uitjouwen of gewone Nederlanders (sic!) uitmaken voor racisten’’. En als dat niet genoeg groepen tegen elkaar opzetten is, volgt de ultieme populistische uitsmijter: ‘’als je ons land zo fundamenteel afwijst, heb ik liever dat je weggaat. […] Doe normaal of ga weg’’.

 

Daarmee is populisme niet verdwenen. Het is ook geen halt toegeroepen. Integendeel, populisme is algemeen geaccepteerd geraakt. En daarmee heeft Geert Wilders meer invloed dan zijn zetelaantal doet vermoeden. De grootste en 2de partij van Nederland bedrijven politiek op basis van een exclusief burgerschap, neo-nationalistische verwijzingen en een problematisering van zij-groepen. Met zo’n premier heb je geen populistische oppositie meer nodig.

Ten slotte, spreken over een ‘verkeerd’ of ‘fout’ populisme kan alleen bestaan bij de gratie van een ‘juist’ of ‘goed’ populisme. Door te waarschuwen voor het verkeerde populisme en er fijntjes op te wijzen dat Nederland ‘ho’ had gezegd tegen het foute populisme, bevestigde Rutte tegelijkertijd dat Nederland ‘hallo’ had gezegd tegen het ‘juiste’ populisme. Het populisme van Mark Rutte.

Van marge tot mainstream. Het populisme zit in het hart van onze democratie. In tegenstelling tot Bert Wagendorp heeft ‘populisme z’n functie dus niet verloren’ maar heeft het alleen maar aan belang gewonnen. 

Mark van Ostaijen 

Verstuur dit artikel naar Google+