Europees Hof maakt gehakt van gedoogbeleid
Voorstanders van het Nederlandse drugsbeleid reageerden wat onbeduidend op het arrest van het Europese Hof van Justitie. Dat sprak zich op verzoek van de Raad van State uit in de zaak die coffeeshophouder Josemans tegen de gemeente Maastricht had aangespannen wegens een proef met een pasjessysteem. De pas is bedoeld om te voorkomen dat buitenlanders softdrugs in coffeeshops kopen.
Het arrest maakt terecht gehakt van het gedoogbeleid en effent het pad om het drugstoerisme aan banden te leggen. Het Hof volgt het advies van advocaat-generaal Bot van afgelopen zomer. Die kwalificeerde het drugstoerisme als ‘bedrieglijke benaming’, aangezien er in werkelijkheid internationale, criminele drugshandel achter schuilt wat een bedreiging vormt voor de veiligheid binnen de EU.
Volgens de jurisprudentie houdt het Hof de Europese marktregels in ere maar voorkomt het misbruik door de coffeeshops. Drugs mag dan - helaas - een Nederlands exportproduct zijn, het is geen normale handelswaar, maar handel in verboden verdovende middelen. Daarmee valt een pasjessysteem niet onder het vrije verkeer van diensten, goederen en personen.
Burgemeester Hoes van Maastricht gaf na de uitspraak meteen een schot voor de boeg door volledig achter de wietpas te gaan staan. De veertien coffeeshops in Maastricht trekken niet minder dan 3,9 miljoen bezoekers per jaar, waarvan 70 procent niet in Nederland verblijft. Een simpele rekensom leert dat dit ruim 10 duizend bezoekers per dag zijn.
De belangen voor de coffeeshophouders zijn groot: als iedere bezoeker gemiddeld de toegestane hoeveelheid van 5 gram aanschaft à 10 euro per gram, levert dit de coffeeshophouders dagelijks 500 duizend euro op. Geen wonder dat Josemans direct het arrest bagatelliseerde door eerst de uitspraak van de Raad van State af te wachten. Die is echter verplicht de zaak over eenkomstig het Hof af te doen.
Ook in Maastricht veroorzaakt de verkoop van cannabis ernstige verstoringen van de openbare orde en geeft criminele organisaties de kans om de markt te betreden. Het onderscheid tussen hard- en softdrugs gaat absoluut niet meer op. Coffeeshops trekken dealers aan waardoor de overgang van soft- naar harddrugs eerder wordt bevorderd dan voorkomen.
Aangezien klanten niet verplicht zijn om cannabis ter plekke te gebruiken, kunnen zij het meenemen en lopen ze het risico op strafrechtelijke vervolging. Daarnaast wordt de klant niet belet bij elke coffeeshop 5 gram in te kopen. De Nederlandse regering gaf dan ook in de behandeling van de zaak toe dat het gedoogbeleid ‘juridisch gezien niet valt uit te leggen’.
Het Hof stelt dat het gedoogbeleid geen onderdeel is van een door de autoriteiten strikt gecontroleerd circuit, maar verboden handel in het economische en commerciële circuit van de EU tot gevolg heeft. Dit verbod wordt niet ongedaan gemaakt door een gedoogbeleid voor oorspronkelijke softdrugs, geboren uit een tekort aan handhaafcapaciteit. Het arrest bevestigt dat het Nederlandse gedoogbeleid buitenlandse gebruikers aantrekt die cannabis illegaal naar andere lidstaten uitvoeren.
Het staat buiten kijf dat een verkoopverbod aan niet-ingezetenen de veroorzaakte problemen vermindert. Daarmee lijkt de invoering van een pasjessysteem een geschikt, gerechtvaardigd, noodzakelijk en proportioneel middel om drugstoerisme en -overlast terug te dringen. Het is dan ook goed dat het Hof de weg heeft vrijgemaakt om het Nederlandse gedoogbeleid terug te draaien.
Het kabinet stelt in het regeerakkoord dat coffeeshops besloten clubs worden ‘die alleen voor meerderjarige inwoners van Nederland toegankelijk zijn op vertoon van een clubpas.’ Met de steun van het Hof kan minister Opstelten dit beleid nu voluit gaan uitvoeren.
Ricardo Offermanns, burgemeester van Meerssen en Joost van den Akker, docent European Studies aan de Hogeschool Zuyd. Beiden zijn bestuursleden van de VVD-Limburg.