De paniekknop
Mijn vrouw, mijn dochter en ik woonden al die tijd in Nairobi om alle juridische en bureaucratische stappen te doorlopen. Het was een proces waar de Kafka-brigade een mooie case-studie van zou kunnen maken. Het was onze eerste kennismaking met Afrika en die viel zwaar. Niet eens door het ontbreken van comfort of de lethargische cultuur. Het was natuurlijk niet lachen, drie van de zeven dagen in de week geen stroom, het water dat met enige regelmaat 'op' was, onbetrouwbare telefoonverbindingen, de kuilen in de weg, traag en onbetrouwbaar internet, niemand die zijn afspraken ook maar bij benadering nakomt.
De optelsom van al die onhandigheden maakt dat alles (veel) meer tijd kost, en dat is storend en soms ook echt gekmakend. Maar echt zwaar was het door de onveiligheid. Je moet in Nairobi echt permanent op je hoede zijn. Je krijgt de onveiligheid op allerlei manieren de hele dag als een taart in je gezicht.
Op de eerste dag in onze woning aan Riara Road wilde ik het licht in de woonkamer aan doen. Toen bleek dat iedere kamer in het huis een eigen paniekknop had: er ging een alarm af dat amper onderdeed voor het Nederlandse luchtaanval-alarm. Alsof de vijand op het punt stond om het westen van Nairobi te bombarderen. Je kunt in Nairobi niet in de avond over straat lopen. Vrienden die in de schemer wandelden kregen een pistool op hun borst en mogen blij zijn dat ze het levend kunnen navertellen. In het donker kun je maar beter helemaal niet op straat komen, ook niet in een auto. Het wordt om zeven uur in de avond al donker, dus in Nairobi wonen betekent vooral veel in huis zitten.
En als je al in de auto rijdt, dan in ieder geval met je deuren op slot, ook overdag. Iedere dag één of meer bewakers bij je huis. Hoge hekken om ieder huis heen, zodat er vrijwel nergens uitzicht is: er is altijd een hek of muur dat het uitzicht ontneemt. Iedere rit in je auto begint met het openen van een poort door een bewaker en eindigt daar ook weer mee.
Een week voor ons vertrek uit Kenia stuurde de Nederlandse ambassade een email rond over de toename van het aantal ontvoeringen in en rond Nairobi. Eén van de kopjes: 'Wat moet ik doen als ik wordt ontvoerd?'. Met daaronder een lijstje met praktische tips om een ontvoering te overleven. Eerder in de email meldde de ambassade droogjes: 'De gebeurtenissen geven ons geen aanleiding het reisadvies aan te passen. Er is nog geen sprake van een structurele verandering. De recente gebeurtenissen passen in het algemene beeld van onveiligheid in en om Nairobi.'
Zo is het maar net. Onveiligheid is er heel normaal. Maar voor wie ooit in meer gelukkige omstandigheden heeft gewoond went het nooit, weet ik inmiddels uit eigen ervaring. (Voor de liefhebbers is de integrale tekst van de email onderaan deze column te vinden.) We zijn vreselijk opgelucht en blij dat het uiteindelijk gewoon goed is afgelopen. Vanaf deze schijfplek wil ik iedereen bedanken die de afgelopen negen maanden heeft meegeleefd en -geholpen om ons adoptie- proces succesvol af te ronden. Bijzondere dank ben ik verschuldigd voor de enorme steun en het eindeloze begrip en geduld van de Faculteit Economie en Management van Hogeschool Arnhem Nijmegen, mijn onderzoeksgroep aan die faculteit, het projectbureau Nederland Open in Verbinding, de Nederlandse ambassade in Nairobi, de redactie van Business News Radio en de redactie van dit mooie blad.
Deze eerste week terug in Nederland schiet het regelmatig door me heen, als een paniekgolfje: ik heb de autodeuren nog niet op slot gedaan! Om me vervolgens met een zucht van opluchting te realiseren dat ik niet door Kenia maar door een miezerige regenbui in Nederland rijd. Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest met dat gemiezer.
Frans Nauta
Voor de liefhebbers de tekst van de email van de ambassade.
Reactie op dit bericht