Carmiggelt
Carmiggelt, dat is toch een van de helden van alle Nederlanders? Een soort literaire Johan Cruijff? Wie haalt het in zijn hoofd om het bronzen standbeeld van hem in stukken te zagen? En dan nog wel om zo’n platvloerse reden: om het brons te verkopen.
Uit het Singermuseum in Laren is wel eens een beeld van Rodin (een kopie van ‘De Denker’) gestolen. Het is teruggevonden, zwaar beschadigd door zaagsnedes. Je kunt het vandalisme noemen. Opvallend is het gebrek aan respect voor het beeld of de kunstenaar. Maar ja, in iedere samenleving heb je nu eenmaal kunstbarbaren. ‘Rodin, who the fuck is Rodin?’ zullen veel mensen denken.
Anders wordt het met Carmiggelt. In mijn beleving is Carmiggelt een volksheld, die in alle lagen van de bevolking werd (en wordt?) gewaardeerd. De man die het leven van alledag, van de Amsterdamse Henk en Ingrid, zo treffend wist te verwoorden.
Mijn zorg zit in het feit dat de dieven van zijn beeld blijkbaar de opbrengst van het brons van grotere waarde achten dan de nagedachtenis aan Carmiggelt. Ze dachten: ‘who the fuck is Carmiggelt?’
In gedachten zocht ik naar de redenering waarom ik het vernielen van het beeld van Carmiggelt erger vindt dan het stelen van koperen leidingen bij de spoorwegen. Het heeft een soort politiek kantje, dit vandalisme. Blijkbaar is er een groep Nederlanders die zich zo ver van de Nederlandse identiteit heeft afgescheiden, dat ze zelfs geen respect meer kunnen opbrengen voor Carmiggelt.
Een vriend van mij reageerde: ‘Dat beeld van Carmiggelt staat er ook al vijfentwintig jaar. Misschien is dat de levensduur van de nagedachtenis van Carmiggelt.’ En, hoe pijnlijk ook: dat zou natuurlijk ook kunnen. De houdbaarheid van iedere held is beperkt. Al zal de houdbaarheid van Johan Cruijff langer zijn dan die van Carmiggelt. En die van Willem van Oranje nog weer langer dan die van Johan Cruijff.
Mijn kinderen kennen Carmiggelt niet. Zij zijn geen kunstbarbaren, maar pas 11 en 14 jaar. Voor hen is Carmiggelt een schrijver uit het verleden. Zij zullen nooit beelden gaan stelen om het brons te verkopen, hoop ik. Maar de nagedachtenis van Carmiggelt in ere houden? Dat is voor hun generatie misschien wat te veel gevraagd.
Paul Lensink