Doe-het-zelven bij rampen en crises
De 25 veiligheidsregio’s hebben de neiging om op eigen houtje hun organisatie voor rampen- en crisisbestrijding in te richten. Hans Alders, oud-voorzitter van het voormalige Landelijke Beraad Crisisbeheersing, vindt dat de regio’s gebruik moeten maken van het Referentiekader Regionaal Crisisplan. Dit referentiekader geeft richtlijnen voor het landelijk en eenduidig inrichten van een regionale crisisbeheersingsorganisatie in de veiligheidsregio. ‘Dit kader is nagenoeg klaar. Het biedt het handvat om met één structuur en met hetzelfde begrippenkader de organisatie in te richten. Als je dat toepast, kun je ook tot een betere onderlinge afstemming komen’, zegt Alders.
Hij reageert daarmee op het artikel ‘Solistische veiligheidsregio is risicofactor’, vorige week in Binnenlands Bestuur (nr. 49), waaruit blijkt dat de 25 veiligheidsregio’s het crisismanagement voor het optreden bij rampen en crises op eigen houtje inrichten en dat naburige veiligheidsregio’s hun organisatie niet op elkaar afstemmen. Alders: ‘Je ziet dat iedereen met een eigen structuur werkt terwijl de veiligheidsregio er juist op was gericht dat we multidisciplinair samenwerken. We moeten niet vergeten dat we de aanbeveling hebben gedaan om tot een veiligheidsregio te komen omdat bij de cafébrand in Volendam en de vuurwerkramp in Enschede bleek dat de veiligheidsdiensten niet samenwerkten.’
Nodeloos ingewikkeld
Alders constateert dat het voor brandweer, politie en de geneeskundige diensten door hun eigen specifieke cultuur lastig is om samen te werken. ‘Wat je ziet is dat men de paarse filosofie van multidisciplinair samenwerken onderschrijft, maar dat het in de praktijk dus niet meevalt.’ Wat Alders betreft beperkt multidisciplinair samenwerken zich niet tot de eigen veiligheidsregio. ‘Dat kan ook de grenzen van de veiligheidsregio overstijgen. Vanwege de samenwerking met landelijke partijen zoals gas- en elektriciteitsbedrijven is dat ook van belang. Die kunnen niet met 25 partijen gaan onderhandelen.’
De oud-PvdA-minister en voormalig commissaris van de koningin in Groningen waarschuwt voor de neiging om elk type ramp en crisis tot in detail te beschrijven. Alders: ‘Je maakt het nodeloos ingewikkeld als je dat doet. Feitelijk heb je maar drie typen incidenten: op een bepaalde plek, eentje die een olievlek veroorzaakt en meerdere calamiteiten tegelijkertijd. Op die drie typen moet de regio zich voorbereiden. Het belangrijkste is dat de mensen op elkaar ingespeeld zijn en dan gaat het er om dat ze elkaar kennen.’