‘Crisiswet ondermijnt draagvlak’
Het kabinet schiet door bij zijn wens om infrastructurele werken en andere grote projecten versneld uit te voeren via de Crisis- en Herstelwet. Doordat verkeerde uitgangspunten worden gehanteerd, zal het draagvlak worden ondermijnd en kan extra vertraging ontstaan, voorspelt de Commissie voor de Milieu-effectrapportage (MER).
‘De wens voor snellere en betere besluitvorming onderschrijven wij van harte. Maar de voorgestelde vereenvoudiging bij complexe projecten gaat als een boemerang terugkomen’, verwacht directeur Veronica ten Holder, directeur van de MER-commissie. ‘Tegenstanders zullen vaker geneigd zijn om de hakken in het zand te zetten.’
De commissie, die overheden adviseert over MER-onderzoeken, is het fundamenteel oneens met de beslissing om bij toepassing van de Crisis- en Herstelwet de MER-procedure voor complexe projecten te vereenvoudigen. Het kabinet wil geen alternatieven meer laten beschrijven en de verplichte toetsing door de MERcommissie schrappen. Volgens de commissie is het beschrijven van alternatieven noodzakelijk voor het draagvlak en daarmee voor meer snelheid van de besluitvorming. Toetsing van Milieu-effectapportages door de commissie zorgt ervoor dat inhoudelijke tekortkomingen tussentijds hersteld kunnen worden, waardoor tijdwinst kan worden geboekt, schrijft de commissie op haar website.
Onjuiste interpretatie
In de Crisis- en Herstelwet wordt herhaaldelijk verwezen naar adviezen van de Commissie Versnelling Besluitvorming Infrastructurele projecten (commissie-Elverding), die vorig jaar integraal door het kabinet zijn overgenomen. Volgens de Commissie voor de MER worden deze adviezen nu echter onjuist geïnterpreteerd.
‘De Crisis- en Herstelwet is gebaseerd op de veronderstelling dat vertraging in de besluitvorming het gevolg is van procedurele voorschriften. Elverding zegt echter dat de primaire oorzaak zit in de slechte voorbereiding van besluiten in de verkenningsfase’, zegt directeur Ten Holder van de MER-commissie. De commissie-Elverding bepleit het vroegtijdig onderzoeken van verscheidene varianten, om vervolgens te ‘trechteren’ naar één voorkeursvariant.
Hierbij moeten burgers en maatschappelijke organisaties zo veel mogelijk worden betrokken. Dit zou het draagvlak vergroten en de besluitvorming kunnen versnellen én verbeteren. ‘Zeker bij complexe projecten is dit essentieel’, vindt de MER-commissie. Voorzitter Niek Ketting van de commissie maakte tevens deel uit van de commissie-Elverding. Ketting neemt binnenkort deel aan een rondetafelgesprek over de Crisis- en Herstelwet met de Tweede Kamer.
Reactie op dit bericht
Het "strategische communicatieplan" dat Paul "Q" van der Burg al in een vroeg stadium ontwikkeld wil zien, zou in de praktijk vooral functioneren als een strategisch propagandaplan. In plaats van "strategisch" kun je ook open communiceren. Dat wil zeggen dat je in het proces ruimte laat voor analyses die niet sporen met de eigen omgevingsanalyse, en dat je zulke alternatieve analyses serieus neemt. Vaak zit er namelijk al in de eerste omgevingsanalyse een tunnelvisie ingebouwd, omdat die eerste analyse is opgesteld voor een opdrachtgever die informeel en binnenskamers zijn mening al heeft bepaald.
Steeds meer mensen voelen een weerzin tegen zulke voorgekookte analyses, omdat ze merken dat er geen "level playing field" is tijdens de "dialoog" met de overheid. Bovendien ontneemt de overheid zichzelf op deze manier een kans om de input van andere partijen te gebruiken om de kwaliteit van plannen te verbeteren.
Alleen met meer authentieke openheid kan de overheid vertrouwen in, en duurzaam draagvlak voor projecten winnen.
Door in een vroegtijdig stadium een omgevingsanalyse te maken waaruit duidelijk blijkt hoe het krachtenveld er uit ziet. Aan de hand van deze analyse ontwikkel je een strategisch gebiedsgericht communicatieplan. Waarbij je tijdig en open communiceert met de verschillende doelgroepen. Juist die analyse en het gericht communiceren wordt vaak niet toegepast. De omgeving krijgt vaak een glossy brochure, waar ze echt niet gelukkig van worden. De omgeving wil geïnformeerd worden en waar mogelijk meedenken. Waarbij het duidelijk moet zijn waarover meegedacht mag worden. De politieke bestuurders hebben vaak de moed niet om juist hieraan richting te geven.
De projecten van de Crisis- en herstelwet zijn nu in kaart gebracht. Maar liefst 58, die kunnen starten voor 2014. De grote vraag is echter of de betrokken overheden al nagedacht hebben over de communicatie. Sterker nog: hebben ze überhaupt naar de omgeving van deze complexe werken al laten weten wat er staat te gebeuren? Vermoedelijk bij de meeste niet.