Criminelen sneller dan overheid
Telkens als de overheid nieuwe branches onder de werking van deze wet laat vallen, wijken kwaadwillende ondernemers uit naar weer andere bedrijfstakken waar geen Bibobtoets kan worden afgenomen omdat er geen vergunningplicht geldt.
Dat hebben gemeenten gemeld aan de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (IOOV) die de werking van de Wet Bibob heeft onderzocht. ‘Gemeenten merken op dat de overheid achterblijft bij de ontwikkelingen in de georganiseerde criminaliteit’, schrijft de inspectie in haar rapport Aan de slag met Bibob – onderzoek naar knelpunten in de toepassing van de Wet Bibob door gemeenten. Binnenkort wordt de werking van de wet uitgebreid naar de vastgoedsector, vechtsportgala’s, speelautomatenhallen, headshops en de verkoop van vuurwerk. ‘De branches die in het wetsvoorstel worden genoemd, kunnen in korte tijd zijn achterhaald.
Gemeenten signaleren dat criminelen nu al uitwijken naar andere branches, zoals kap-, nagel- en beautysalons’, waarschuwt de IOOV. Ook geven gemeenten aan, behoefte te hebben om huisjesmelkers via de Wet Bibob aan te kunnen pakken. ‘Het wetgevingsproces duurt volgens de gemeenten te lang om adequaat op dergelijke ontwikkelingen te kunnen inspelen’. Sommige gemeenten pleiten daarom voor het opnemen van indicatoren die bepalend zijn voor het al dan niet inzetten van de Wet Bibob. ‘Hierdoor wordt tegemoetgekomen aan de lokale wensen en kan de overheid sneller inspelen op ontwikkelingen binnen de georganiseerde criminaliteit’, aldus de inspectie.
Overigens klagen de gemeenten tegenover de inspectie ook dat de taakverdeling tussen de zogeheten RIEC’s (Regionale Informatie- en Expertisecentra) en het Landelijk Bureau Bibob (LBB) onduidelijk is, vooral omdat de rol van die RIEC’s niet helder is omschreven. In de diverse regio’s hebben die nieuwe centra zich in verschillende richtingen ontwikkeld, en gemeenten hebben behoefte aan meer duidelijkheid, aldus de inspectie in haar verslag.
Weinig gebruikt
Overigens blijft het gebruik van de Wet Bibob onder gemeenten ver achter bij de verwachtingen, zo constateert nu ook de inspectie. Het gebruik van de Bibob-bevoegdheden is niet verplicht. Na de invoering van de wet in 2003 mikte het Rijk erop dat 83 procent van de gemeenten het middel zou gaan gebruiken. Dat doel is nog steeds ver weg: bijna de helft van de gemeenten doet er in de praktijk niets mee, zo komt naar voren. Slechts 55 procent geeft aan een Bibob-beleid te hebben.
Vooral de kleinere gemeenten blijven achter: slechts 37 procent heeft Bibobbeleid ontwikkeld, tegen 60 procent van de middelgrote gemeenten, 70 procent van de grote gemeenten en 96 procent van de gemeenten met meer dan 100 duizend inwoners. Sommige van deze gemeenten laten het hier echter ook bij: ze schrijven een Bibob-beleidslijn, maar doen er in de praktijk verder niets mee.
Sommige gemeenten zien om principiële redenen af van het Bibobmiddel, omdat ze vinden dat deze taak niet bij gemeenten thuishoort. Vaker hebben ze geen beleid omdat ze van mening zijn dat er in hun gemeente geen georganiseerde criminaliteit is. Vooral de kleine gemeenten zien van de Bibob-aanpak af vanwege een cultuur van ‘ons kent ons’. ‘
Al snel wordt gedacht dat er geen problemen zijn of dat men de criminelen in de eigen gemeente wel kent.’ Criminaliteit in georganiseerd verband wordt zo echter niet uitgesloten, waarschuwt de inspectie. ‘Sterker nog, het behoort juist tot de strategieën van criminele organisaties om hechte banden aan te gaan met de bovenwereld.’
Waterbed
Dat de Wet Bibob maar zeer beperkt wordt benut, is geen nieuwe bevinding. In augustus 2009 publiceerde Binnenlands Bestuur, samen met Trouw, een enquête onder alle (toen nog) 441 gemeenten naar het gebruik van de wet. Daaruit kwam naar voren dat tweederde van alle gemeenten het instrument links liet liggen. Gemeenten waarschuwden toen al voor het zogeheten ‘waterbedeffect’: ze zagen dat malafide ondernemers uitweken naar gemeenten die de integriteitstoets niet uitvoerden. Dezelfde conclusies werden getrokken in de in oktober 2010 gehouden Nulmeting bestuurlijke aanpak georganiseerde criminaliteit.
De inspectie zet de knelpunten in haar rapport nu nog eens op een rijtje. ‘Wat opvalt, is dat deze knelpunten al langere tijd bekend zijn’, voegt de dienst daaraan toe. Zo is het gebrek aan expertise, en gebrek aan kennis over de eigen bevoegdheden, met name in kleinere gemeenten een reëel probleem. Gemeenten hebben moeite om structureel tijd vrij te maken zodat (financiële) expertise kan worden opgebouwd; en omdat de wet amper wordt gebruikt, wordt er ook maar weinig ervaring opgebouwd.
In gemeenten die amper met de Wet Bibob werken, verliezen politie en OM op hun beurt het vertrouwen om gevoelige informatie nog langer met de gemeente te delen. ‘Een geringe omvang (van gemeenten, red.) lijkt niet meer te passen bij de schaal waarbinnen de georganiseerde criminaliteit opereert’, constateert de inspectie. ‘De vraag is of van deze gemeenten mag worden verwacht dat zij deze (arbeidsintensieve) wet succesvol zelfstandig kunnen uitvoeren.’
Reactie op dit bericht