Bijna alle inbraken en autodiefstallen blijven onbestraft
95,8 procent van de inbraken en autodiefstallen leidt niet tot enige vorm van straf. Dat blijkt uit een berekening die Binnenlands Bestuur maakte met CBS-cijfers over opsporing en berechting uit 2007. De politie beschikt niet over recentere opsporingscijfers. Vorige week werd al bekend dat in slechts 16% van de berovingszaken één of meer daders worden bestraft.
Niet veel moeite
Een veelgehoorde klacht van slachtoffers van inbraak is dat de politie niet komt om sporen op te nemen en dat de daders dus niet worden opgespoord. Dit gevoel komt overeen met de cijfers; van de 340.020 gekwalificeerde diefstallen in 2007 werden er 320.618 niet opgelost. Dat is 94,3%. Onder gekwalificeerde diefstal wordt inbraak en autodiefstal verstaan, het meest voorkomende misdrijf waar Nederlanders mee te maken hebben.
Uitval
De door de politie gehanteerde begrippen ‘opgehelderd’ (één verdachte in beeld) en ‘opgelost’ (één verdachte gehoord) zeggen weinig over het verloop van de rechtsgang. Een aanzienlijk deel van de verdachten van ‘opgeloste’ zaken wordt alsnog niet bestraft omdat de zaak wordt geseponeerd of de verdachten worden vrijgesproken. Niet alle vrijspraak valt daarbij overigens te wijten aan fouten van de politie. Toch wijzen cijfers uit dat een derde van overval-verdachten er zonder straf vanaf komt. Bij inbraak en autodiefstal is dat minder; slechts 13 procent.
Geen prioriteit
Hoewel minister Opstelten van Veiligheid naar aanleiding van de cijfers van roofovervallen meteen aankondigde dat de pakkans omhoog moet, lijkt opsporing geen hoge prioriteit te hebben in de begroting 2011. Opsporing komt op de laatste plaats na veiligheid, openbare orde en hulp geven aan burgers.
Cijfers niet beschikbaar
Gegevens over hoe vaak een misdrijf daadwerkelijk tot aanhouding en een bestraffing komt, zijn bijna niet te achterhalen. De gegevens van de 26 politiekorpsen kunnen moeilijk worden samengevoegd en zijn er soms gewoonweg niet. Zo zijn de cijfers over aantallen gehoorde verdachten in 2008 en 2009 op dit moment nog niet eens beschikbaar. Ook het Parket Generaal liet weten niet over deze specifieke cijfers te beschikken.
Recherche uitgekleed
Emeritus Hoogleraar strafrecht Peter Tak publiceerde in 2002 al een onderzoek waaruit bleek dat het met de opsporing in Nederland bedroevend gesteld is. De nieuwste cijfers zijn voor hem dan ook geen verrassing: ‘Het grootste probleem is dat er ongelooflijk weinig wordt opgehelderd. De lage percentages voor oplossing en bestraffing verbazen me niets. Toen de politie steeds meer sociale taken kreeg toebedeeld is de recherche uitgekleed. Daarbij is heel veel recherchekennis verloren gegaan, zie hier het resultaat.’ Over het uitblijven van recente cijfers zegt Tak: ‘Ik weet niet of het opzettelijk is, maar het is zeker dat de politie niet alles wil zeggen.’
Lees hier over de onderzoeksmethode (pdf)
Bekijk hier de cijfers van het CBS (pdf)
Een veelgehoorde klacht van slachtoffers van inbraak is dat de politie niet komt om sporen op te nemen en dat de daders dus niet worden opgespoord. Dit gevoel komt overeen met de cijfers; van de 340.020 gekwalificeerde diefstallen in 2007 werden er 320.618 niet opgelost. Dat is 94,3%. Onder gekwalificeerde diefstal wordt inbraak en autodiefstal verstaan, het meest voorkomende misdrijf waar Nederlanders mee te maken hebben.
Uitval
De door de politie gehanteerde begrippen ‘opgehelderd’ (één verdachte in beeld) en ‘opgelost’ (één verdachte gehoord) zeggen weinig over het verloop van de rechtsgang. Een aanzienlijk deel van de verdachten van ‘opgeloste’ zaken wordt alsnog niet bestraft omdat de zaak wordt geseponeerd of de verdachten worden vrijgesproken. Niet alle vrijspraak valt daarbij overigens te wijten aan fouten van de politie. Toch wijzen cijfers uit dat een derde van overval-verdachten er zonder straf vanaf komt. Bij inbraak en autodiefstal is dat minder; slechts 13 procent.
Geen prioriteit
Hoewel minister Opstelten van Veiligheid naar aanleiding van de cijfers van roofovervallen meteen aankondigde dat de pakkans omhoog moet, lijkt opsporing geen hoge prioriteit te hebben in de begroting 2011. Opsporing komt op de laatste plaats na veiligheid, openbare orde en hulp geven aan burgers.
Cijfers niet beschikbaar
Gegevens over hoe vaak een misdrijf daadwerkelijk tot aanhouding en een bestraffing komt, zijn bijna niet te achterhalen. De gegevens van de 26 politiekorpsen kunnen moeilijk worden samengevoegd en zijn er soms gewoonweg niet. Zo zijn de cijfers over aantallen gehoorde verdachten in 2008 en 2009 op dit moment nog niet eens beschikbaar. Ook het Parket Generaal liet weten niet over deze specifieke cijfers te beschikken.
Recherche uitgekleed
Emeritus Hoogleraar strafrecht Peter Tak publiceerde in 2002 al een onderzoek waaruit bleek dat het met de opsporing in Nederland bedroevend gesteld is. De nieuwste cijfers zijn voor hem dan ook geen verrassing: ‘Het grootste probleem is dat er ongelooflijk weinig wordt opgehelderd. De lage percentages voor oplossing en bestraffing verbazen me niets. Toen de politie steeds meer sociale taken kreeg toebedeeld is de recherche uitgekleed. Daarbij is heel veel recherchekennis verloren gegaan, zie hier het resultaat.’ Over het uitblijven van recente cijfers zegt Tak: ‘Ik weet niet of het opzettelijk is, maar het is zeker dat de politie niet alles wil zeggen.’
Lees hier over de onderzoeksmethode (pdf)
Bekijk hier de cijfers van het CBS (pdf)
Reactie op dit bericht
Ik begrijp Uw reactie wel een beetje, maar jammer genoeg zit U er, in mijn visie, gedeeltelijk volkomen naast. Het 'Politie Keurmerk Veilig Wonen' is gewoon een lachertje. Tevens is het een deel van de oorzaak van de belabberde prestatie van de politie. De politie is er NIET om onzinnige keurmerken te vergeven over zaken waar ze helemaal geen verstand van blijken te hebben!!! Ze moeten opsporen. Ik ontwerp en bouw mechanische beveiligingen en spiegel me ABSOLUUT NIET aan dit keurmerk. Ik moet wel telkens aan mijn klanten uitleggen waarom er wel opnieuw ingebroken werd in hun "goed" beveiligde woning of bedrijfspand. De politieman/vrouw is NIET opgeleid in constructie-leer, sterkteleer, materiaalkennis en verbindingstechniek en heeft meestal niet eens inzicht in hoe een inbreker te werk gaat. Ze hebben alleen een domme folder met slotjes en grendeltjes-zooi die HET zouden moeten doen. Helaas heb ik ooit samengewerkt met het politie-voorlichtingsapparaat op dit gebied, in den Haag. Het bleek dat er bij de politie ook een tweede agenda is, de beveiligingen die ik bood waren niet zo erg welkom in de voorlichtingscampagne. Omdat de politie bij een werkelijk goed beveiligde woning niet meer kon binnentreden wanneer het hun beliefde. De smoes: bij brand.... enz. Ik ben sindsdien misselijk geworden bij het combinatiewoord "politie & voorlichting". Idd lijkt de politie in dit geval niet meer vóór de burger te zijn, maar er gewoon een (goede???) baan aan over te houden en tevens DE MACHT. Noem mij maar cynisch...... Maar wel iemand die weet waar hij over praat.
Alles met alles een reden te meer om in ieder geval de verbetering van de woonveiligheid "in eigen hand te nemen" en dit bij nieuw te bouwen woningen te eisen. In de jaren '90 is daar het Politie Keurmerk Veilig Wonen voor ontwikkeld. Een prima label wat voorziet in vele mogelijkheden en een zo groot mogelijke invloed genereerd. Door de rijksoverheid wordt dit label veel te weining onder de aandacht gebracht. Velen denken dat dit label niet meer bestaat. Het tegendeel is waar. Deze vorm van eigenrichting kan ik een ieder aanraden.
Lang leven de marktwerking.
Alleen al vanwege de dreiging van theedrinken met Cohen is voor mij voldoende reden om op het rechte pad te blijven.
In Amerika zijn ze goed in boeven vangen, wat klauwen vol met geld kost. Armen moeten maar voor zichzelf zorgen. Elke grote stad kent wel mensen die in tenten proberen te overleven, zelfs als het vriest.
In Nederland wordt voor iedereen gezorgd. De overheid zorgt er altijd voor dat je te eten hebt en onderdak krijgt als je dat wilt. Blijft er niet veel geld over voor een fatsoenlijke misdaadbestrijding.
Maar is Amerika nou beter af ? Ik zou niet willen ruilen.