Ministerie en veiligheidsregio’s hanteren eigen 112-meldsysteem
Interpretatie
Volgens de veiligheidsregio Hollands Midden, heeft het Advanced Medical Priority Dispatch System (AMPDS), beter bekend als Professional Quality Assurance (ProQA), grote voordelen. Het meldingssysteem, dat in de jaren 70 in de VS is ontwikkeld, biedt de centralisten in de meldkamer weinig ruimte meer voor eigen interpretatie (triage) van de ernst van de melding.
Missers
Hierdoor moeten foute beoordelingen worden voorkomen. Want die beoordeling waarbij centralisten zelf moeten oordelen welke zorg nodig is, leidde tot klachten, bijna-missers en soms zelfs hele missers, zegt Jan de Nooij, medisch manager ¬ambulancezorg bij Hollands Midden. ProQA richt zich op de meldkamer: ambulancedienst, brandweer en politie. De Nooij: ‘Uitgangspunt is dat een burger in nood slechts één nummer hoeft te bellen en daarna ongeacht de aard van het probleem kan worden geholpen.’
Kosten
Bijkomend voordeel is dat door ProQA ook ambulances minder vaak onnodig hoeven uitrijden. Dat voorkomt gevaarlijke situaties op de weg wanneer ambulances met sirenes en zwaailichten rijden, en bespaart kosten. De veiligheidsregio’s Noord-Holland Noord, Rotterdam-Rijnmond, Brabant-Noord en Midden- en West-Brabant willen dan ook binnen afzienbare tijd op ProQA overstappen. Ook Amsterdam-Amstelland zal naar verwachting op termijn met het systeem gaan werken.
Werkt beter
De Nooij is ervan overtuigd dat het Amerikaanse systeem beter werkt dan het systeem dat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft laten ontwikkelen. VWS heeft 5 jaar samen met de ambulance- en huisartsenzorg, de spoedeisende hulp en de GGZ aan een standaard voor de gehele acute zorg gewerkt: de Nederlandse Triage Standaard (NTS). ‘Doel is om de patiënt zo veilig mogelijke zorg te bieden en deze vervolgens zo doelmatig mogelijk uit te voeren’, zegt Wim ten Wolde, projectcoördinator van de NTS. Volgens het ministerie is in het verleden gebleken dat ‘het niet effectief was om met verschillende systematieken te werken, waarbij professionals de taal onderling niet begrepen’. De nieuwe standaard moet daar een einde aan maken.
Stappenplan
De kern van de nieuwe standaard is dat hulpverleners en centralisten een vast stappenplan afwerken, waar ze volgens Ten Wolde ‘alleen gemotiveerd’ vanaf mogen wijken. Qua opzet is de NTS vergelijkbaar met ProQA, maar waar de laatste zich richt op de meldkamer, regelt de NTS dus de toegang voor de gehele acute zorg: van huisartsen tot ambulancezorg en spoedeisende hulp.
Reactie op dit bericht
Onder de kop ‘Ministerie en veiligheidsregio’s eigen 112-meldsysteem’ verscheen op 29 juli jl. een artikel over de verschillende triage systemen in de acute zorg. Wat is het toch jammer dat we in Nederland zoveel tijd investeren in processen die we vervolgens net zo gemakkelijk weer over de balk gooien.
Circa 5 jaar terug zijn we gestart met het project Nederlands Triage Systeem. Uniek omdat zowel de huisartsenzorg, de SEH, de ambulancezorg evenals de acute GGZ van meet af aan betrokken waren bij de opzet, en erin geslaagd zijn bruggen te slaan tussen de van oorsprong verschillende systemen die gebruikt werden bij de intake. De huisartsenzorg moest de NHG telefoonwijzer loslaten, de SEH het Manchester of Bostonsysteem.
Dat was geen makkelijke opgave. Toch is het op veel plaatsen gelukt te gaan werken met één standaard. Het NTS is erin geslaagd een systeem te maken voor zowel de telefonische triage op de huisartsenpost als voor de fysieke triage van de zelfverwijzer die zelf naar de SEH of huisartsenpost gaat.
Het grote verschil tussen ProQA en NTS lijkt te zitten in de handelingsvrijheid van de triagist of centralist. Bij ProQa bedient de centralist een applicatie zonder zelf afwegingen te hoeven maken. Dat is bij NTS anders.
Binnen de protocollen en standaarden moet het altijd mogelijk zijn zelf af te wegen of je gemotiveerd afwijkt van het protocol. Ik hoop dat ProQa inderdaad leidt tot minder ambulances die onnodig uitrukken, zoals aangenomen wordt. Want hoe verhoudt dat zich tot het reduceren van de beoordelingsruimte van de centralist? Dat lijkt op risicomijdend handelen en dat leidt per definitie tot meer (onnodige) inzet.
In de wereld van leven en dood is geen tijd te verliezen en moet geen ruimte zijn voor eigen inschatting. De dagelijkse praktijk is weerbarstiger. De zorgvraag van patiënten is niet digitaal. De ene patiënt meldt zich met heel serieuze klachten, de ander niet terwijl later blijkt dat het veel ernstiger is dan in eerste instantie. Dit haal je er met geen enkel systeem uit. Evengoed toch jammer dat we in ons kleine landje er ook nu weer niet in geslaagd zijn van meet af aan samen te bouwen aan een systeem voor de hele acute zorg.