Volg ons op: , LinkedIn of

Kijk snel bij: Abonnementen Vacatures BB Magazine

Coffeeshop splijt driehoek

Sjors van Beek 1 reactie
Coffeeshop Checkpoint in Terneuzen werd door de gemeente lang gedoogd. Tot het Openbaar Ministerie het tijd vond voor actie. Het overleg tussen gemeente en justitie haperde. Burgemeester Lonink: ‘Het huidige gedoogbeleid is gekunsteld en hypocriet.’

Op 1 juni 2007 geeft burgemeester Jan Lonink van Terneuzen een persconferentie op het stadhuis. Onderwerp van gesprek: de voorgenomen verplaatsing van coffeeshop Checkpoint richting de Belgische grens. Een journaliste van de regionale omroep vraagt aan de burgemeester wat er die ochtend toch gaande is bij Checkpoint. Het wemelt er van de politie, zo had ze gezien op weg naar het stadhuis.

 

Cameralieden van de regionale omroep laten de burgemeester acuut voor wat hij is en hollen naar de nabijgelegen coffeeshop. Daar kunnen ze nog net het begin filmen van de politie-inval die het Openbaar Ministerie precies die dag heeft gelast. Burgemeester Lonink, toch gesprekspartner van het OM en de politie in de lokale driehoek, weet tot vlak voor de inval van niets.

 

Hoogtijdagen

 

Het incident is misschien wel exemplarisch voor de gang van zaken rond coffeeshop Checkpoint, indertijd het grootste verkooppunt van wiet en hasj in Europa. Op hoogtijdagen trok de shop zo’n 3.000 klanten, voor 90 procent Belgen en Fransen. Eigenaar Meddie Willemsen was herhaaldelijk in gesprek met de gemeente over het tegengaan van eventuele overlast rond de alsmaar groeiende coffeeshop.

 

Tegelijkertijd werkte het Openbaar Ministerie in stilte aan vervolging, die na een tweede inval in mei 2008 ook leidde tot de strafrechtelijke veroordeling van Willemsen in maart 2010. Het OM, zo sprak de rechter in Middelburg in zijn vonnis uit, had eigenlijk wel een signaal moeten afgeven dat Checkpoint moest krimpen. Nu raakte Willemsen volgens zijn advocaten ‘klem tussen twee overheden met verschillende agenda’s’.

 

Hoe kunnen overheden en coffeeshopeigenaren het goed doen op het glibberige pad tussen voordeur en achterdeur van een coffeeshop? Een lastige vraag, erkennen alle betrokkenen. ‘Checkpoint is nu geen coffeeshop meer. Zo bekeken hebben we het handig aangepakt’, zegt Jan Dalebout, van 2005 tot 2010 chef van het politiedistrict Zeeuws-Vlaanderen.

 

Hij schetst hoe Checkpoint in 2006 groeide en groeide en de overlast toenam. ‘Die werd niet gestaafd door politiecijfers, maar je moet denken aan foutparkeren, verkeersbewegingen, wildplassen. Eigenlijk niet anders dan wat er gebeurt rond een willekeurige Ikea-vestiging: het werd onrustig in de straat. In de driehoek is toen besproken: dit is niet langer toelaatbaar.’

 

Illegaal

 

Enerzijds was er dus moeilijk meetbare overlast, anderzijds de vrees voor de gevolgen als de coffeeshop werd aangepakt. In de jaren ’90 telde Terneuzen zo’n negentig illegale dealpanden, de markten voor soften harddrugs waren vermengd, er vonden liquidaties plaats.

 

Politiechef Dalebout: ‘De burgemeester was bang dat die taferelen zouden terugkeren als Checkpoint moest sluiten. Maar de samenleving kon de groei van Checkpoint niet meer absorberen, we moesten iéts doen. En omdat het bestuur besluitvorming steeds uitstelde, vanwege een onderzoek naar verplaatsing, overleg met Belgische buurgemeenten en een uitgebreid politiek debat in de raad, nam Justitie haar eigen verantwoordelijkheid.’

 

Anders gezegd: de burgemeester trad niet op op bestuursrechtelijke gronden, waarna het OM besloot op te treden op strafrechtelijke basis. Cruciaal in dit verband zijn de zogeheten AHOJG-criteria: de voorwaarden waaraan een coffeeshop zich dient te houden om gedoogd te worden. (zie ‘Gedoogcriteria’ op deze pagina). ‘Als je niet kan sluiten op basis van AHOJG, dan moet je strafrechtelijk aan de achterdeur wroeten. Maar dan is er in feite geen sprake meer van gedoogbeleid’, schetst de politieman het fundamentele dilemma.

 

Pionierswerk

 

Op het gemeentehuis steekt burgemeester Jan Lonink ferm van wal. ‘Wat we hier doen is pionierswerk: hét grote proces tegen een grote coffeeshop. Dit had ook in Venlo of Maastricht kunnen lopen, maar het vindt nu eenmaal híer plaats.’ De PvdA-bestuurder toont zich gefrustreerd.

 

Van het Openbaar Ministerie kreeg hij tijdens de rechtszaak het verwijt van ‘pappen en nathouden’. Van de strafrechter kwam onbegrip over de ‘faciliterende rol’ van de gemeente, die verkeersborden plaatste rond de coffeeshop en geld voor drugspreventieprojecten aannam van de coffeeshopeigenaar.

 

Collega-burgemeesters kapittelden Lonink vervolgens in de media vanwege het vermeende door de vingers zien van overtredingen. ‘Dat klopt gewoon niet, we hebben geen énkele overtreding door de vingers gezien. En het plaatsen van die verkeersborden hebben we vooraf besproken in de driehoek. Justitie protesteerde daar niet. Maar wij krijgen zo wel een stempel’, verzucht burgemeester Lonink.

 

Bestuursrechtelijk optreden kon volgens hem niet omdat hij 9 maanden moest wachten op het procesverbaal van de inval bij Checkpoint. ‘Het klopt dat het 9 maanden duurde’, reageert officier van justitie Rob Rammeloo die de vervolging leidde. ‘Maar de burgemeester wíst dat er te veel voorraad was aangetroffen en had op basis van die informatie best alvast kunnen optreden. Als hij toch op dat proces-verbaal gaat zitten wachten is dat zijn eigen verantwoordelijkheid’.

 

Het beeld is gerezen van een slappe burgemeester die voortdurend aan tafel zat met een immer groeiende lokale softdrugsmagnaat, en een daadkrachtig Openbaar Ministerie dat uiteindelijk ingreep. De advocaten van Checkpoint strooien maar al te graag zout in die wonde. ‘Er heeft een ordinaire machtsstrijd plaatsgevonden in de driehoek’, stelt André Beckers, advocaat van Checkpoint en landelijk specialist op het terrein van coffeeshops. ‘De officier van justitie heeft over de rug van Checkpoint laten zien wie het in de driehoek voor het zeggen heeft.’

 

Ten dele komt dat beeld terug in de getuigenverklaringen die burgemeester, ambtenaren, politiemensen en officieren van justitie hebben afgelegd in de strafzaak tegen coffeeshop Checkpoint. Maar wat in die verklaringen – in bezit van Binnenlands Bestuur – vooral opvalt is de onduidelijke rolverdeling binnen de driehoek.

 

In theorie is het helder: de gemeente gaat over de voordeur (de verkoop vanuit een coffeeshop), het Openbaar Ministerie gaat over de achterdeur (de leveranties aan de coffeeshop). Als de zaken aan de voorkant netjes zijn geregeld via de AHOJG-criteria, kan het OM besluiten om niet strafrechtelijk op te treden tegen de aanwezigheid en de verkoop van softdrugs. Maar de praktijk is aanzienlijk gecompliceerder, zo blijkt wel uit het dossier-Terneuzen.

 

Want wat te doen als – zoals in Terneuzen - de AHOJG-criteria in eerste instantie netjes worden opgevolgd maar er desondanks overlast is, simpelweg omdat er duizenden bezoekers zijn? En hoe kan een coffeeshop de verkoop aan duizenden klanten organiseren als hij maar 500 gram handelsvoorraad in huis mag hebben? Checkpoint verkocht per dag tot wel 15 kilo softdrugs en moest dus - theoretisch - dertig keer per dag worden bevoorraad - met alle risico op overvallen van dien. Bovendien kan een leverancier worden vervolgd.

 

Ook mag er geen onderscheid worden gemaakt tussen Nederlandse klanten enerzijds en Belgische, Franse of Duitse klanten anderzijds. Anders gezegd: het weren van buitenlandse klandizie is nog niet zo eenvoudig.

 

Paradoxaal

 

Alles bij elkaar gevoegd ontstond in Terneuzen een paradoxale situatie, zo vertellen betrokkenen achteraf. Checkpoint werd aanvankelijk gedoogd om de overlast van de illegale dealpanden in de jaren ‘90 te lijf te gaan, maar uiteindelijk werd datzelfde Checkpoint door zijn omvang zélf een bron van overlast.

 

Het overvloedige aanbod aan softdrugs, niet de vraag ernaar, creëerde de problemen. Dat besef leidde binnen de driehoek tot discussie over de inzet van de – altijd te schaarse – politiecapaciteit. ‘De gemeente wilde de politie graag inzetten voor het bestrijden van de overlast van de softdrugs, maar mijn mening was dat die overlast juist het gevolg was van de aanwezigheid van zo’n grote coffeeshop. Ik heb de gemeente toen gezegd dat hun beleid hierop bekeken moest worden’, verklaarde offi cier van justitie Jo Valente in zijn getuigenverhoor tijdens de strafzaak.

 

‘Na 2005 werden de coffeeshops een probleem in die zin dat ze veel buitenlandse bezoekers aantrokken waardoor in feite een nieuw probleem ontstond’, verklaarde Mark Haartsen, juridisch adviseur van de gemeente Terneuzen tijdens zijn getuigenverhoor. De gemeente moest volgens hem ‘kiezen tussen twee kwaden’: Checkpoint sluiten, of gedogen en accepteren dat tegen de massale toestroom uit het buitenland niet echt kon worden opgetreden.

 

Export

 

De gemeente wilde Checkpoint graag verplaatsen richting grens omdat de overlast in de binnenstad dan zou afnemen. Het OM in Zeeland was echter tegen omdat dit het drugstoerisme en de export alleen maar zou bevorderen. ‘Ik denk dat hier het probleem is ontstaan’, zegt advocaat Beckers. ‘Het OM zat in de driehoek met gekromde tenen en heeft de burgemeester simpelweg voor een voldongen feit gesteld door de strafrechtelijke vervolging.’

 

Terwijl de discussie tussen de instanties volop woedde hadden medewerkers van Checkpoint meermaals contact met burgemeester Lonink. Die rapporteerde daarover wel aan de driehoek, maar koppelde richting Checkpoint nooit terug wat de driehoek (lees: het OM) er van vond.

 

Zo kon het gebeuren dat Checkpoint-eigenaar Willemsen op 15 december 2005 bij de burgemeester aan tafel zat met de vraag of hij zijn eigen hennep mocht gaan kweken, om zo de achterdeur-problematiek op te lossen. ‘Namens de driehoek is nooit gecommuniceerd met Checkpoint. Door mij is Checkpoint duidelijk gemaakt dat eigen kweek niet aan de orde zou kunnen zijn’, heeft Lonink hierover verklaard bij de rechtercommissaris. Zijn juridisch medewerker Haartsen zei daar echter het volgende: ‘De uitkomst van de driehoek is door de burgemeester kenbaar gemaakt bij de coffeeshop.’

 

Willemsen zelf tegenover Binnenlands Bestuur: ‘Mijn voorstel werd afgewimpeld, het zal wel niet gaan zeiden ze, maar ik heb nooit officieel bericht gehad.’ Uit de getuigenverklaringen blijkt dat Lonink in die periode in de driehoek op hoofdlijnen werd geïnformeerd over een tweede strafrechtelijk onderzoek dat leidde tot een nieuwe inval in mei 2008. Tegenover Willemsen kon hij hier echter niets over zeggen.

 

In de tussentijd voerden politieagenten regelmatig controles uit bij Checkpoint, waarbij gelet werd op de aanwezige handelsvoorraad en de verkoop aan jeugdigen. ‘Dat waren controles in het kader van de vergunning, niet in het kader van de opsporing. In feite hadden ook boa’s of gemeenteambtenaren dit kunnen doen’, zegt officier van justitie Rob Rammeloo nu.

 

Hij voerde het strafproces tegen Checkpoint maar zat namens het OM weer niet in de driehoek. ‘Ik had ook onvoldoende zicht op wat er in die driehoek gebeurde. Achteraf heb ik begrepen dat er wel degelijk werd gesproken over het uitdijende Checkpoint, maar vanuit mijn optiek gebeurde er weinig concreets, de shop blééf maar groeien. Toen heeft de parketleiding haar eigen verantwoordelijkheid genomen en is besloten strafrechtelijk op te treden.’

 

Dat had anders gekund, erkent Rammeloo achteraf. ‘Uit praktische overwegingen was het handiger geweest als de driehoek klip en klaar tegen Checkpoint had gezegd: we willen niet dat je nóg groter wordt, de gedoogverklaring is bedoeld voor de lokale markt, als je jezelf niet weet te beperken qua omzet gaan we optreden. Al vind ik nog steeds dat hij dit ook had kunnen weten zonder die brief.’

 

Zo’n waarschuwing zou dan uit moeten gaan van de burgemeester, namens de driehoek, vindt offi cier Rammeloo. ‘Want dáár wordt uiteindelijk het gedoogbeleid bepaald, niet in de gemeenteraad. En als een burgemeester en het OM het in de driehoek niet eens zijn, denk ik dat uiteindelijk het OM een veto moet hebben. Het draait immers om de toezegging van het OM om niet te vervolgen. Als het OM er geen vertrouwen meer in heeft, kan er dus geen gedoogbeleid meer zijn. En, zo bedenk ik nu, het zou zelfs de politie kunnen zijn die zegt: tot hier en niet verder.’

 

Eigenaar Willemsen had de groei volgens Rammeloo ook wel degelijk kunnen inperken, door niet te verkopen aan mensen die de drugs ‘kennelijk de grens over willen brengen’, of door maximaal 1 gram per persoon te verkopen. De achterdeurproblematiek is volgens de officier van justitie best oplosbaar.

 

‘Een coffeeshophouder weet dat hij met een pondje handelsvoorraad uit de voeten moet. Voor de lokale markt is dat voldoende en dan valt niemand hem lastig. Als hij er voor kiest om klein te blijven, is het best. En als hij zorgt dat iemand anders een stash, een opslagplaats, heeft en hem van daaruit af en toe een pondje toeschuift, dan is die ánder crimineel bezig, niet de coffeeshophouder.’

 

Op die gedachtegang is Willemsen uiteindelijk ook gesneuveld: het OM betoogde bij de rechter met succes dat Checkpoint een criminele organisatie was omdat het de grootschalige inkoop ook zelf deed. Het hoger beroep in die zaak loopt nog. Bovendien wordt binnenkort het vonnis verwacht in de bestuursrechtelijke zaak die Willemsen heeft aangespannen wegens het - volgens hem onterechte - intrekken van de gedoogverklaring.

 

Wijze les

 

‘Als je praat met één van de partners uit de driehoek, mag je er op vertrouwen dat die functionaris spreekt namens drie partijen’, blikt advocaat Beckers terug. ‘Ik heb hier in Terneuzen echter een wijze les geleerd: alles wat je bespreekt met de burgemeester moet je ook expliciet voorleggen aan het OM: wat vindt úw organisatie hier van? Op papier is zo’n driehoek een hechte eenheid, maar als het er op aankomt schuiven partijen de verantwoordelijkheden voortdurend naar elkaar door. De coffeeshophouder denkt dat hij aan tafel zit met “de” overheid, maar in werkelijkheid is hij vogelvrij. Als je de achterdeur aanpakt, is het gedoogbeleid illusoir.’

 

‘Het huidige gedoogbeleid schiet te kort’, oordeelt burgemeester Lonink. ‘Het is gekunsteld en hypocriet en niet meer uit te leggen. Als je zó lang en zó grootschalig gedoogt dan gaat het draagvlak weg. Máár… de coffeeshops hebben zelf ook een verantwoordelijkheid om klein te blijven. Willemsen had ook genoegen kunnen nemen met een half miljoen winst in plaats van 10 miljoen. En hij moet wel oliedom zijn geweest als hij dacht dat wat hij deed allemaal kon.’

 

Toch heeft de Terneuzense burgemeester zelf ook lessen geleerd: ‘De gesprekken die je voert moeten formeler, en de verslaglegging in de driehoek moet beter. Al kan een driehoek ook betekenen dat je even met elkaar belt’, voegt Lonink er aan toe. Maar bovenal: ‘Niet de vraag is allesbepalend, maar het aanbod.

 

Twee uur nadat Checkpoint was gesloten, waren alle Fransen hier weg. Ze komen ook niet meer, ook niet naar de andere coffeeshop. Dat effect hadden we niet verwacht. De aanname was dat bij sluiting het illegale circuit over de stad zou uitwaaieren. Dat is niet gebeurd. Kennelijk was het dus de kwaliteit en de variëteit in het aanbod van Checkpoint wat de buitenlanders massaal aantrok. En juist om die reden had Checkpoint ook zulke grote voorraden van allerlei soorten wiet nodig. Ik denk dus dat, nu we dit weten, de grote coffeeshops elders ook wel dicht kunnen.’

 

'Coffeshophouder is altijd nat'

 

Normaliter geeft hij geen interviews. ‘Maar nu vind ik het wel tijd worden’, zegt Meddie Willemsen, eigenaar van Checkpoint. ‘Ik ben een proefkonijn. En als dit succes heeft, kunnen alle coffeeshops in Nederland sluiten. Want dan ben je crimineel als je spullen aanneemt aan de achterdeur. Ik word nu bestempeld als criminele organisatie omdat ik zelf voor mijn eigen wiet zorg. Maar dat is de enige mogelijkheid, zeker als je wilt weten wát je precies verkoopt.’

 

‘Ik snap er eigenlijk nog steeds niks van’, zegt Willemsen (58) telefonisch vanuit het buitenland. ‘Ik doe niks anders dan inkopen en verkopen. Sinds 1995 ben ik 25 à 30 keer gecontroleerd. Op twee keer na ging dat altijd goed. De eerste keer had ik te veel voorraad, dat was een foutje, iedereen maakt wel eens een fout. Maar de tweede keer lag de voorraad in een apart kantoor, niet in de shop zelf. Bovendien is toen de “zichtwiet” in de vitrines ook meegeteld. Bij alle andere controles gebeurde dat niet.’

 

In de huidige systematiek is de coffeeshophouder ‘altijd nat’, betoogt Willemsen. ‘Het spul kan moeilijk uit de lucht vallen natuurlijk. Ik kocht gemiddeld 1 tot 4 kilo van een kleine kweker en bracht vanuit de stashes telkens 500 gram naar Checkpoint. Dat heb ik de Belastingdienst in 2002 ook al verteld.’

 

Ook de groei afremmen is makkelijker gezegd dan gedaan, aldus de nu veroordeelde coffeeshophouder. ‘Er staan gewoon mensen aan je deur en dan verkoop je. We wisten ook wel dat het wat minder moest worden, maar bijvoorbeeld zo’n pasjessysteem kan ook niet zomaar.’

 

Hij voelt zich aan het lijntje gehouden. ‘Ik had één keer per maand overleg met de burgemeester. Anderhalf jaar lang is er onderhandeld over verplaatsing naar het buitengebied, terwijl de burgemeester wist dat er een inval ging komen. Hier is een heel vies spelletje gespeeld. Ik vecht dus door, ik wil niet worden weggezet als een crimineel. Wij waren juist een van de weinige coffeeshops die géén zaken deden met criminelen. Ik heb mijn geld legaal verdiend, mijn personeel heeft zelfs gewoon WW gekregen na de inval. Als ik dit win, zou ik een claim kunnen indienen waar de gemeente failliet aan kan gaan. De Raad van State zal dus haar uiterste best wel doen om de gemeente in het gelijk te stellen. Maar het gaat me om mijn gelijk. Checkpoint was géén criminele organisatie!’

 

Gedoogcriteria

 

Coffeeshops moeten zich aan de zogenoemde AHOJG-criteria houden om niet vervolgd te worden. A: geen affichering of reclame; H: geen harddrugs; O: geen overlast; J: geen verkoop aan jeugdigen; G: geen grote hoeveelheden softdrugs per klant (maximaal 5 gram) en een handelsvoorraad van maximaal 500 gram in de coffeeshop.

Print dit artikel
Mail dit artikel
Deel dit artikel op

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Bas Koning op
Ik snap niet dat het gebruik van bepaalde middelen illegaal is.

Als iemand iets steelt van iemand anders, is er een slachtoffer. Als iemand iemand anders verkracht of vermoord zie ik een slachtoffer.

Waar is het slachtoffer als iemand in zijn priveomgeving een jointje rookt? Op straat in het verkeer, ok, snap ik. En dat je de risico's wilt tonen aan gebruikers snap ik ook.

Maar koffie levert ook hoge bloeddruk. Alcohol levert ook doden op. Het is aan de burger zelf om te kiezen welke middelen men tot zich neemt.

Zolang er niet hoeft te worden ingebroken om aan een 'shot' te komen, zie ik het probleem niet.

Verslaafden die een probleem gaan vormen kan je aanpakken zoals je ook alcoholisten aanpakt. Maar dan hoef je de substantie nog niet te verbieden voor iedereen.

Nederland is uniek: alleen hier mag je wiet kopen, in alle landen van de wereld is het illegaal. Natuurlijk komen die mensen het dan hier kopen. Maar dat zijn dan nog geen criminelen.

Als u hier de boel drooglegt en ik ga een krat bier in België halen, ben ik dan een crimineel? Een overheid die gaat bepalen wat ik wel of niet in mijn keel/longen giet, DIE is crimineel! waar bemoeit de overheid zich mee? waar is het slachtoffer? is er dan wel sprake van een misdaad?

En wat dacht u van het persoonljike religie argument? veel mensen blowen als meditatie hulp, om in trance te geraken, om rustig te worden na een lange harde dag werken. Rastafari, shiva-heiligen in india, er word zelfs beweert dat de jezus zijn olie hasholie was.

De plant is voor veel mensen werkelijk heilig. Ze doen geen mens kwaad. Maar voor wietblowers is er geen geloofsvrijheid.

Als ik een kom gesmolten lood wil drinken, zou de overheid daar niets mee te maken moeten hebben. Ik beschik over mijn eigen lichaam. ik maak uit, aan welke risicos ik mijn lichaam blootstel. Ik maak uit, wat ik eet, drink, of rook. Niet de overheid.

Tabak, alcohol en verkeer in het algemeen veroorzaken vele malen meer doden: zullen we nu tabak, alcohol en autos maar gaan verbieden?

De overheid zou zich meer bezig meoten houden met misdrijven waar daadwerkelijk slachtoffers bij betrokken zijn, dan met moraalriddertje spelen.

Het probleem is niet dat er een coffeeshop in Terneuzen zit. Het probleem is dat er geen in België zijn.

Vacatures

Partner Bijdragen

recente bijdragen