of 59250 LinkedIn

Samen zijn we één politie

Met de intrede van de Nationale Politie vervalt de oude manier van werken. De minister wordt korpsbeheerder, tien regioburgemeesters worden ‘mediators’ tussen het lokale en het landelijke niveau. De hamvraag: gaat het werken?

Het is aftellen voor de korpsbeheerder. De burgemeesters van 25 grote steden staan op het punt hun machtige positie als beheerder van de politie in hun regionale korps te verliezen. Die taak raken ze binnen een paar maanden kwijt aan minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten (VVD). Het betekent ook het faillissement van het gezamenlijke overleg van deze 25 burgemeesters, het zogeheten Korpsbeheerdersberaad. Hoewel dat beraad nooit wettelijke status kreeg, was het een bestuurlijke factor van betekenis.

 

‘Het stelsel met de korpsbeheerders heeft zijn einde bereikt’, onderstreepte Opstelten op het recente jaarcongres van de Nederlandse burgemeesters. Dat waren keurige woorden om duidelijk te maken dat de 25 koninkrijkjes van de min of meer zelfstandige politieregio’s het beheer van de politie niet langer wordt toevertrouwd. Voortaan is er één minister die over het beheer van de politie gaat. Opstelten: ‘Er komt één ICT-systeem, één personeelssysteem, één vastgoedsysteem.’

 

Kostenverslindend

 

Belangrijkste winst: het is afgelopen met de bureaucratie en de kostenverslindende wijze van werken. Zo worden er al jaren pogingen ondernomen voor meer blauw op straat door een uniforme werving, selectie en opleiding van kandidaat-agenten. In 2007 probeerden de Kamerleden Kuiken (PvdA) en Haverkamp (CDA) dat via een motie, die werd aangenomen, te regelen. Nog zeer recent schreef minister Opstelten een brief op poten aan de korpsbeheerders waarin hij opriep onmiddellijk te stoppen met regionale selectie-instrumenten. Allemaal zonder effect.

 

De Politieacademie in Apeldoorn selecteert op basis van nationale criteria, maar de zelfstandige korpsen doen dat werk met aanvullende eisen nog eens dunnetjes over. Het resultaat: de gemiddelde selectieratio is 1 op 13, maar uiteindelijk komt in sommige korpsen slechts 1 op de 52 kandidaten door de selectie. De ambitie van minister Opstelten om 1.500 extra agenten op straat te k rijgen, wordt daardoor een stuk ingewikkelder.

 

Met de komst van de Nationale Politie maakt Opstelten ook korte metten met de laatste pogingen van de korpsbeheerders om het beheer van de politie in eigen hand te houden. In 2006 slaagden de korpsbeheerders, onder wie Opstelten zelf (als burgemeester van Rotterdam), erin de Voorziening tot Samenwerking Politie Nederland (VtSPN) op te richten. Dat was hun antwoord op de pogingen van het toenmalige kabinet om de Nationale Politie in te voeren.

 

‘Die samenwerking heeft honderden miljoenen gekost, onder andere aan inhuur van externen. Het leverde een ICT-debacle op. Politieauto’s zouden gezamenlijk ingekocht worden. Er is 3 jaar geleden inderdaad gekozen voor één type surveillanceauto: de Volkswagen Touran. Maar doordat elk korps zijn eigen voertuigencommissie had, moest Volkswagen uiteindelijk 48 verschillende uitvoeringen leveren. De importeur is er gek van geworden. Met de komst van de Nationale Politie is dat gedonder hopelijk afgelopen’, vertelt een ingewijde.

 

De VtSPN kan dus samen met de korpsbeheerder en het Korpsbeheerdersberaad de prullenmand in. Regiokorpsen en korpsbeheerders hebben geen staven van soms wel 40 fte meer nodig. De Haagse staf van de chef van de Nationale Politie - oud- AIVD-baas Gerard Bouman - moet die taken van de korpsen gaan overnemen. Waar die overtollige stafmedewerkers van de 25 regionale korpsen en het Korps Landelijke Politiediensten ingezet worden, is onduidelijk.

 

Volgens Opstelten hoeven de huidige korpsbeheerders er niet rouwig om te zijn dat zij hun beheertaken kwijtraken. Ze krijgen meer tijd om die andere rol van het burgemeesterschap, die van lokale gezagsdrager voor de openbare orde en veiligheid, uit te oefenen. ‘Je wordt niet meer belast met discussie over de begroting van de politie, je hebt geen onzinnige d iscussies meer over aantallen fte’s en geen gedoe met ICT.’

 

Geen burgemeester die deze analyse betwistte op een recent burgemeesterscongres waar Opstelten tekst en uitleg gaf. Waar de burgemeesters zich zorgen over maken is hoe het straks in het nieuwe systeem allemaal gaat werken. Elke individuele burgemeester kan straks in de lokale driehoek met justitie en politie weliswaar het veiligheidsbeleid bepalen, maar gaat de minister niet op zijn stoel zitten, zoals de korpsbeheerder dat ook deed? En wat wordt de rol van de regioburgemeester?

 

De regioburgemeester is in de nieuwe politiewet een nieuw instituut. Er komen er straks tien, samenvallend met de tien politieregio’s (zie ‘Tien of elf politieregio’s’, pagina 8). De burgemeester van de grootste gemeente in de politieregio krijgt deze rol. De regioburgemeester wordt een soort mediator. Opstelten: ‘Als bijvoorbeeld Venlo in de politieregio Limburg extra politieagenten wil maar die niet krijgt, dan kan het zijn dat de burgemeester van Venlo zich daar niet bij neerlegt. Dan hakt de regioburgemeester de knoop door. Je mag aannemen dat de burgemeester van Maastricht, de regioburgemeester, het totale overzicht bewaakt. Als de burgemeester van Venlo het dan nog oneens is, kan hij een beroep doen op mij, de minister.’

 

Bezwaren dat de burgemeester van Maastricht ook de verantwoordelijkheid heeft dat er voldoende agenten in zijn eigen gemeente op straat zijn en dat hij dus een dubbele pet op heeft, worden door Opstelten als theoretische casuïstiek weggewuifd.

 

Trendbreuk

 

Opstelten mag dan luchthartig doen, tal van burgemeesters van grote en kleine gemeenten betwijfelen of zij straks hun taak als gezagsdrager nog goed kunnen uitoefenen. Zij vinden de Raad van State aan hun zijde. Het hoogste adviescollege van de regering oordeelt dat invoering van de Nationale Politie een trendbreuk betekent. ‘Het adagium “beheer volgt gezag” wordt verlaten. De slagvaardigheid van de politie op lokaal niveau is daarbij in het geding, omdat het lokaal gezag dreigt te worden uitgehold met het opzetten van één landelijke politie en een hiërarchisch vormgegeven beleidsplanning’, aldus de Raad van State.

 

Pieter Tops, hoogleraar bestuurskunde in Tilburg en lid van het college van bestuur van de Politieacademie: ‘Hoe je het ook wendt of keert, er zal een trek naar boven ontstaan. Het besliscentrum wordt Den Haag. Dat is de logica achter Nationale Politie.’

 

De grote zorg is dat de Tweede Kamer zich met elk lokaal incident gaat bemoeien, juist omdat de minister verantwoordelijk is voor het beheer van de politie. Volgens Opstelten zal hij de autonomie van de burgemeester niet uithollen. Dat de minister na incidenten met Marokkaanse jongeren in Gouda de burgemeester adviseerde om stadsmariniers in te zetten en dat hij na het schietincident in een winkelcentrum in Alphen aan den Rijn het beter vond als in elke gemeente scherper wordt gecontroleerd op wapens, doet Opstelten af als ministeriële kanttekeningen. ‘Ik heb in een jaar tijd nog geen fout gemaakt.’

 

Gemeenteraad

 

Raadsleden maken zich zorgen of de gemeenteraden straks nog wat te vertellen hebben over het lokale veiligheidsbeleid, zo blijkt uit onderzoek van de Stichting Politie en Wetenschap. Ook burgemeesters vinden dit een punt van zorg, volgens eerder onderzoek van Binnenlands Bestuur. De nieuwe Politiewet neemt die zorgen niet weg, vooral doordat straks in Den Haag wordt bepaald wat de (landelijke) prioriteiten van de politie zijn. De Kamer is er ook niet gerust op. De SP vreest dat de gemeenteraad straks niets te zeggen heeft. En zelfs de PVV, die de centralisering van de politie van harte toejuicht, vraagt zich af of de aanpak van wietplantages het beste vanuit Den Haag kan worden geregisseerd.

 

De Veldhovense burgemeester Jack Mikkers (VVD): ‘Raadsleden moeten agenten zien en kennen. Het is nu al moeilijk om een gesprek met de korpschef te krijgen. Nu zitten we met 28 gemeenten in een regio, straks met 41.’

 

Onder de nieuwe politiewet is de lokale politiezorg verzekerd: per 5 duizend inwoners is er een wijkagent. Mikkers: ‘Maar er zijn achterstandswijken waar ik wel vier agenten nodig heb. Ik wil de vrijheid hebben om dat mogelijk te maken. Bovendien, de aanpak van jeugdgroepen in Veldhoven is van een andere aard dan in Eindhoven of Den Bosch.’

 

Veel zal afhangen van de vraag welke prioriteiten doorslaggevend zijn, de landelijke van de minister of de lokale die door de raad worden vastgesteld. De Raad van State wijst in zijn advies op het risico dat landelijke prioriteiten dominant worden. De kans bestaat dat de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme meer aandacht krijgt dan lokale overlast. Het kabinet meent dat gemeenteraden door middel van een tijdige vaststelling van hun integrale veiligheidsplan de prioriteiten van de politie op regionaal niveau kunnen beïnvloeden.

 

Pieter Tops: ‘Ook nationale veiligheid begint lokaal. Momenteel is er vooral aandacht voor een versterking van de nationale sturing, en gegeven de ontwikkelingen in de afgelopen 10 jaar is dat niet onbegrijpelijk. Maar uiteindelijk gaat het om de samenhang.’ De oplossing voor lokale veiligheidsproblemen lijkt daarom gezocht te moeten worden in samenwerking.

 

Tops: ‘De politie en de gemeente, lees de burgemeester, zullen gemeenschappelijk moeten optrekken. Zij hebben een gemeenschappelijk belang tegen te sterke landelijke inmenging. Het kan daarbij helpen als de planningscyclus van onderaf wordt vormgegeven; door te starten met lokale veiligheidsplannen en van daaruit naar boven te gaan. De burgemeester zal zich nadrukkelijker moeten profileren op het lokale gezag over de politie, openbare orde en veiligheid. De politie zal moeten laten zien dat zij geworteld is in wijken en buurten. Raadsleden moeten goed opgeleid worden om in overleg met de politie te komen tot een kwalitatief goed veiligheidsplan. Als dat plan op orde is, ligt er een goede basis.’

 

Tops constateert dat ook het Openbaar Ministerie het belang van lokale politiezorg onderschrijft. ‘Ik zie steeds meer het besef bij het OM dat om de criminaliteit te snappen het belangrijk is dat de politie lokaal geworteld is. Ik heb er wel vertrouwen in dat Opstelten, gepokt en gemazeld in het lokaal bestuur, daarvoor als minister ook zal zorgen.’

 

Regionaal bondgenootschap

 

In ’s-Hertogenbosch hebben ze de boodschap van de invoering van de Nationale Politie goed begrepen: samenwerken in een regionaal bondgenootschap voor veiligheid. Een werkgroep met onder meer de gemeentesecretarissen van Den Bosch en Uden, de waarnemend korpschef van de politieregio Brabant-Noord en het hoofd van de afdeling Beleid en Strategie van het Arrondissementsparket in Den Bosch heeft de handen ineengeslagen. ‘We moeten meer als één overheid optreden’, vertelt werkgroepvoorzitter Irma Woestenberg, tevens gemeentesecretaris van ’s-Hertogenbosch. ‘Door de komst van de Nationale Politie moet de routine van werken toch worden gewijzigd. Het is cruciaal dat we een paar dingen samen gaan doen.

 

Welke dat zijn moeten we zorgvuldig kiezen. Te denken valt aan het bestrijden van wietteelt en het witwassen van crimineel geld. Criminaliteit houdt niet op bij de gemeentegrens.’ De samenwerking in de afgelopen 2 jaar van de integrale veiligheidsadviseurs van de twintig gemeenten is geevalueerd. ‘Er moet een tandje bij.

 

We moeten stevige afspraken maken over geld en capaciteit. Het gaat ons niet alleen om de cultuur van samenwerking, we willen het ook faciliteren. Dat kost 50 cent per inwoner. Dat lijkt weinig, maar voor Den Bosch is dat 70 duizend euro, in deze tijd van bezuinigingen veel geld.’

 

Woestenberg: ‘We hebben veel te winnen bij betere samenwerking van politie, gemeente en OM. Ieders capaciteit is beperkt. Door informatie en instrumenten bij elkaar te brengen, ben je als overheid veel effectiever.’ Een voorbeeld is de onderlinge afstemming van evenementenkalenders in de twintig Brabantse gemeenten.

 

‘We willen leuke dingen behouden, maar de last voor de politie wordt steeds groter. Dus zijn we er allemaal bij gebaat dat we grote evenementen beter plannen.’ En daar waar toch een tekort aan agenten is, hebben de gemeenten afgesproken om de eigen bijzondere opsporingsambtenaren (BOA’s) aan elkaar uit te lenen.

 

Frontlijn

 

De keuzes worden gemaakt, zo vertelt Woestenberg, in de lokale driehoek. Daarbij gaat het er niet om of de burgemeester wel of niet de baas is. ‘Het gaat er om dat we samen naar veiligheid kijken. In de driehoek moeten we ervoor zorgen dat professionals in de frontlijn de ruimte krijgen. Bij een bredere aanpak van de veiligheid heb je dan als gemeente niet genoeg aan de burgemeester, maar ook het commitment nodig van het voltallige hogere management: burgemeester, gemeentesecretaris, integrale gemeentelijke veiligheidsadviseur en ga zo maar door.’

 

Tops: ‘Het vakmanschap van de politie is er mee gediend dat zij met minder bureaucratie te maken krijgen. Je krijgt pas vitale coalities als je zorgt voor goede aanjagers en stevige politiek- bestuurlijke rugdekking. Zo is het in het bestuur, maar voor het uitoefenen van goed politiewerk is het niet anders.’


Tien of toch elf politieregio’s

In het wetsvoorstel voor de Nationale Politie is gekozen voor tien politieregio’s, aansluitend bij de herschikking van de justitiële kaart naar tien gerechtelijke regio’s. De bestuurders in politieregio Oost-Nederland (Overijssel en Gelderland) verzetten zich; zij willen een opsplitsing in twee regio’s. In de plannen wordt de burgemeester van Nijmegen de regioburgemeester voor de regio Oost-Nederland (Gelderland en Overijssel met grote steden als Apeldoorn, Arnhem, Zwolle en Enschede). Het verzet vindt weerklank in de Tweede Kamer, maar niet bij minister Opstelten. ‘De Tweede Kamer heeft destijds op voorstel van minister van Justitie Hirsch Ballin, die elf gerechtelijke regio’s wenste, er tien regio’s van gemaakt. Alleen de Partij van de Dieren was tegen.

 

De regio Oost is een product van de Tweede Kamer. Ik hou de Tweede Kamer aan zijn eigen uitspraken’, aldus Opstelten. De Raad van State hekelde de keuze voor tien politieregio’s. De Raad van State stelt vast dat de bestuurlijke drukte toeneemt. Naast de gemeente en de minister zijn er namelijk ook nog 25 veiligheidsregio’s, die het kabinet ongemoeid laat. In de veiligheidsregio werken gemeenten, politie, brandweer (sinds maart 2011) en geneeskundige verzorging samen ten behoeve van de rampen- en crisisbestrijding.

 

‘Bestuurders en ambtenaren zien zich genoodzaakt tijd en aandacht te besteden aan de activiteiten van anderen. Dat is een ondoelmatig gebruik van hun tijd. Bovendien kan de betrokkenheid van zoveel niveaus vertragend en complicerend werken’, aldus de Raad van State.

 

Volgens het kabinet is het niet nodig om de nieuwe politieregio’s te laten samenvallen met de veiligheidsregio’s. Het Kamerdebat over de Nationale Politie wordt naar verwachting in november gehouden. Vervolgens is de Eerste Kamer nog aan bod. Als dat niet voor 1 januari is gebeurd, wordt de invoering vermoedelijk uitgesteld met minimaal 6 maanden. 


Eerst tegen, toen voor

Minister Ivo Opstelten was als burgemeester van Rotterdam (1999-2009) tegen de invoering van de Nationale Politie. Als waarnemend burgemeester in Tilburg (2009-2010) maakte Opstelten naar eigen zeggen de draai. ‘Ik bespeurde dat we meer op inhoud samenwerkten. Daarom vroeg ik mij toen af of het de tijd was om het beheer af te zwaaien en ons te concentreren op het gezag, iets waar we als burgemeester echt goed in zijn.’

 

De rest is geschiedenis. De waarnemend Tilburgse burgemeester zorgde als partijvoorzitter van de VVD dat de Nationale Politie in het liberale verkiezingsprogramma werd opgenomen en speelde zijn rol als informateur in de kabinetsformatie waardoor centralisering van de politie in het regeerakkoord kwam.

 

De Nationale Politie heeft volgens Opstelten ook risico’s: verzelfstandiging van de politie en omvorming tot een justitiële politie, plus dat het lokale gezag over de openbare orde, dat bij de burgemeester ligt, wordt verzwakt.

 

Volgens Opstelten zorgt hij er als minister voor dat de politie geen kans krijgt een eigen koers te varen. ‘Het debat in de Tweede Kamer zal altijd met de minister worden gevoerd, niet met de politie.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Van onze partners