of 59232 LinkedIn

007 loert mee

Boudewijn Warbroek 2 reacties
Buitenlandse inlichtingendiensten zijn op alle mogelijke manieren actief in Nederland. De overheid vormt een geliefd doelwit van geheim agenten en andere spionnen. ‘Er is alle aanleiding om de alertheid te verhogen’, stelt AIVD-man Wil van Gemert.

Spionage? Spionage! Bestuurders en ambtenaren die toegang hebben tot staatsgeheime en andere gevoelige informatie zijn zich er volgens de AIVD vaak onvoldoende van bewust dat buitenlandse mogendheden hierin bovenmatig geïnteresseerd kunnen zijn. Deze onwetendheid beperkt zich niet tot het individu: overheidsorganisaties hebben zelf ook niet altijd genoeg aandacht voor de potentiële risico’s. ‘Het mag wel wat scherper’, zegt Wil van Gemert, directeur Binnenlandse Veiligheid van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.

 

Van Gemert vindt het hoog tijd om een misverstand uit de weg te ruimen: ‘Veel mensen en organisaties hebben het beeld dat spionage vooral iets is uit vervlogen tijden. De Koude Oorlog. Maar het is wel degelijk een actueel probleem, en daar zou men zich bewust van moeten zijn. Dan heb ik het niet alleen over digitale spionage. Ook de oude, klassieke patronen worden tot op de dag van vandaag toegepast. Daarom is er alle aanleiding om de alertheid te verhogen.’

 

De spionagepraktijken kunnen zich volgens Van Gemert voordoen op alle niveaus. ‘De inspanningen zijn niet altijd gericht op de hoogste ambtenaar. Inlichtingendiensten nemen vaak de tijd. Daardoor zie je gebeuren dat ze nu al investeren in iemand die over 5 of 10 jaar misschien over bepaalde informatie kan beschikken. Of ze richten zich op een persoon die de gewenste informatie kan leveren. Denk aan een secretaresse’, zegt Van Gemert (49), eerder directeur Recherche bij de KLPD en nu als directeur Binnenlandse Veiligheid bij de AIVD onder meer belast met terrorismebestrijding.

 

Geïnfecteerd

 

Buitenlandse inlichtingendiensten kunnen volgens de AIVD geïnteresseerd zijn in informatie op politiek, militair, economisch en technischwetenschappelijk terrein. China wist de afgelopen jaren via geïnfecteerde Word- en pdf-bestanden wereldwijd honderden computers te hacken van ambassades, ministeries en internationale instellingen. Via Nederland werd binnengedrongen bij het in België gevestigde Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE), het centrale commandocentrum van de militaire NAVO-troepen. Ook werden zeven computers van de Nederlandse stichting International Campaign for Tibet geinfecteerd via het zogeheten Ghost-Net.

 

Een land als Rusland heeft volgens de AIVD grote belangstelling voor inlichtingen over de NAVO, de technisch-wetenschappelijke sector, de defensie-industrie en de energiesector. Het is informatie die op departementen, maar soms ook in gemeentehuizen voorhanden is. De Russische geheime dienst is blijkens het AIVD-jaarverslag over 2008 ‘structureel aanwezig en actief in Europa, met inbegrip van Nederland’. Inlichtingenofficieren zouden onder meer deel uitmaken van ‘officiële Russische wetenschappelijke delegaties’, signaleert de AIVD.

 

China en Rusland zijn niet de enige mogendheden die Nederland als werkterrein hebben voor hun veiligheidsdiensten. In 2008 slaagde Marokko erin om via een Marokkaans- Nederlandse politieagent van het korps Rotterdam-Rijnmond toegang te krijgen tot geheime databestanden. Bij het korps Haaglanden bleek een Marokkaans-Nederlandse politievrijwilliger te zijn gerekruteerd.

 

De ministers Ter Horst van Binnenlandse Zaken en Verhagen van Buitenlandse Zaken maakten in een brief aan de Tweede Kamer gewag van ‘intimiderende’ praktijken van de Marokkaanse veiligheidsdienst. Marokko probeert volgens de AIVD zicht te houden op migrantengroepen omdat zich daarbinnen mogelijk oppositiegroeperingen bewegen die in het thuisland verboden zijn. Dit motief speelt ook voor andere mogendheden, zoals China, een rol.

 

Waar China, Rusland en Marokko expliciet worden genoemd, zijn volgens Van Gemert ook inlichtingendiensten uit andere landen in Nederland actief. De AIVD-man wil hierover echter geen verdere details geven, ‘om te voorkomen dat deze professionele tegenstanders te veel inzicht krijgen in kennis en kunde van de AIVD op het gebied van contraspionage’.

 

De waarschuwingen van de Nederlandse veiligheidsdienst staan niet op zichzelf. De Europese Commissie sloeg vorig voorjaar alarm: vertrouwelijke documenten dreigden steeds vaker in handen te vallen van derden, onder wie in Brussel actieve spionnen. ‘De dreiging van spionage neemt dagelijks toe. Verschillende landen, informatiezoekers, lobbyisten, journalisten, onderzoeksbureaus en andere partijen zoeken naar gevoelige en geheime informatie’, stond in een vertrouwelijke brief, die via de Frankfurter Allgemeine is uitgelekt.

 

Volgens de brief vormen spionnen van inlichtingendiensten in Brussel het grootste veiligheidsrisico. Europa had op dat moment al concrete ervaring met spionagepraktijken tot op het allerhoogste niveau. Begin 2003 was ontdekt dat in het gebouw van de Europese Raad afluisterapparatuur was aangebracht. Een vergaderzaal en delegatieruimten van het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland en Spanje bleken te zijn getapt. Het afluistersysteem was voorzien van uitgebreide bekabeling, en daarom vermoedelijk al tijdens de bouw van het pand, in 1995, geïnstalleerd.

 

Infiltranten

 

In Brussel zijn veiligheidsheidsbeambten zich er terdege van bewust dat inlichtingendiensten zo nodig ook infiltranten inzetten. Tegenover de nieuwssite EU Observer liet een woordvoerder van de Europese Commissie vorig jaar weten dat niet alleen journalisten dikwijls op zoek gaan naar geheime stukken: ‘Het kan ook die knappe stagiaire met het blonde haar en de lange benen zijn.’

 

Van Gemert herkent het beeld: inlichtingendiensten laten geen mogelijkheid onbenut om de door hen gewenste informatie te vergaren. Daarbij komt dat Nederland volgens hem een aantrekkelijk doelwit is, omdat er veel internationale organisaties zijn gevestigd, en ook omdat Nederland lid is van de Europese Unie en de NAVO.

 

De hoogontwikkelde kenniseconomie speelt eveneens een rol. Buitenlandse inlichtingendiensten zijn er volgens Van Gemert niet alleen op uit om informatie te vergaren. ‘Het kan ook gaan om beïnvloeding die op gespannen voet staat met de Nederlandse soevereiniteit. Ambassades kunnen bijvoorbeeld de instructie krijgen om op specifieke terreinen bestuurders te beïnvloeden. Dan krijg je discussie over de vraag wat het verschil is tussen lobbywerk en ongewenste beïnvloeding. Bij twijfel moet je je afvragen of de dingen in verhouding staan tot elkaar. Als een diplomaat aan een plaatselijke bestuurder vraagt om een demonstratie te verbieden, ga je een grens over. En we kennen voorbeelden waarbij druk is uitgeoefend om een film niet te vertonen of een expositie niet te laten doorgaan.’

 

Alert

 

Om de alertheid bij potentiële slachtoffers van spionage te vergroten, heeft de AIVD onlangs drie nieuwe informatiebrochures uitgebracht: één over digitale spionage, één over de risico’s van buitenlandse reizen en één over spionage in het algemeen. Overheidsfunctionarissen behoren nadrukkelijk tot de doelgroep.

 

Van Gemert: ‘We hebben die brochures gemaakt in de hoop dat mensen zich meer bewust worden van de risico’s die ze lopen. We willen het moment dat ze hierover nadenken, zo ver mogelijk naar voren halen. Wij vinden het echt nodig om de awareness te verhogen. Vraag je bijvoorbeeld af hoe bepaalde contacten ontstaan op buitenlandse dienstreizen. En wees erop bedacht dat een usb-stick die je meekrijgt na een bezoek aan een congres, een trojan horse kan bevatten.’

 

Met gespecialiseerde apparatuur kunnen ongewenste bestanden of programma’s op gegevensdragers worden gedetecteerd. Van Gemert zegt niet te weten of departementen en andere overheidsinstellingen over dergelijke apparatuur beschikken. ‘Wij gaan natuurlijk niet over de uitvoering van het veiligheidsbeleid, maar de aandacht zou zonder meer scherper kunnen’, zegt hij in dit verband.

 

Ontwikkelingen en trends op het gebied van spionage en andere veiligheidsrisico’s, worden periodiek besproken met beveiligingsambtenaren van de ministeries. ‘Daarnaast brengen we gerichte adviezen uit, bijvoorbeeld over de vraag of Blackberry’s geschikt zijn voor het overdragen van staatsgeheime informatie. Ook rapporteren we over patronen die we zien naar aanleiding van onderzoek dat we hebben gedaan.’

 

Cryptosleutels

 

De AIVD beoordeelt verder of apparatuur waarmee geheime overheidsinformatie wordt verstuurd, bestand is tegen hacken. Voor elektronische verbindingen tussen bijvoorbeeld Nederlandse ambassades en het thuisland levert de dienst speciale codes. Deze zogeheten cryptosleutels moeten ongewenst meekijken voorkomen. Van Gemert geeft toe dat computersystemen en -verbindingen nooit volledig kunnen worden beveiligd. ‘Het is niet altijd te voorkomen dat iemand een e-mail ontvangt die vertrouwd lijkt, dat de virusscanner niet voldoende up-to-date is, en dat de ontvanger de bijlage openklikt. We leven nu eenmaal in een digitale wereld, waarin de contacten veel diverser zijn dan vroeger. De menselijke factor blijft daarom van groot belang.’

 

Hoewel digitale spionage sterk in opmars is, zal de klassieke wijze van informatie vergaren volgens Van Gemert nooit verdwijnen. ‘Je kan wel gaan stofzuigen in een computer, maar dan moet je altijd nog maar zien wat het oplevert. Het is daarom de vraag hoe effectief dat is. Mensen zijn vaak een veel waardevollere bron, omdat je hun gerichte vragen kunt stellen. Bovendien kunnen mensen informatie in hun hoofd hebben die voor een inlichtingendienst misschien wel belangrijker is dan de inhoud van menig geheim document.’

 

'Scherpe keuzes'

 

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) kan uitsluitend bezuinigen op ‘operationele activiteiten’. Andere mogelijkheden tot kostenbesparingen zijn er binnen de dienst niet, zegt Wil van Gemert. De directeur Binnenlandse Veiligheid volgt de actuele ontwikkelingen en discussies rond overheidsbezuinigingen op de voet. Als de AIVD 20 procent van zijn budget zou moeten inleveren, dan moeten er volgens hem scherpe keuzes worden gemaakt.

 

‘We kunnen dan bijvoorbeeld minder veiligheidsonderzoeken voor vertrouwensfunctionarissen uitvoeren. Of we gaan minder aandacht besteden aan de activiteiten van buitenlandse inlichtingendiensten in Nederland.’ Volgens Van Gemert bestaat 70 à 75 procent van de AIVD-begroting uit directe personeelskosten. Na de terroristische aanslagen in New York op 11 september 2001 en in Madrid in maart 2004 maakte de Nederlandse veiligheidsdienst een forse groei door. De formatie verdubbelde bijna, van 750 naar 1400 fte. De dienst mag doorgroeien tot 1500 fte. De AIVD heeft in 2009 een reorganisatie afgerond die was bedoeld om de efficiency te verbeteren. De geheime dienst werkt met een jaarbegroting van om en nabij de 175 miljoen euro.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door vankaas op
Jammer dat wat Marokko betreft niet duidelijk wordt gezegd dat het land een ander land, West-Sahara, illegaal heeft geannexeerd en dat de Marokkaanse spionage activiteiten zich met name op dat punt richten.

Door Sectie Stiekum (netto betaler) op
Waarom schiet ik bij dergelijke berichten toch altijd spontaan in de lach ? Mannen in regenjas en met gleufhoed die geen eelco- of rijkmanboef weten te traceren maar wel steeds een nieuwe dreiging verzinnen om aan het werk te blijven. Net als die van de nato ons ooit waarschuwden voor het rode gevaar, terwijl de Lada's nauwelijk de Poolse grens haalden.
Ja, je moet wat doen voor de kost den ik, terwijl ik kramp in m'n nek krijg van het over m'n schouder kijken.

Vacatures

Van onze partners