of 59054 LinkedIn

Omgevingswet verdeelt griffiers

Auke ten Hoeve Reageer

De reacties van de griffiers lijken uiteen te lopen omtrent de omgevingswet. Aan de ene kant griffiers die hameren op ‘meer raad’, aan de andere kant griffiers die wijzen op ‘meer burger’. Groter kan de tegenstelling binnen deze beroepsgroep niet zijn. Of, vullen zij elkaar aan?

Met ‘meer raad’ lijkt deze groep griffiers in te gaan tegen de politiek-bestuurlijke mores. Vanaf het begin van deze eeuw wordt meer-en-meer ingezet op de eigen kracht van burgers en dat burgers onderling problemen kunnen oplossen. Er is hiervoor geen overheid en dus geen politieke ambtsdrager nodig. Deze groep griffiers pleit voor een versterking van de positie van de gemeenteraad binnen de beoogde omgevingswet. Zij geven aan dat de raad alleen een visie vooraf mag vaststellen en de raad daarna buiten spel zou staan daar het dan alleen om collegebevoegdheden gaat. Ook voor het traject daarna en vanwege deze collegebevoegdheden wordt door hen een kanbepaling in de nieuwe wet wenselijk geacht en kan de raad dan ook interveniëren, als hij dat nodig acht.

 

‘Meer burger’ wil zeggen, dat de rol van de raad juist wordt teruggedrongen en alle ruimte aan burgers wordt gegeven. Deze griffiers gaan verder dan wat het politiek bestuur beoogt met de omgevingswet. Namelijk, de rol van de raad inderdaad beperken tot het begin van het proces, maar ook geen visie laten vaststellen, alleen maar toestemming geven dat binnen een bepaald gebied in de gemeente de bewoners daarmee aan de slag gaan. Bij voorbaat wordt al door de raad ‘ja’ gezegd tegen de uitkomst daarvan.

 

De achterliggende gedachte hierbij is de negatieve ervaring met de bemoeienis van een gemeenteraad bij het eindresultaat van een proces met bewoners. Hierdoor haken burgers af onder de noemer ‘waar hebben wij dit allemaal voor gedaan als de raad dit toch overruled?’. De volgende keer zijn bewoners niet meer te mobiliseren. Zie hier de beruchte kloof tussen bestuur en samenleving.

 

Los van deze tegenstelling geeft een deel van de griffiers aan dat – in het algemeen – in een wet niets geregeld hoeft te worden als het gaat om de positie van de gemeenteraad binnen een te doorlopen proces. Immers, staatsrechtelijk gezien, heeft de raad al alle ruimte om interventies te plegen. Geen enkele wet kan dat tegenhouden. Met andere woorden, het is niet nodig om in elke wet iedere keer deze staatsrechtelijke positie weer te verankeren. Dat juridifiseert het politieke proces en haalt de dynamiek uit dat proces weg. Raadsleden kunnen op willekeurige momenten alles aan de orde stellen, door middel van vragen, interpellaties, spoeddebatten en moties. Hun machtigste wapen is een portefeuillehouder wegsturen.


Een beetje college houdt wel degelijk rekening met de raad, daar is geen wet voor nodig. Dat er griffiers zijn die gaan voor ‘meer raad’ is begrijpelijk als zij te maken hebben met een gemeenteraad die sterk collegegericht is. Maar dat is een politieke keuze en is iets wat ook aan het lokale bestuur mag en kan worden overgelaten, dat wordt niet door een griffier bepaald.

 

Al in 2003 is door de toenmalige griffier van Stadskanaal gewezen op de mogelijkheid van Procedure majeure projecten, analoog aan die van de Tweede Kamer. Dat had toen nog vooral betrekking op grote infrastructurele projecten, maar is evenzeer bruikbaar bij grote uitbreidingsplannen en zware beleidsonderwerpen met een groot maatschappelijke impact, zoals recent de decentralisaties binnen het sociaal domein of het sluiten van voorzieningen vanwege het krimpvraagstuk. Hiermee kan de raad, los van welke wet dan ook, al aangegeven hoe de raad gaat opereren en vooral de vinger aan de pols kan houden, zowel financieel als inhoudelijk als procesmatig. Namelijk, een speciale raadscommissie instellen gedurende dat ene majeure project die de raad gevraagd en ongevraagd adviseert en rapporteert.

 

Het is opvallend dat sindsdien gemeenteraden deze kans niet hebben benut en griffiers dit niet hebben geadviseerd. Deze mogelijkheid kon zowel toen als nu als in de nabijheid bij regelgeving, ook op het gebied van ruimtelijk beleid. Met een dergelijk instrument is ook de positie van de raad geborgd ten aanzien van processen ingevolge de beoogde omgevingswet.

 

Het is dan ‘meer burger’. Alleen daar waar het om majeure projecten gaat, is het tegelijk ‘meer raad’. Wat majeur is, is niet in een wet te regelen en ook niet nodig. Dat kan aan het lokaal bestuur worden overgelaten. Dat sluit aan op de opstelling in ‘Den Haag’, te weten lokaal maatwerk. De kanbepaling waarvoor wordt gepleit hebben de gemeenteraden zelf in de hand vanuit hun staatsrechtelijke positie door lokaal hun eigen proces te organiseren.

 

Auke ten Hoeve was bij meerdere gemeenten werkzaam als griffier.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.