Overlast probleemkinderen via ouders aangepakt
Dat schrijven de ministers Hirsch Ballin van Justitie en Rouvoet voor Jeugd en Gezin in hun actieplan ‘Overlast door 12-minners’.
Incidenten
‘Deze aanpak is hard nodig, het is precies waar ik gemeenteraadsvragen over heb gesteld,’ zegt het Haagse VVD-gemeenteraadslid Arjen Lakerveld. Afgelopen week stelde hij schriftelijke vragen over de aanpak van jeugdige overlast. ‘Aanleiding waren enkele incidenten in Den Haag waarbij jongeren overlast of crimineel gedrag vertoonden. Zo was er de gefilmde bedreiging van een jongen op een scooter waarvan het filmpje op internet circuleert.’
IMAR-gelden
Lakerveld koppelt dat incident aan een discussie over zogenoemde IMAR-gelden, specifiek geld van het Rijk dat de grote steden kunnen gebruiken bij de aanpak van Marokkaanse jongeren. De Haagse VVD vraagt zich af of dat geld niet beter besteed kan worden aan het regulier jeugdwerk. ‘Het jeugdwerk in Den Haag werkt goed. Jongeren worden op straat aangesproken, ze krijgen een leertraject aangeboden zodat ze in het vizier blijven, dat werkt echt. Je kunt je afvragen of het dan zinnig is om allerlei stichtingen vanuit belangenorganisaties het werk van jeugdwerk te laten doen. Ik denk dat dat niet nodig is.’
Narigheid
Maar volgens Lakerveld worden de ‘jongeren met narigheid’ steeds jonger. Voor die jongste groep, de zogenoemde twaalfminners, komt kabinet met een andere aanpak. De huidige STOP-reactie, de maatregel die wordt opgelegd wanneer een twaalfminner zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, wordt vervangen door ‘interventies’ waarbij de ouders op een actieve manier betrokken worden bij de problematiek.
Kans
Het gaat om kinderen die de samenleving veel overlast verzorgen, maar het kabinet schrijft dat het ook de bedoeling is om de kinderen en hun ouders zelf te helpen. Hoewel door de leeftijd geen strafrechtelijke maatregelen mogelijk zijn, ziet het kabinet de jeugdige leeftijd als ‘kans’. ‘Naarmate de kinderen jonger zijn, blijken zij namelijk veel ontvankelijker dan oudere minderjarigen voor invloeden die hen kunnen beschermen tegen ongewenste ontwikkelingen.’
Effectief
Het plan van aanpak noemt enkele voorbeelden van ‘effectieve interventies’. Zo zou het project Big Brothers Big Sisters ‘bewezen’ beter werken dan het straffen van kinderen. Het project biedt ondersteuning via een vrijwilliger die een vertrouwensrelatie met het kind opbouwt.
Hoe groot de groep probleemkinderen in Den Haag is, weet gemeenteraadslid Arjen Lakerveld niet. Ook het kabinet schrijft dat er ook landelijk geen betrouwbare cijfers over die groep zijn.


