of 59045 LinkedIn

Catastrofe (nieuw)bouw scholen afwenden

Machiel Karels en Willem Adriaanssen 1 reactie

Vanaf 1 januari 2015 is de energieprestatie-eis (EPC) voor nieuw te bouwen scholen met bijna 50 procent aangescherpt. Dat kost geld. Alle reden om de normvergoeding positief te indexeren.

Jaarlijks wordt de normvergoeding voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding gepubliceerd door het ministerie. Voor 2015 is deze opnieuw negatief geïndexeerd met 3,1 procent – sinds 2007 zelfs al met 9 procent.
 

Een analyse van DWA naar de ontwikkeling van de normvergoeding en de stichtingskosten tussen 2011 en 2014 voor het primair onderwijs stemt droevig. Daar waar in 2011 nog een 'Bouwbesluit-school' kon worden gebouwd van het door de rijksoverheid berekende budget, is dat in 2015 vrijwel onmogelijk met de EPC-aanscherping. De verschillen tussen normvergoeding en stichtingskosten lopen op tot boven de 200 euro per vierkante meter als gevolg van enerzijds de stijgende bouwkosten en anderzijds de dalende normvergoedingen. En dat voor een 'Bouwbesluit-school’, waar noodzakelijkerwijs geen aandacht kan worden gegeven aan Frisse Scholen-eisen ten aanzien van goede ventilatie, verwarming, koeling, verlichting en akoestiek. Wil een school daar wel in investeren, dan kan het verschil oplopen tot wel 400 euro per vierkante meter.

 

Al jaren wordt er door vrijwel alle stakeholders die actief zijn in onderwijshuisvesting gepleit voor een positieve aanpassing van de normbedragen, omdat deze onvoldoende zijn om een maatschappelijk verantwoorde duurzame school te bouwen. Er zijn allerlei initiatieven geweest om de magere bouwkwaliteit van bestaande en nieuwe scholen te verbeteren, zoals het Frisse Scholenprogramma. Zo’n kwaliteitsverbetering is hard nodig om leerlingen en onderwijzend personeel te faciliteren en leer-werkomstandigheden te geven om optimaal te functioneren. Het financieel haalbaar maken van deze kwaliteitsslag wordt echter vrijwel onmogelijk. Veel gemeenten houden vast aan de rekenmethodiek van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) voor de normvergoeding.

Gelukkig zijn er ook positieve uitzonderingen, zoals in Amsterdam, Utrecht en Heerhugowaard, maar veelal wordt de VNG-rekenmethodiek gehanteerd als een standaard, waarbij gemeenten ook nog verwachten dat er allerlei extra's en duurzame maatregelen uit gerealiseerd worden. Ook worden scholen regelmatig gevraagd een bijdrage in de stichtingskosten te leveren, omwille van beter exploiteerbare huisvesting. Scholen kampen echter structureel met tekorten op de budgetten voor onderhoud en energie, zoals blijkt uit de benchmarkonderzoeken van HEVO. Daardoor is er helemaal geen ruimte om mee te investeren. Die problemen worden alleen maar groter, doordat de exploitatiebudgetten niet zijn afgestemd op de veel installatie-intensievere gebouwen die nodig zijn om de Frisse Scholen-eisen en actuele bouwbesluiteisen te realiseren. De grenzen van slimmer organiseren, ontwerpen, bouwen en financieren zijn bij de huidige financiële kaders meer dan bereikt.

 

Nu per 1 januari ook het buitenonderhoud van basisscholen bij schoolbesturen is komen liggen, rijst de vraag of de extra EPC-aanscherping wel het gewenste effect heeft. De algehele kwaliteit van de onderwijshuisvesting en het langdurig exploiteren van een duurzaam schoolgebouw staan op de tocht. Een EPC-aanscherping is dan ook alleen verantwoord wanneer de totale exploitatiekosten (energie én onderhoud en schoonmaak) navenant zullen afnemen en de normkosten positief worden geïndexeerd. Het is tijd voor boter bij de vis, overheid: investeer in de kwaliteit van onderwijs door normvergoeding te baseren op een duurzaam te exploiteren school.

 

Machiel Karels, DWA en Willem Adriaanssen, HEVO 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door theo Boode (huisvestingsadviseur en projectmanager) op
Prima artikel heren. Jullie volgen ook vast de discussies (en mijn bijdragen) in de Linkedin Groep Onderwijshuisvesting. Doorgaan met kritisch blijven op dit slechte beleid in de diverse gremia en platforms.