of 59045 LinkedIn

Kindermishandeling: wat kunnen gemeenten doen?

Erik Ott en Martine Borgdorff 1 reactie

In de Week tegen Kindermishandeling (14 t/m 20 november) wordt landelijk aandacht gevraagd voor kinderen die te maken hebben met mishandeling en misbruik. Gemeenten zetten vaak in op hulpverlening voor het gezin. Maar is dat ook waar kinderen om vragen?

De Kindertelefoon spreekt per jaar met duizenden kinderen, óók met kinderen en jongeren die worden mishandeld of misbruikt. Vorig jaar registreerden we 12.257 gesprekken over mishandeling, variërend van verwaarlozing en huiselijk geweld tot verkrachting en stalking. Dit aantal maakte 6 procent uit van het totaal aantal geregistreerde gesprekken in 2015.

 

In de gesprekken merken we dat kinderen het moeilijk vinden om over mishandeling te praten. Uit schaamte, maar vooral uit angst dat er dan direct hulpverlening in het gezin komt waarvan zij de gevolgen niet kunnen overzien. Die onzekerheid zorgt voor angst. De Kindertelefoon is vaak de eerste, voorzichtige stap voor een mishandeld kind om zijn verhaal te doen.
 

Kinderen durven ons te bellen of te chatten omdat het anoniem en vertrouwelijk is. De Kindertelefoon luistert en helpt het kind om zoveel mogelijk zelf zijn problemen op te lossen. De wens van het kind is daarbij leidend: we schakelen geen hulpverlening in als een kind dat niet uitdrukkelijk zelf wil.

 

De Kindertelefoon vervult zo een belangrijke rol voor kinderen in een mishandelingssituatie. Sinds de transitie in de Jeugdzorg in 2015 vormen we een zelfstandige stichting die wordt gefinancierd door de VNG. Toch weten nog veel ambtenaren en lokale bestuurders onvoldoende dat óók de kinderen en jongeren in hun gemeente via De Kindertelefoon zelf kunnen werken aan een betere (thuis)situatie.
 

De Kindertelefoon luistert, maar is geen hulpverlener. Sinds 2008 is het wel mogelijk om samen met een kind een procedure te starten die in ernstige situaties verdergaande hulp mogelijk maakt. We kunnen met uitdrukkelijke toestemming van het kind actief verwijzen naar Veilig Thuis. We brengen dan een telefonisch 3-gesprek tot stand met het kind, De Kindertelefoon en Veilig Thuis. In de praktijk blijkt de drempel naar Veilig Thuis hoog. Kinderen zijn bang voor de gevolgen van een interventie, óók als ze graag willen dat er wordt ingegrepen. Ze maken zich zorgen dat dan één van de ouders uit huis moet of dat het gezin uit elkaar valt. Dat maakt kinderen extra bang en onzeker.

 

Ondanks de terechte oproep in deze Week tegen Kindermishandeling aan omstanders om niet weg te kijken maar hulpverlening in te schakelen, is dat niet altijd de eerste stap voor een kind. Minstens zo belangrijk is daarom aandacht voor het verhaal van het kind zelf. Daar hebben ze een informele, veilige plek voor nodig, waar ze in vertrouwen hun mogelijkheden kunnen verkennen.
 

Met De Kindertelefoon hebben alle kinderen in Nederland toegang tot zo’n veilig plek. Soms zelfs zonder het zelf te weten, hebben alle gemeenten in Nederland hiermee een uniek jeugdzorg-instrument in handen.

 

Erik Ott is directeur-bestuurder van stichting De Kindertelefoon

Martine Borgdorff is beleidsmedewerker bij stichting De Kindertelefoon

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Rik van Beijma op
Blijf publiceren over jullie ervaring aan de telefoon met kinderen die willen praten over kindermishandeling. Er zijn in gemeenten mensen die in verband met de decentralisaties nu veel directer met kindermishandeling te maken krijgen. Help ze het probleem te onderkennen, er over te praten en te handelen zodra dat kan.