of 59045 LinkedIn

Relativeer kaders, geef richting

Corinne Arnold en Carien Verhoeff 1 reactie

Kunnen gemeenten de decentralisaties wel aan? Voor de gemeenteraadsverkiezingen was het vrij schieten op de kwaliteit van gemeenteraadsleden. Samenwerkingsverbanden werden afgeschreven als niet democratisch en colleges zouden klem zitten tussen verwachtingen en bezuinigingen. Tot 19 maart was de boodschap: dit wordt chaos. Daarna viel het stil. De raden zijn geïnstalleerd en de colleges beëdigd. Nieuwe scepsis komt nu van het SCP, de samenleving is nog niet klaar voor de grote decentralisaties.

De tragiek is dat het niet uitmaakt of de samenleving klaar is of niet, het Rijk ligt op koers, de Rijksbezuinigingen zijn ingeboekt, en de decentralisaties gaan er komen. De grote en enige opgave is dan ook hoe gemeentes zich daar op voorbereiden. De meeste gemeentes zoeken de oplossing voor het nieuwe uitgebreide takenpakket verlengd lokaal bestuur, in samenwerkingsverbanden en in aansturing van regionale instellingen zoals bijvoorbeeld gemeenschappelijke jeugdzorg. Critici zien de bui al hangen: samenwerken gaat over gemeentegrenzen heen, daardoor verliezen gemeentes autonomie en dus ontstaat er een democratisch tekort. 


Dit is een waterdichte redenering, zolang gemeenteraden en colleges hun rol uitvoeren zoals zij dat nu over het algemeen doen en beleid, het overgrote deel van de beleidskeuzes geven zij uit handen aan samenwerkingsverbanden. Sturing komt met een “ vierjarig kadernota”. En twee keer per jaar, bij de begroting en de jaarrekening krijgen de samenwerkingsverbanden een plek op de raadsagenda.

Om als gemeentebestuur het beste voor de eigen gemeenschap te halen uit een gemeenschappelijke regeling, moeten raad en college allereerst weten wat zij eruit willen halen. Daarvoor is een visie op de gemeente nodig en een richting hoe bij de stip op de horizon te komen. Dat is beslist iets anders dan een ‘kader’.  

Kaders zijn in de meeste gevallen een vrijbrief voor de wethouder om naar bevind van zaken te handelen. Visie en richting vragen om een continu gesprek tussen raad-college en samenleving over de koers. De decentralisaties zijn onderwerpen die iedereen aangaan. En die sneller veranderen dan in een kadernota voor vier jaar kan worden voorzien. De samenleving houdt zich niet aan een vierjarige begrotingscyclus. Raadsleden zullen dus vier jaar lang keuzes moeten maken, over de eigen gemeente en over de gemeenschappelijke regelingen.  

Samenwerkingsverbanden zijn instrumenteel aan de richting (en bij voorkeur geen obstakel of tegenstroom). Om voor de juiste richting het maximale uit een samenwerkingsverband halen, betekent dat dat Raadsleden weten wat er speelt in hun gemeente. Wat leeft er, bij wie, wanneer en waarom. Interesse van raadsleden in de medebewoners is voorwaarde om de problematiek scherp te krijgen. Hoorzittingen en werkbezoeken met gevestigde, maar vooral ook met niet-gevestigde belanghebbende partijen, helpen om zicht te krijgen op lokale vraagstukken, de noodzakelijke antwoorden en de rol die de gemeentelijke overheid, en het samenwerkingsverband daarbij kan of moet spelen.

In plaats van een gemeenschappelijke regeling over te laten aan het college, komen de samenwerkingsverbanden hoog op de raadsagenda. Want gebruiken raadsleden hun taken en mogelijkheden, dan zijn raadsleden (eindelijk) echt aan zet. ‘Wij gaan daar niet over’ maakt plaats voor ‘Wij gaan over de gemeente, dus vinden er wat van…’.  

Aan het college om goed te besturen. Aan de raadsleden om richting te geven. Niet meer door ‘kaders te stellen’ en ‘te controleren’. Maar om als compleet raadslid (vaardigheden, kennis en persoonlijkheid) richting te geven aan ambities van de samenleving waarvan raadsleden zelf deel uitmaken, die zij kennen en liefhebben. Niet om de rol van het college over te nemen, maar het college positie te geven in hún werk in de intergemeentelijke samenwerking. De vraagstukken zijn groot, de budgetten zijn klein. Daar is richting voor nodig, geen kader.  

Corinne Arnold. politicoloog, bestuursadviseur en oud griffier en Carien Verhoeff,  bestuursadviseur en onderzoeker

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Krijn van Rijn (zelfstandig communicatiestrateeg, woordvoerder en mediatrainer ) op
De auteurs slaan naar mijn mening de spijker op zijn kop. Weet wat je als gemeente(n) wilt. Weet als raadsleden wat er echt omgaat in de gemeente en wat betrokken burgers verwachten en zelf kunnen doen. Dat pleit voor een actieve communicatie en interactieve vormgeving van het sociaal domein door gemeenten. Gaan zij dat doen? Ik ben benieuwd....