of 58959 LinkedIn

Vreemd: wel zorgindicatie, geen gebruik

In de Bollenstreek schrikt men zich een hoedje als uit conceptcijfers zich langzaam maar zeker begint af te tekenen dat het voor 2015 begrote geld voor zorg voor liefst een kwart op de plank blijft liggen. De uitgaven voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) blijken 5,5 miljoen euro lager dan begroot. De intergemeentelijke sociale dienst van de gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout en Teylingen – ISD Bollenstreek – besluit daarop een onderzoek te doen naar de onderbenutting van de Wmo-uitgaven.

Gemeenten houden flink geld over op de budgetten voor de Wmo. De eerste onderzoeken wijzen uit wat één van de hoofdoorzaken is: veel cliënten verzilveren hun ontvangen indicaties niet of niet volledig. Of ze declareren bij de verkeerde partij.

Administratieve mismatch

In de Bollenstreek schrikt men zich een hoedje als uit conceptcijfers zich langzaam maar zeker begint af te tekenen dat het voor 2015 begrote geld voor zorg voor liefst een kwart op de plank blijft liggen. De uitgaven voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) blijken 5,5 miljoen euro lager dan begroot. De intergemeentelijke sociale dienst van de gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout en Teylingen – ISD Bollenstreek – besluit daarop een onderzoek te doen naar de onderbenutting van de Wmo-uitgaven.

Dat onderzoek, uitgevoerd door APE Public Economics, is nu klaar en zorgt voor grote opluchting bij de lokale bestuurders. Want bij alle vragen die nog blijven, is één ding duidelijk: verreweg de meeste Wmo-klanten hebben de zorg ontvangen die voor hen nodig was. ‘De eigen bijdrage is geen reden geweest om af te zien van zorg’, meldt de ISD in een persbericht. ‘Slechts 2 procent neemt de zorg niet af door de eigen bijdrage. Percentage zorg mijden is 1 procent.’

Niet actueel
Met name om zeker te weten dat klanten de zorg hebben ontvangen die voor hen nodig is, heeft de ISD het onderzoek laten doen. Voor het onderzoek werden 249 mensen geënquêteerd die minder dan 60 procent van de toegekende zorg (indicatie) gebruiken. Onderzocht is wat de redenen waren om een indicatie niet of niet volledig te ver- zilveren. Iemand heeft bijvoorbeeld een indicatie voor 8 uur per week, maar neemt in de praktijk 4 uur per week zorg af.

Dat voorbeeld komt dicht in de buurt van de werkelijkheid in de Bollenstreek. De totale verzilveringsgraad blijkt namelijk in die specifieke groep op net iets meer dan 50 procent te liggen, hetgeen betekent dat van het op basis van de indicaties begrote budget maar voor de helft aan zorg bij de ISD is gedeclareerd.

De lage verzilvering heeft volgens APE-directeur Leo Aarts diverse oorzaken. Zo blijkt in een deel van de gevallen dat de indicatie, die mensen tijdens een keukentafelgesprek hebben gekregen, niet meer nodig is. ‘Ze zijn door ziekte of andere persoonlijke omstandigheden niet in staat de toegewezen zorg volledig te consumeren, ze zijn in het ziekenhuis beland, krijgen de benodigde zorg van een andere instantie of zijn overleden’, aldus Aarts. ‘En sommige cliënten geven aan dat de zorg inmiddels niet meer nodig is.’ Met andere woorden, de zorgindicaties zijn niet actueel.

Ook komt niet alle geleverde zorg in de boeken van ISD Bollenstreek terecht. Deels ligt dat aan het feit dat nog niet alle facturen, van in het systeem bekende aanbieders, door ISD Bollenstreek zijn verwerkt. Deels komt het doordat het CIZ voor een groot aantal zogeheten overgangscliënten uitsluitend de indicaties heeft overgedragen en geen gegevens over de zorgaanbieders heeft verstrekt. Aarts spreekt van een administratief fenomeen. Een groot deel van deze cliënten, zo blijkt uit de enquête, ontvangt namelijk wel degelijk zorg.

Budgetrecht raad
Vreemd? Nee, hoor. Wat er in de Bollenstreek gebeurt, gebeurt ook in andere gemeenten. Frank en Florence Versteegen onderzochten het voor een middelgrote gemeente – ‘nee, geen namen’ – in Overijssel. ‘Daar kwamen we tegen dat het daadwerkelijk gebruik van zorg na het afgeven van een beschikking op 65 procent lag. Een flink gat dus tussen wat tijdens keukentafelgesprekken aan zorgbehoefte is geïndiceerd en wat er uiteindelijk door zorgverleners is gedeclareerd. Dat is raar’, zegt financieel adviseur Frank Versteegen.

‘Wat het mij zegt? Nou, in elk geval dat bij de keukentafelgesprekken de toetsing van de zorgvraag niet adequaat is. Dat is erg, want in de gemeentelijke begroting wordt daardoor te veel geld voor zorg gereserveerd. Geld dat ook voor andere dingen had kunnen worden gebruikt. En op het moment dat duidelijk wordt dat er veel overblijft, eind van het jaar, kun je er niets meer mee in de najaarsnota. Pas een half jaar later, bij de jaarrekening, krijgt de gemeenteraad de informatie en kunnen ze van hun budgetrecht gebruikmaken.’

Wat zou helpen, is als het college – en de raad – veel eerder over informatie van de zorguitgaven kan beschikken. Versteegen heeft een tool ontwikkeld – de WMOmonitor – die voor iedere afnemer rechtstreeks te benaderen is via de portal van MAC-4all. Het systeem verstrekt real time-informatie per cliënt, per BSN-nummer, per wijk, per zorgverlener et cetera.

‘Het geeft de mogelijkheid elk moment van de dag te zien hoeveel zorg er effectief is geleverd, afgezet tegen de indicaties. Dat is handige informatie voor de afdeling inkoop: als er veel minder zorg wordt verleend dan geïndiceerd, dan kan dat aanleiding zijn om de contracten voor volgend jaar aan te passen’, zegt hij.

Het systeem geeft eveneens inzicht in het feit of de facturen binnen zijn dan wel zijn betaald. En wat dat laatste betreft: je kunt ook checken of er wordt gefactureerd conform de afgesproken tarieven. ‘Je wilt niet weten hoe vaak daarvan wordt afgeweken’, bezweert Versteegen. ‘Staat er 48 euro per uur in het contract, wordt er 58 euro gedeclareerd. En betaalt.’

Vervelende consequenties
Uit beide onderzoeken blijkt dat het financieel verschil tussen de indicaties en de uitgaven in belangrijke mate moet worden gezocht in de overdracht van de budgetten en gegevensbestanden naar de gemeenten vanaf 1 januari 2015. Veel gemeenten baseren de begroting op cijfers die ze bij de overgang van de Awbz naar de Wmo van het rijk heeft ontvangen.

Een administratief systeem dat zowel tijdige als juiste informatie geeft over de gegevensbestanden lijkt, gezien de grote bedragen die met de zorg zijn gemoeid, geen overbodige luxe. ‘Vanuit het perspectief van de gemeente is het heel belangrijk dat je je cliënten goed in het systeem hebt zitten’, zegt Aarts. Iets anders is of op basis van de geconstateerde Wmo-overschotten meteen nieuw gemeentelijk beleid moet worden gemaakt.

Daarvoor is volgens Aarts nog te veel onduidelijk. Zo is maar de vraag in hoeverre die overschotten structureel blijken te zijn. ‘Bovendien kunnen de oorzaken in elke gemeente anders zijn: in de ene gemeente kan het liggen aan de tariefstelling, in de andere gemeente aan de manier van begroten. Belangrijk en urgent is het om dat eerst goed uit te zoeken, voordat je beleidsmatig wat anders doet met het budget. Het kan heel vervelende consequenties hebben, als je later tekort blijkt te komen.’


Weg kwijt
Opvallend in het onderzoek in de Bollenstreek is dat bijna één op de tien geënquêteerde Wmo-cliënten aangeeft niet op de hoogte te zijn van zijn of haar indicatie. Een deel van hen zegt geen indicatie te hebben aangevraagd, maar een ander deel wil wel degelijk zorg ontvangen maar is zich er niet van bewust dat voor hen zorg geïndiceerd is. ‘Dat geeft aan dat mensen – vooral overgangscliënten – in 2015 de weg nog niet wisten naar het goede loket. Het gaat vooral om overgangscliënten’, aldus APE-onderzoeker Leo Aarts. Onduidelijk is hem wie die rekeningen heeft betaald. ‘Je mag toch aannemen dat zorgverleners niet voor niets werken.’


Wat is een indicatie?
De toezeggingsbrief voor de klant waarin staat welke hulp en hoeveel iemand kan afnemen.

Wat betekent niet-verzilverde zorg?
Dat betekent dat de toegezegde zorg niet volledig is gebruikt/gedeclareerd.


Afbeelding

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Gerelateerde artikelen

Van onze partners