of 59236 LinkedIn

Slim beleggen binnen de grenzen van de wet

André de Vos 1 reactie
Utrecht en Noord-Holland behoren tot de zeer vermogende overheden. Dat maakt forse extra investeringen mogelijk. Zelfs dan blijven er nog honderden miljoenen over.

Het was een goed jaar voor de provincie Utrecht, 2007. De rente was hoog en de aandelenbeurzen presteerden goed. Dat leverde Utrecht een 'treasuryresultaat' op van 26,4 miljoen euro. Een paar miljoen meer dan het bedrag dat de provincie dit jaar aan Den Haag moet overmaken in het kader van het financieel akkoord tussen rijk en provincies.

 

Aandelen? Provincies? Verbood de wet Fido (Financiering Decentrale Overheden) dat niet? Inderdaad. Maar Utrecht omzeilt dat obstakel door een deel van het vermogen te beleggen in garantieproducten: fondsen die deels profiteren van stijgende aandelenkoersen, maar die nooit verlies kunnen maken. Ruim tweehonderd miljoen euro heeft Utrecht in garantieproducten gestoken.

 

'We proberen onze portefeuille een afspiegeling te laten zijn van de ontwikkelingen in de wereldeconomie, want dan heb je de ideale spreiding,' zegt de Utrechtse treasurer Robert Jan Pas. 'In het ideale geval stel je zelf een mix van aandelen, deposito's en obligaties vast. Maar omdat we als overheid geen risico's met aandelen mogen lopen, kiezen we voor garantieproducten van financiële partijen die aan de voorwaarden van Fido voldoen. Omdat we een grote partij zijn, kunnen we die producten op maat laten maken. Uiteraard zijn daar kosten aan verbonden, maar je kunt er ook betere rendementen mee behalen.'

 

Zevenhonderdvijftig miljoen euro bedraagt het belegbaar vermogen van de provincie Utrecht. Het geld is vooral afkomstig van de verkoop van aandelen in de nutsbedrijven UNA en Remu, begin dit decennium. Naast de garantieproducten heeft Utrecht een kleine driehonderd miljoen euro in obligaties. De rest staat op langlopende spaarrekeningen (deposito's'). 'Het is natuurlijk niet allemaal geld dat 'over' is,' zegt Bert Rouschop, collega van Pas en diens vervanger op de treasury.

 

'In de jaarrekening 2007 heeft ongeveer de helft van het geld de komende tien jaar een bestemming. En op het vrije deel heeft het college inmiddels ook al een groot beslag gelegd via aanvullende investeringen van 420 miljoen euro in het coalitieakkoord van eind vorig jaar. We verwachten dat we over vier jaar nog zo'n vierhonderd miljoen euro over hebben, maar tegen die tijd zal daar ongetwijfeld ook een bestemming voor zijn.'

 

Voor de afdeling treasury is het zaak de komende jaren het provinciale vermogen zo slim mogelijk weg te zetten en er tegelijk voor te zorgen dat het geld op het juiste moment beschikbaar is. Een hard rendementsdoel heeft treasurer Robert Jan Pas niet. Dat is ook lastig, omdat het geld niet zomaar voor lange tijd kan worden vastgezet. Als de politiek nieuw beleid maakt, moeten de middelen snel beschikbaar zijn. Pas: 'Dat beperkt je mogelijkheden.'

 

Een tweede beperking op mooie rendementen is de wet Fido. Die stelt dat overheden niet in aandelen mogen beleggen en hun geld alleen mogen wegzetten bij financiële instellingen met minimaal een kredietwaardigheidsrating van A (AAA ofwel triple A is het hoogste). Utrecht stelt in zijn eigen treasurystatuut nog aanvullende eisen. 'We zijn een zeer voorzichtige provincie,' aldus Rouschop.

 

'Het is goed dat er grenzen zijn aan de wijze waarop overheden mogen beleggen,' zegt Pas. 'Maar ik heb hiervoor bij een pensioenfonds en het bedrijfsleven gewerkt en vindt de wet Fido in sommige opzichten te streng en in andere opzichten juist te ruim. Een A-rating is bijvoorbeeld helemaal niet zo'n hoge eis. Een stapje lager zit je al op het niveau dat de markt als ondergrens van kredietwaardig ziet. Aan de andere kant is het raar dat je alleen in obligaties mag en niet in aandelen van solide bedrijven. De zekerheden waarvoor de wet Fido is bedoeld kun je ook zelf in je eigen portefeuille aanbrengen door een evenwichtige spreiding. Nu kan dat alleen met kostbare garantieproducten.'

 

Zoals bij de meeste overheden en overheidsinstellingen is de treasury bij de provincie Utrecht een eenmansoperatie. Robert Jan Pas onderhandelt met financiële instellingen over hoe het provinciale geld wordt belegd en tegen welke kosten. Het hoofd financiën van de provincie geeft uiteindelijk zijn fiat als het geld wordt uitgezet. Pas: 'Mijn speelruimte wordt grotendeels beperkt door Fido en het provinciaal treasurystatuut. Verder is het niet zo ingewikkeld. Je moet op de hoogte zijn van de actuele rentetarieven en de interessante fondsen. Dat is een redelijk overzichtelijk speelveld. Daarnaast laten we ons adviseren door een externe deskundige (Ortec).'

 

Het onderbrengen van het provinciaal vermogen bij een externe vermogensbeheerder die namens meerdere overheden het geld belegt, is volgens Pas wel een optie, maar niet voor de hand liggend. 'Daar hebben we wel 's over gefilosofeerd, maar het is lastig om zo'n professionele beheerder een concreet mandaat te geven. Als de provincie morgen besluit een project te versnellen of grote investeringen te doen, heb je je geld nodig. Die politieke invloed is een verschil met bijvoorbeeld een pensioenfonds. Dat weet vrij precies hoeveel geld elk jaar nodig is voor pensioenuitkeringen. Daar kun je een langjarig beleggingsbeleid op uitzetten. Voor ons is tien jaar geld wegzetten een hele stap.' Het geld wegzetten bij een institutionele belegger als ABP heeft volgens Pas ook nadelen. 'Dan zitten de overheidspensioenen én de overheidsreserves bij één partij. Dat is risico op risico stapelen.'

 

Gedeputeerde financiën Anneke Raven van Utrecht is geen voorstander van het uit handen geven van het beheer van het provinciale vermogen. 'Het is ons geld en daar willen we zelf over kunnen beschikken als dat ons uitkomt.' Volgens Raven is de riante vermogenspositie van Utrecht bovendien een tijdelijke zaak. 'We zijn geen beleggingsclub die het geld 's lekker gaat oppotten. We hebben voor de komende jaren een ambitieus uitvoeringsprogramma opgesteld dat honderden miljoenen kost. We zullen als provincie een extra inspanning moeten verrichten om projecten te verwezenlijken. Dat geld moet terug naar de burger. Natuurlijk houden we een financiële buffer aan, maar die kan veel kleiner dan nu het geval is.'

 

Hoge rente

 

Zo denkt de provincie Noord-Holland er ook over. In het investeringsprogramma EXIN-H wordt tot 2012 vijfhonderd miljoen euro extra uitgegeven. En zelfs dan zal de pot in Noord-Holland nog niet leeg zijn. Momenteel heeft de provincie een vermogen van zevenhonderd miljoen euro. Dat bedrag kan ruimschoots worden verdubbeld als de provincie besluit de aandelen Nuon in de verkoop te doen.

 

De zevenhonderd miljoen die Noord-Holland nu heeft is grotendeels weggezet in kortlopende deposito's, op verzoek van gedeputeerde Ton Hooijmaijers. 'Dat is nu vanwege de hoge rente het slimste,' verklaart treasury manager Bert Stöver, die over 2007 een rendement op het provinciaal vermogen van zo'n vier procent maakte. Ruim meer dan de veertien miljoen euro die in de begroting als rendement was opgenomen. Dat is mede mogelijk door handig financieel beleid. Zo heeft de provincie ondanks het ruime eigen vermogen onlangs een langlopende lening van vijftig miljoen euro afgesloten voor de financiering van de N201. Dat is vanwege de hoge rente op deposito's voordeliger dan financiering uit eigen middelen.

 

Binnen de wet Fido maakt Noord-Holland heel andere keuzes dan de provincie Utrecht. Noord-Holland heeft bijvoorbeeld geen geld in garantieproducten. Stöver: 'Daar zijn we niet zo'n voorstander van. Je betaalt een forse fee aan de bank en het is volstrekt onduidelijk hoeveel rendement je kunt verwachten.' Noord-Holland heeft zijn deposito's over een aantal banken verdeeld. Dat moet ook wel, want per bank mag niet meer dan honderd miljoen euro worden weggezet. Het betekent dat Noord-Holland een deel van zijn geld in het buitenland heeft belegd, wat overigens niet strijdig is met Fido.

 

Ook in Noord-Holland leven bedenkingen tegen de eisen van Fido. Stöver: 'Na de Ceteco-affaire in Zuid-Holland zijn de teugels strak aangetrokken. Misschien te strak. Ik vind het vreemd dat we alleen in financiële instellingen mogen beleggen. Waarom zou je geen obligaties in Shell mogen nemen? Dat is in veel opzichten een betrouwbaarder belegging dan banken. Zeker nu met de kredietcrisis. Als er straks een bank omvalt waar wij geld in hebben, zijn we dat kwijt.'

 

Noord-Holland laat zich in het beleggingsbeleid bijstaan door een professionele makelaar, maar op het provinciehuis is de treasury net als in Utrecht een eenmansoperatie. Stöver vindt dat geen praktisch bezwaar. 'Het is allemaal redelijk te overzien, zeker als je alleen in deposito's zit. Maar het is natuurlijk wel kwetsbaar als er maar één persoon mee bezig is.'

 

Lastiger vindt Stöver de geringe aandacht van zowel provinciale organisatie als de politiek voor de treasury. 'Toevallig hebben we een gedeputeerde die zich voor de materie interesseert, maar de politiek heeft niet echt een idee van wat wij doen. Die kijkt vooral naar hoeveel geld we hebben.' Ook bij het eigen management vindt de treasury soms weinig gehoor. 'Het treasuryproces heeft geen prioriteit van het managementteam', zo constateert de accountant bij zijn bevindingen bij het jaarverslag 2007 van Noord-Holland.

 

De geringe kennis in de politiek van de vermogenswereld uit zich volgens Stöver bijvoorbeeld in een recente motie waarin de vraag wordt gesteld of de treasury inzichtelijk kan maken in welke ondernemingen het geld terecht komt dat de provincie onderbrengt bij financiële instellingen. 'Zo'n motie is te algemeen, daar kunnen we weinig mee. Banken willen wel vertellen in welk soort ondernemingen ze beleggen, maar geven geen specifieke namen of projecten. Al ons geld naar 'groene' banken brengen, zoals Triodos of ASN, is ook geen optie. Als we daar in één keer met honderd miljoen aankomen hebben ze er niet een-twee-drie een bestemming voor.'

 

Omdat Utrecht in garantiefondsen belegt, kan daar wel worden gekozen voor duurzame beleggingen. Honderd miljoen euro is inmiddels duurzaam belegd in speciale beleggingsfondsen. De kans dat de provincie daar veel rendement op maakt, is echter klein, vanwege de gecombineerde eis van duurzaamheid en gegarandeerde uitkering van de inleg. 'Als Provinciale Staten wil dat we duurzaam beleggen, dan doen we dat ook,' aldus gedeputeerde Raven.

 

Eigen houtje

 

Noord-Hollands gedeputeerde Ton Hooijmaijers heeft al langere tijd kritiek op de beperkte mogelijkheden die de wet Fido aan overheden biedt om geld tegen een goed rendement weg te zetten. 'Onze keuze voor kortlopende deposito's is daar eigenlijk het gevolg van.' Hooijmaijers pleit niet voor ruimere mogelijkheden voor individuele overheden om in aandelen te beleggen, 'want daar missen ze de capaciteit en de mankracht voor', maar hij zou graag aansluiten bij andere institutionele beleggers, zoals het ABP, die wel in aandelen kunnen beleggen.

 

'Ik begrijp niet waarom we als overheden genoegen moeten nemen met zulke lage rendementen. We zijn een dief van onze eigen portemonnee en die van de burger. Ik zou graag, via het ministerie van Financiën, betere rendementen halen. Waarom maakt Financiën geen mooie deal met een paar banken voor een goede deposito waar alle overheden geld kunnen stallen? Nu moeten we dat allemaal op eigen houtje doen. En waarom kunnen wij ons geld niet via het ABP beleggen? Als het rijk de ambtenarenpensioenen aan het ABP toevertrouwt, dan is het voor ons ook goed genoeg.' Hooijmaijers heeft zijn voorstellen enkele maanden geleden voorgelegd aan secretarisgeneraal Gerritse van Financiën. Een dezer dagen vindt hierover een gesprek plaats.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door J.P.M. Straatman (toezichthouder) op
Goed voorstel, het wiel is al uitgevonden. Je moet je alleen wel afvragen of de resultaten van het ABP een voldoende scoren.

Van onze partners