of 59236 LinkedIn

Schijnzekerheid van het CPB

André de Vos Reageer
Donderdag presenteert het Centraal Planbureau de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s. Niet iedereen is doordrongen van de noodzaak van die exercitie. ‘De doorrekening is onzinnig, zelfs schadelijk.’

Het is een terugkerend ritueel in verkiezingstijd. Politieke partijen presenteren mooie plannen en het CPB zet er vervolgens rode strepen doorheen. Financieel onhaalbaar, verkeerd doorgerekend, niet onderbouwd. Dit jaar werden CDA, VVD en PVV op de vingers getikt vanwege ‘onmogelijke’ bezuinigingen op ambtenaren en ontwikkelingshulp. PVV-leider Geert Wilders haalde fors uit naar het CPB, maar het eind van het liedje is dat iedereen tegemoetkomt aan de eisen van de CPB-rekenaars om het zo gewenste stempeltje van goedkeuring te krijgen.

 

‘VVD en CDA kunnen niet rekenen’, is het oordeel van vertrekkend GroenLinks-Kamerlid Kees Vendrik. 'Ze hebben ongelofelijk amateuristische bezuinigingen ingeboekt. Dan krijg je nul op het rekest bij het CPB.’ Vendrik heeft reden voor enig leedvermaak. GroenLinks ligt zelden overhoop met het CPB. De partij heeft in Den Haag de reputatie de modellen van de Scheveningse rekenaars het best te begrijpen. Te veel eer, vindt Vendrik. ‘Wij kennen het model en proberen op de hoogte te blijven van de veranderingen. Zo ingewikkeld is dat nou ook weer niet; het is geen rocket science. Maar als je ergens op wilt bezuinigen, bijvoorbeeld op wegenaanleg, moet je wel aangeven op welke projecten je dat wilt doen, hoeveel dat oplevert en controleren of er geen juridisch bindende afspraken liggen. Als wij een verkiezingsprogramma of een tegenbegroting inleveren, is dat CPB-proof.

 

Dat is geen trucje, gewoon een kwestie van een goede boekhouding.’ Vendrik vindt het een goede zaak dat alle programma’s door één instantie worden doorgerekend, al plaatst ook hij kanttekeningen. ‘Het CPB haalt luchtfietserij uit de plannen, elke politieke partij kan iets leren van de opmerkingen van het CPB, ook wij. Het CPB gebruikt de beste modellen om te snappen hoe de economie werkt. Maar een model is een gestileerde weergave van de werkelijkheid. Het is niet dé waarheid. Je moet de cijfers in perspectief plaatsen. Het heeft geen zin om veel waarde te hechten aan getallen achter de komma.’

 

Transparantie

 

Volgens Marcel Canoy, die 10 jaar bij het CPB werkte, nu hoofdeconoom is bij onderzoeksbureau Ecorys en hoogleraar zorgeconomie in Tilburg, zijn het vooral de media en de politiek die de CPB-cijfers ten onrechte opblazen tot ‘mythische proporties’. ‘Als hun cijfers worden afgekeurd, zijn de partijen in rep en roer, maar als het CPB akkoord is, dan schermt iedereen ermee. Terwijl de financieel-economische paragraaf maar een onderdeel is van de programma’s.’

 

Canoy stelt dat het uniek is dat in een land alle partijprogramma’s worden doorgerekend door hetzelfde bureau. ‘Als iedereen zijn eigen onderzoeksbureau kon inschakelen of als er helemaal geen doorrekening zou zijn, zouden de verkiezingen nog opportunistischer worden. Nu moet iedereen op dezelfde wijze zijn keuzes verantwoorden. Dat verhoogt de transparantie en zorgt ervoor dat partijen niet kunnen wegkomen met voorstellen die lekker bekken, maar onbetaalbaar zijn. Het ambtenarenapparaat 20 procent goedkoper maken, dat kan dus niet zomaar. Dat moet je wel specificeren. Het hele proces vóór de verkiezingen, waarbij het CPB politieke partijen steeds om nadere uitleg vraagt, daar zit de winst.’

 

Niet iedereen is zo enthousiast over het CPB. Een belangrijk kritiekpunt van veel economen is de grote waarde die het planbureau hecht aan de eigen modellen. Bij alle lof die een internationale visitatiecommissie het CPB in maart toezwaaide, was ook die fixatie op modellen een kritiekpunt. Hoogleraar financiële economie Sylvester Eijffinger schreef eind april samen met oud-CPB-adviseur Theo van de Klundert een kritisch stuk in de Volkskrant over de 29 miljard aan bezuinigingen die volgens het CPB nodig zijn. Boterzachte getallen, volgens Eijffinger.

 

‘Voor de korte termijn werken de modellen goed, maar bij de lange termijn ontstaan onjuistheden. Voor de vergrijzing en de zorg worden wel de kosten doorgerekend, maar niet de baten, zoals de verwachte productiviteitsgroei.’ Hij is van mening dat het CPB betere modellen kan en moet hanteren. ‘Zolang die er nog niet zijn, moet je je zeer bescheiden opstellen met de resultaten van je berekeningen. Er is blijkbaar grote behoefte aan gedetailleerde cijfers, maar die hebben nu eenmaal een grote onzekerheid. Dat geldt voor die 29 miljard, maar ook voor de doorrekening van de programma’s.’ Eijffinger heeft moeite met het monopolie van het CPB, dat hij een ‘goed instituut met competente economen’ vindt. Maar liever ziet hij concurrerende instituten.

 

Volgens hem hoeft dat niet ten koste te gaan van de vergelijkbaarheid van de programma's. Eijffinger was zelf van 2005 tot 2008 lid van de Raad van Economisch Adviseurs van de Tweede Kamer. De REA, die was opgezet als tegenwicht voor het CPB, werd in 2008 opgeheven. ‘In Duitsland zijn meerdere bureaus die uiteindelijk toch vaak op dezelfde cijfers uitkomen. In ieder geval zou het CPB moeten worden losgekoppeld van het ministerie. Maak het helemaal onafhankelijk. Het is nu een agentschap van het ministerie van Economische Zaken. En het is onwenselijk dat directeur Coen Teulings zich als lid van de studiegroep begrotingsruimte ook kan bemoeien met beleidsmatige keuzes.’

 

Marcel Canoy vindt het gekrakeel over de politieke partijdigheid - directeur Teulings is een PvdA’er - grote onzin, maar ook hij is van mening dat de positie van het CPB bij EZ niet ideaal is. ‘Als je het helemaal opnieuw zou mogen opzetten, zou je het anders doen. Er is wel eens druk vanuit EZ, maar het CPB is toch onafhankelijk, is mijn ervaring.’ Canoy is geen voorstander van meerdere concurrerende planbureaus.

 

GroenLinkser Kees Vendrik is er evenmin gelukkig mee dat politieke partijen zo afhankelijk zijn van het CPB. ‘Dat is soms klemmend. Het CPB heeft bepaalde opvattingen over zaken als infrastructuur en zorg. Ze hebben een typische economenvisie: als je mensen meer aansprakelijk maakt voor hun eigen zorgkosten, is dat een rem op de zorguitgaven. Dan zie je zorg puur als een consumptiegoed, maar dat is het niet. Vanwege dat soort opvattingen zou ik graag een apart universitair planbureau zien dat ook andere visies bekijkt.’

 

Schijnzekerheid

 

Macro-econoom Sweder van Wijnbergen van de Universiteit van Amsterdam zat in de visitatiecommissie die het CPB recent doorlichtte. Als lid van die commissie deelt hij de kritiek op de wijze waarop het CPB omgaat met modellen. ‘Die worden te weinig getoetst aan de praktijk. In onze professie gaan we sowieso een beetje weg van de modellen zoals het CPB die hanteert. Er zijn kleinere, bruikbaarder modellen, meer gefocust op bepaalde onderwerpen.’

 

Het CPB zou zich volgens Van Wijnbergen moeten beperken tot het doorrekenen van gericht beleid, zoals bijvoorbeeld de analyse van de huizenmarkt. Het doorrekenen van verkiezingsprogramma vindt hij weinig zinnig. ‘De eerste orde effecten van politieke keuzes kun je nog wel redelijk berekenen. Bij afgeleide effecten wordt dat een stuk lastiger.

 

Maar het gebeurt nu wel. Er komen cijfers uit die schijnzekerheid bieden. Als de ene partij 60.000 banen creëert en de andere 70.000, zegt dat verschil helemaal niets. De onzekerheid van beide getallen is zo groot, dat je er geen consequenties aan mag verbinden. Dat weet het CPB ook.’

 

Van Wijnbergen stelt voor de doorrekening voortaan te schrappen. ‘Voor de echte gaten in de programma’s heb je het CPB niet nodig. Dat kan elke redelijk slimme journalist. De doorrekening is zelfs schadelijk. Politici hechten er zoveel belang aan, dat ze in hun verkiezingsprogramma’s niet vanuit een goed doordachte visie opschrijven wat ze willen, maar het boodschappenlijstje zoeken dat het beste uit de modellen komt. Dat levert versnipperde programma’s op, een buitengewoon ongewenst effect.’

 

Richtlijnen CPB

 

Bij doorrekening hanteert het CPB o.m. deze richtlijnen:
- voor alle programma's geldt hetzelfde uitgangspunt
- ongegrond optimisme over eigen voorstellen loont niet
- programma's moeten intern constant zijn
- voorstellen moeten technisch en juridisch haalbaar zijn
- een analyse is geen goedkeuringsstempel
- bij afwijkende standpunten kan discussie plaatsvinden tussen politieke partij en CPB
(uit: Keuzes in Kaart 2006)

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Van onze partners