of 59054 LinkedIn

Rekenkamer op offerblok

Arnhem schrapt bijna de helft van het rekenkamerbudget. Een politieke afrekening? Of had de reken kamer, zoals de wethouder zegt, ‘onvoldoende meerwaarde’ en zat die ‘ruim in zijn jas’?

Arnhem schrapt bijna de helft van het rekenkamerbudget. Een politieke afrekening? Of had de reken kamer, zoals de wethouder zegt, ‘onvoldoende meerwaarde’ en zat die ‘ruim in zijn jas’?

‘Kijk even op die en die pagina. Daar staat iets wat je niet leuk zult vinden.’ Het was iemand van de griffie die vorig jaar april het nieuws bracht. Daar, op die bewuste pagina, las de Arnhemse rekenkamervoorzitter Moniek Pieters dat haar jaarlijkse budget van 213.000 euro in het nieuwe coalitieakkoord van D66, CDA, SP en GroenLinks met een ton zou worden teruggeschroefd, een korting van ruim 46 procent.

Tumult aan de Rijn. Werd hier een noodzakelijke bezuiniging doorgevoerd of rekenden de collegepartijen af met een lokale horzel? Ook landelijke media doken erop. In tijden van toenemende gemeentetaken lapte Arnhem de controle op haar beleid aan de laars, heette het. De voltallige rekenkamer kondigde haar vertrek aan: zij kon zo haar werk niet meer doen. Er kwam een onderzoeksbureau dat het functioneren van de rekenkamer onderzocht. Maar van die ton aan bezuinigingen ging geen eurocent af. Arnhem staat niet op zich. Een dezer weken stuurt minister Plasterk (Binnenlandse Zaken) nieuwe cijfers over de staat van de gemeentelijke rekenkamers naar de Tweede Kamer.

Jan de Ridder mag ze niet verklappen, maar de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVVR) wil de trend wel uit de doeken doen: het budget van de rekenkamers houdt geen gelijke tred met de gemeentelijke begrotingen die door de decentralisaties met 20 tot 30 procent in omvang stegen. De Ridder: ‘Na eerdere bezuinigingen op de rekenkamer dalen de budgetten hooguit niet nóg verder. Maar relatief zijn ze dus weer sterk achteruit gegaan.’ Waarom staan de rekenkamers onder druk? Is het louter een kwestie van financiële krapte of staat ook hun functioneren ter discussie? Het verhaal van Arnhem biedt mogelijk aanknopingspunten. Binnenlands Bestuur sprak met betrokkenen en reconstrueert een record-bezuiniging.

Geen tijd
Terug naar het begin. In 2009 koos Arnhem bewust voor een externe rekenkamer, stelt PvdA-fractievoorzitter Martien Louwers. ‘Daarvoor hadden we een commissie bestaande uit raadsleden. Het ontbrak hun vaak aan tijd. Met de nieuwe, onafhankelijke rekenkamer hoopten we de controle op het beleid te kunnen professionaliseren.’ Veel van de aanbevelingen in de rapporten die de rekenkamer sindsdien uitbracht, werden door het college overgenomen of waren inmiddels al beleid. Soms rees een meningsverschil. Met name het rapport Grip op wonen uit 2013, over het gemeentelijk toezicht op woningcorporaties, lag onder vuur. Wethouder Gerrie Elfrink (Wonen, SP) in De Gelderlander: ‘Het is alsof de landbouwinspectie bij een boer aanklopt voor een onderzoek naar een schaap, vervolgens een koe onder de loep neemt en concludeert dat die niet aan de eisen van een schaap beantwoordt.’

Ondanks de commotie was de behandeling in de raad veel genuanceerder, blikt rekenkamervoorzitter Moniek Pieters terug. ‘Het college nam alle aanbevelingen over. Maar één opmerking over de Arnhemse aanpak van scheef wonen viel bijzonder slecht. Dat onderwerp lag volgens de raad politiek gevoelig. In de hectiek die ontstond, ging het alleen nog over die passage. Daar krijg je als rekenkamer de naweeën van. Want dat zijn zaken die raadsleden en colleges onthouden.’

Was de betwiste passage in het rapport Grip op wonen de voornaamste oorzaak van de forse bezuiniging op de rekenkamer die een jaar later werd doorgevoerd? Wethouder financiën Martijn Leisink (D66), tevens formateur bij de coalitieonderhandelingen, ontkent. Ik kan niet uit de school klappen over de gevoerde gesprekken maar ik verzeker u: de titel van dat rapport is niet gevallen.’ Wat dan wel de reden voor de ingreep was? De Arnhemse rekenkamer was relatief duur, stelt Leisink, en ze leverde voor dat geld volgens hem ‘onvoldoende meerwaarde’. Samengevat: ‘Ze zat te ruim in haar jas.’

Onverstandig
Leisink komt met cijfers op de proppen. Een gemeentelijke rekenkamer kost blijkens het uit 2013 stammende rapport De staat van de rekenkamer om precies te zijn 1,08 euro per inwoner. ‘Pas je die formule op Arnhem toe’, zegt Leisink, ‘dan kom je uit op 160.000 euro. Dat is ruim een halve ton minder dan onze rekenkamer had.’ Ander argument: ‘Een gemiddeld onderzoek kost 53.000 euro. Bij ons was dat meer dan het dubbele: 114.000 euro. Dat zou nog te verantwoorden zijn als de adviezen dan ook veel meer toegevoegde waarde hadden. Maar ze waren vrijwel allemaal op het moment van verschijning van het rapport in ons beleid al staande praktijk.’

Terechte kritiek? NVRR-voorzitter De Ridder noemt het ‘onverstandig’ wanneer gemeenten een norm voor de rekenkamer ontlenen aan het aantal inwoners. Dat houdt volgens hem te weinig rekening met verschillen tussen gemeenten. De Ridder: ‘Het is juister om het budget van de rekenkamer vast te stellen als percentage van de gemeentebegroting.’ En dan doet Arnhem het voor minder geld dan vergelijkbare gemeenten, concludeerde rekenkamervoorzitter Pieters.

Wat haar, naast de bezuiniging, vooral stak was de wijze van toelichten. ‘Formeel zou je zo’n besluit vooraf met de rekenkamer moeten overleggen. We moeten bezuinigen, hoe zien jullie dat? Maar er is geen enkel gesprek geweest. Niet met de raad en niet met de rekenkamer. De bezuiniging werd in het coalitieakkoord vastgelegd en daarna is er niets aan ons gemeld.’ ‘Niet fijn’, vat Pieters samen en ook ‘niet netjes’. Later werd ze alsnog door de fractievoorzitters van de coalitie uitgenodigd. Dat gesprek verliep volgens Pieters ‘bijzonder vreemd’. ‘De aanwezigen keken een beetje naar elkaar. Ze wilden niet aangeven hoe de bezuiniging tot stand was gekomen of wat de redenering erachter was. Er kwam geen enkele inhou delijke onderbouwing. Alleen dat het besloten was. Punt.’

Dat de rekenkamer het nieuws over de bezuiniging bij toeval via de griffie vernam, ja, dat had niet zo gemoeten, stelt wethouder Leisink. Verder draait hij Pieters verwijt liever om: als wethouder Financiën sprak hij haar pas na die bezuinigingsmaatregel voor het eerst. ‘De rekenkamer zou zich veel nuttiger kunnen maken als ze zich beter op de hoogte zou stellen van de agenda van het college.’

Kernkwestie
Dat raakt aan de kernkwestie: hoe nuttig heeft de Arnhemse rekenkamer zich de afgelopen zes jaar gemaakt? Uit een evaluatie-onderzoek door bureau Partners + Pröpper rees dit voorjaar een gemengd beeld. Ja, vonden de raadsleden: de aanbevelingen van de rekenkamer waren kwalitatief goed en praktisch bruikbaar, maar ze misten nogal eens de aansluiting op de politieke actualiteit. Ook ‘de doorwerking van het rekenkameronderzoek’ was onder de maat. En volgens meer dan de helft van de raadsleden leverde de Arnhemse rekenkamer te weinig waar voor haar geld (het college was nog negatiever). NVVR-voorzitter De Ridder zet allereerst vraag tekens bij het onderzoeksbureau.

‘Partners + Pröpper vult zelf de rekenkamerfunctie bij een aantal gemeenten in. Ze zijn dus een commerciële concurrent van de rekenkamer die ze evalueren.’ Toch hoeft de aanbeveling om meer bij de politieke actualiteit aan te sluiten niet slecht te zijn, vindt De Ridder, ‘zolang je er niet alleen maar achteraan hijgt. Steeds een quickscan uitvoeren, dat is niet direct de rol van een rekenkamer. Het gaat om evaluatie van beleid. Bij kleinere gemeenten moet je niet honderd dagen in een onderzoek stoppen. Dan schiet je met een kanon op een mug. Maar in steden als Arnhem kan zorgvuldig en relatief lang onderzoek nodig zijn. Dat betekent ook dat het rapport voor verschijnen nog langs het ambtelijk apparaat en het college gaat voor commentaar. Kost al snel wéér een paar maanden.’ ‘Het klopt dat de rekenkamerrapporten soms wat lang op zich lieten wachten’, reageert Martien Louwers van oppositiepartij PvdA. ‘Maar mijn ervaring is wel dat de rekenkamer voortdurend naar input van de raad vroeg. Ik vraag me af of alle fracties daar voldoende mee deden.’

Het onderzoek van Partners + Pröpper gaf haar een ‘dubbel gevoel’, stelt rekenkamervoorzitter Moniek Pieters. ‘Aan de ene kant was er een bezuiniging, aan de andere kant een evaluatie zoals die bij de oprichting van de rekenkamer was afgesproken. Die twee zaken liepen door elkaar. We hadden het zuiverder gevonden als alleen de vraag was gesteld of aan de vooraf gestelde voorwaarden was voldaan. In plaats daarvan voeren in het rapport de wensbeelden van de huidige raad en het college de boventoon. En dan bovendien een raad die op het moment van onderzoek nog maar net was begonnen.’ Los daarvan begrijpt ze dat raadsleden zich zorgen maken over ‘de doorwerking’ van de rekenkameradviezen. Maar dat is in haar ogen iets wat de raad ook zelf moet oppakken: ‘De raad zou zich nog beter moeten realiseren waar een rekenkamer voor dient. En hoe ze die optimaal kan benutten.’

Gegoogled
Kan de Arnhemse rekenkamer vanaf 2016 ook in danig afgeslankte vorm verder? Ja, vindt wethouder Leisink. ‘Een deel van de ambtelijke ondersteuning kan worden belegd bij de griffie. Dan blijft er voldoende budget voor extern onderzoek. Het college heeft vastgesteld dat het mogelijk is om zo te voldoen aan de wettelijke plicht. Het is vervolgens aan de raad om de hoogte van het bedrag te bepalen.’

PvdA-raadslid Eric Greving zit in de raadscommissie die de mogelijkheden onderzoekt. ‘Ik heb even gegoogled en voor dit budget kom je meestal uit op een commissie met externe aanvulling.’ Zijn collega Louwers: ‘Dan zijn we in Arnhem weer terug bij af.’ ‘Ik hoop dat de professionaliteit die wij hebben opgebouwd, behouden blijft’, zegt rekenkamervoorzitter Moniek Pieters. ‘Stel je voor dat je inderdaad dichter op de politieke actualiteit gaat zitten. Het beleid is dan vaak nog niet uitgevoerd, de gegevens zijn niet solide. Hoe kun je daar als rekenkamer iets over zeggen? Dat wordt een hele uitdaging.’ Niet voor haar: Pieters en haar collega’s blijven bij het besluit aan het eind van dit jaar op te stappen. Wordt het lastig om opvolgers te vinden? ‘Dat zou kunnen, ja. Iedereen weet wat er in Arnhem is gebeurd.’ Anderzijds: ‘Het blijft mooi werk om voor je eigen stad onderzoek te mogen doen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Van onze partners